nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren












dichtwoordenboek





nederlands.nl: biografie

René de Clercq



René de Clercq [Deerlijk 1877 - Maartensdijk 1932]

De Clercq promoveerde aan de Rijksuniversiteit te Gent in de Duitse taalkunde. Hij  was leraar te Nijvel, Oostende en Gent. Hij week in het begin van de eerste wereldoorlog uit naar Nederland, waar hij redacteur werd van "De Vlaamsche Stem" en leraar aan de Belgische school te Amsterdam. Daarna keerde hij naar bezet België terug en was conservator van het Wiertzmuseum te Brussel.                      Na de oorlog werd hij ter dood veroordeeld (1920), omdat hij  heel actief was geweest in het ‘activisme’, een stroming die met de Duitse bezetter wilde samenwerken . Om de uitvoering van het vonnis te ontlopen vluchtte hij met zijn familie naar Nederland.

In het werk van René de Clercq kan men drie perioden onderscheiden.

- Een eerste idyllische periode getuigt van levenslust. Zijn liederen en gedichten waren hier beïnvloed door de poëzie van Guido Gezelle.

- In zijn tweede socialistische periode maakt zijn levenslust plaats voor opstandigheid en klaagt hij het sociale onrecht aan ('Toortsen - 1909 en 'Uit de diepten' - 1911). Zijn romans uit deze periode zijn meestal minder geslaagd. Zijn belangrijkste bundel is 'De noodhoorn' (1917), waaruit zijn anti-Belgische overtuiging blijkt. 'Het boek der liefde' (1921), met liefdesgedichten, werd met belangstelling ontvangen.

- Tenslotte kende hij een lyrisch-epische periode, met gedichten, bijbelse verhalen, treurspelen en liefdeslyriek.

René de Clercq was een flamboyant en hartstochtelijk man.

De Clercq en Stijn Streuvels waren verliefd op Marie Delmotte. Streuvels lustte hem rauw, temeer omdat Marrie uiteindelijk koos voor De Clercq. Zij trouwden in 1903 en kregen drie kinderen. De dood van zijn vrouw in 1909 was een zware klap voor de dichter. Hij uitte zijn verdriet in de dichtbundel 'Uit de diepten (1911).

De Clerck vond troost bij de jongste zuster van zijn overleden vrouw, Alice Delmotte. Zij trouwden in 1910 en ook zij schonk De Clercq drie kinderen.

Na W.O. I vluchtte het echtpaar naar Nederland. De Clercq trachtte er te leven van zijn pen en had ook een kunsthandel. Hij geraakte echter financieel aan de grond. Zijn vrouw en kinderen keerden terug naar Vlaanderen en hij verviel in een zware depressie.

Inmiddels was hij verliefd geworden op Ria Vervoort, een Antwerpse pianiste. Zij hield de boot aanvankelijk af maar hij bleef aandringen. Hij schreef zelfs liederen en een opera voor haar.

Uiteindelijk kon hij Ria Vervoort overhalen en zij kwam bij hem wonen in 1924. Zijn nieuwe vlam en muze leverde de inspiratie voor liefdesgedichten en drie bijbelse tragedies ('Kaïn', 'Saul en David' en 'Absalom' ).

Tussen de 2 wereldoorlogen had hij succes met sommige van zijn lyrische werken.

Tot zijn dood in Sint-Maartensdijk (1932), bleef hij zich inzetten voor Groot-Nederland (de hereniging van België en Nederland).


Inzendingen van deze schrijver










vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl