nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Categorieën:

actualiteit (4)
afscheid (4)
algemeen (4)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (5)
drank (5)
economie (1)
eenzaamheid (15)
emoties (25)
ex-liefde (2)
familie (2)
feest (2)
film (1)
filosofie (3)
fotografie (3)
geld (3)
geschiedenis (27)
heelal (1)
hobby (5)
humor (4)
idool (2)
individu (26)
internet (5)
kerstmis (1)
kinderen (9)
koningshuis (1)
kunst (1)
lichaam (2)
liefde (24)
literatuur (4)
maatschappij (10)
mannen (14)
milieu (1)
misdaad (18)
moraal (1)
muziek (6)
natuur (3)
ouderen (2)
ouders (9)
overig (2)
overlijden (3)
pesten (1)
psychologie (16)
rampen (4)
reizen (4)
schilderkunst (1)
school (15)
sms (1)
spijt (1)
sport (3)
taal (1)
tijd (3)
vakantie (8)
verdriet (5)
verhuizen (2)
verjaardag (7)
voedsel (5)
vriendschap (15)
vrijheid (1)
vrouwen (6)
welzijn (12)
wereld (1)
werk (5)
woede (3)
woonoord (3)
ziekte (18)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: autobiografieen

< vorige | alles | volgende >

autobiografie (nr. 107):

De pachtboerdochter

Ik had een kloostercel op de tweede verdieping van het dormitorium in de benedictijnse St.Adelbertabdij in Egmond-Binnen. Het leek op het interieur van de slaapkamer van Vincent van Gogh. Er stond een bed, een kast, een bureau, een soort dekenkist, waar ik een altaar van had gemaakt, met het Heilig Hartbeeld van Christus, wat ik van mijn vader had gekregen en een waterkraan met zo'n witte bak eronder. Het kraanwater was werkelijk heel smerig om te zien, donker groen en bruin achtig, met dwarrelende, ondefinieerbare stukjes vuil erin. Op mijn vraag of het water wel helemaal in orde was, zei men mij, dat het klooster een eigen waterbron heeft en dat duinwater uiterst gezond is. De put in de kloostertuin stond anders droog en was overwoekerd door onkruid. Wieweet wat er in dat water heeft gezeten, bedenk ik me nu, misschien ben ik daar wel dolgedraaid door een of andere chemische vergiftiging. 's Ochtend liep een buurbroeder vaak met een glazen fles of zo vol urine naar de toiletten. 'Ook goeiemorgen!', dacht ik dan vaak. Ik kende de film 'In de Naam van de Roos', waarin een jonge monnik in de schuur met een wulpse zigeunerin de liefde bedrijft. Ik was nog geen twintig en het onderdrukken van mijn seksuele verlangens maakte zot. Ik ging 's nachts boek voor boek bekijken of het wat voor mij was en dat waren er minstens 40.000 boeken te gaan. Daar stond ik dan, bij het gloeilamplicht neuzend naar enige troost in mijn immense, verdrietige eenzaamheid. Soms schoof er een oude pater in het gangpad voorbij.

Door het silentium werd ik bij tijd en wijle knalgestoord en voelde ik mijzelf als het ware tastend in een pikdonkere, onbekende kathedraal met allerlei valluiken en griezelige botsingen. De zelfbevrediging kon ik soms wel dagenlang uitstellen, want ik dacht dat dat moest, met depressie tot gevolg, waanbeelden en paranoia. Tantra, amahoela, want mijn energie kelderde naar het nulpunt en vaak werd mijn eerste dienst de eucharistieviering van half tien 's ochtends. Van lieverlede begon ik mijzelf toch meer rek te gunnen en haalde ik kunstboeken en fotojaarboeken uit de bibliotheek. De schilderijen van naakten en de naaktfoto's gebruikte ik dan als stimulans. Ik denk dat ik één van de weinigen ben die bij een Renoir is klaargekomen.

Bij een feest met de pachtboerfamilie, die naast het klooster woonde, deed ik mee aan een toneelstuk. Tijdens het uitvoeren van mijn rol loerde ik steeds naar één van de boerendochters, die ik beeldschoon en hoogst aantrekkelijk vond, een engel, die mij uit mijn celibataire kluisters kwam bevrijden, dacht ik naïef en fantasierijk als altijd. Ik stond gewoon op springen, zeg maar. De testosteron gierde als de gierzwaluwen, die hoog rond het klooster vlogen, door mijn geroosterde lichaam. Soms kwam ik haar tegen tijdens een wandeling langs haar boerderij en de verzameling bijzondere eenden, die haar vader achter de boerderij had geplaatst. Soms glimlachte ik betekenisvol of durfde ik mijn mond open te doen voor een karig 'hallo'. Altijd met bonkend hart en grote zweetrivieren vanuit mijn oksels. Ik leek wel voor straf in dat hoogst belachelijke, zwarte habijt rond te lopen. Ik werd de geest, die uit de fles getoverd wordt.

Op een nacht ging ik met de draagbare radio uit een recreatiekamer naar een tuin pal voor de pachtboerderij. Ik luisterde naar popmuziek en ik keek geobsedeerd naar de schimmen, die ik achter de ramen zag lopen. Ik dacht haar steeds opnieuw te zien. Ik werd door de pachtboer betrapt en hij belde het klooster. Even later werd ik door mijn geestelijk leidsman opgehaald en teruggebracht. Hij zal het wel vreemd hebben gevonden en hij wist op den duur niet meer wat hij met mij aan moest. Ik ontweek zijn kleffe bemoeizucht systematisch. Daarna ging er daar veel meer bergafwaarts met mij, maar de erotische fantasie over de pachtboerdochter heeft mij er onbewust doorheen gesleept.

Schrijver: Joanan Rutgers, 01-11-2015


Geplaatst in de categorie: psychologie

Deze inzending is 117 keer bekeken

3/5 sterren met 2 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl