nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Categorieën:

actualiteit (4)
afscheid (4)
algemeen (4)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (5)
drank (5)
economie (1)
eenzaamheid (15)
emoties (25)
ex-liefde (2)
familie (2)
feest (2)
film (1)
filosofie (3)
fotografie (3)
geld (3)
geschiedenis (27)
heelal (1)
hobby (5)
humor (4)
idool (2)
individu (26)
internet (5)
kerstmis (1)
kinderen (9)
koningshuis (1)
kunst (1)
lichaam (2)
liefde (24)
literatuur (4)
maatschappij (10)
mannen (14)
milieu (1)
misdaad (18)
moraal (1)
muziek (6)
natuur (3)
ouderen (2)
ouders (9)
overig (2)
overlijden (3)
pesten (1)
psychologie (16)
rampen (4)
reizen (4)
schilderkunst (1)
school (15)
sms (1)
spijt (1)
sport (3)
taal (1)
tijd (3)
vakantie (8)
verdriet (5)
verhuizen (2)
verjaardag (7)
voedsel (5)
vriendschap (15)
vrijheid (1)
vrouwen (6)
welzijn (12)
wereld (1)
werk (5)
woede (3)
woonoord (3)
ziekte (18)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: autobiografieen

< vorige | alles | volgende >

autobiografie (nr. 112):

Een apart kind

"Je bent een apart kind." Hoe vaak heb ik mijn moeder dat niet horen zeggen. Altijd met veel liefde in haar stem. Daardoor was de boodschap die ik kreeg, dat ik wel anders was, maar dat het oké was om anders te zijn. Ze zei het toen ik nog een klein meisje was. Maar ook nu zegt ze het nog met enige regelmaat. Als ze zich weer verwondert over iets wat ik doe of zeg. "Je bent een apart kind. Dat was je altijd al. Als kind al." "Hoezo mam, wat deed ik dan?"

"Je was gewoon anders dan andere kinderen. Zoals je uren kon spelen met een wikkeltje zilverpapier. Steeds weer andere vormen maken en dan kijken hoe het licht daarop scheen." Ja, dat herken ik wel. Ik was ook een kind dat urenlang in het gras lag. Op zoek naar een klavertje vier. Ieder klavertje bekijken. Blaadjes tellen. Urenlang. Allemaal drie blaadjes. Totdat ik er eentje vond met vier blaadjes. Die heb ik met enige regelmaat gevonden. Als je maar zoekt. Nee, dat is geen werkje voor mensen die geen geduld hebben.

Ik begreep de wereld om me heen niet zo goed. Bleef liever in mijn eigen veilige binnenwereldje. Bekeek alles in de buitenwereld alsof het een film was. Werd mijn vader boos, dan zat ik hem vol verwondering te bekijken. Het proces van de verandering in zijn gezicht. Dat hij rood aanliep, dat vond ik heel interessant. Nee, bang was ik niet. Soms ging een arm omhoog, maar die kwam altijd weer heel langzaam omlaag. Zonder te slaan.

Want dat had hij met mijn moeder afgesproken. Haar kinderen zouden niet geslagen worden. Zelf kwam hij uit een gezin waar dat de gewoonste zaak van de wereld was. Dat er een draai om de oren gegeven werd. Dus dat was best bijzonder, dat hij zichzelf leerde om dat niet te doen. Hij bleef ook nooit lang kwaad. En dan klom ik snel weer op zijn schoot. Want mijn papa was groot en sterk. Dus bij hem was ik veilig.

Ik was die zomer drie en een half toen we op vakantie waren in Zeeland. Mijn vader gaf niet snel geld uit. Een kopje koffie op een terrasje, dat vond hij zonde van het geld. Thuis was de koffie net zo lekker en veel goedkoper. Daarom was het zo bijzonder wat er die zomerdag gebeurde. Ik bleef als klein meisje staan, voor een speelgoedwinkel in het plaatsje Sluis. Gebiologeerd bleef ik naar iets staren. Mijn vader zag het. Hij vroeg waar ik naar keek, en ik wees op een beer. Een grote teddybeer. Zijn kop was rood met gele oren. Zijn lijfje was blauw, en zijn poten weer rood met gele uiteinden. Nog nooit had ik zo'n bijzondere beer gezien. Hij was bijna net zo groot als ik zelf was.

Mijn vader nam me op zijn arm en liep de winkel binnen. Hij vroeg de winkelier om de beer uit de etalage te halen. Hij zette me neer en ik mocht de beer vasthouden. De blik die ik toen in mijn ogen gehad moet hebben, deed het hart van mijn vader smelten als boter. Want hij trok zijn portemonnee. Mijn vader die zijn portemonnee trok! Dat was héél bijzonder! Die dag is één van de meest memorabele dagen uit mijn kindertijd. Ik mocht de beer meenemen, ik mocht hem houden, in mijn armen houden. Daar is hij gebleven. Dag en nacht. Vooral 's nachts. Totdat ik het ouderlijke huis verliet.

Hij ligt nu op zolder in een doos. Met andere spulletjes die verhuisd zijn van de zolder van mijn ouders naar de mijne. Zijn neus moet gerepareerd en hij is nodig aan een sopje toe. Hij draagt een pyjamaatje. Gekocht door mijn moeder, nadat mijn broer op mijn knuffeldieren en poppen geoefend had hoe hij ze als dokter opereren moest. Daar hebben sommige patiëntjes ernstige schade aan overgehouden. De buik van mijn beer had hij zorgvuldig kaal geschoren. Waarna ik een hele dag ontroostbaar heb gehuild.

Ik zal op zoek gaan naar een stoer peuterpakje voor hem, in plaats van het pyjamaatje. Want hij slaapt niet meer in mijn bed. Hij krijgt een mooi plekje in een stoel. En als het ooit mijn tijd is, dan gaat hij met me mee. Mijn kist in. De oven in. Om daarna, samen met mijn as en de as van mijn hondjes, uitgestrooid te worden op de Noordzee. Zwemmen we voor altijd samen met de zeehondjes.

Illustratie: Vrijthof Maastricht, 1965

schrijver

Schrijver: Gabriëla Mommers, 16-11-2015

gabrielamommersatyahoo.com



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: ouders

Deze inzending is 225 keer bekeken

5/5 sterren met 10 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:Joanan Rutgers
Datum:17-11-2015
Bericht:Een grandioos begin van je uiteindelijke autobiografie, die je hopelijk hier als eerste presenteert. Dat gebeurde vroeger veelal in literaire tijdschriften, zulke voorpublicaties, maar dat kan nu veel directer via internet. Mijn ouders noemden mij ook vaak apart en ik was daar dubbel in, want dat ik de wereld op mijn eigen, vaak trage manier tot in alle details bestudeerde, kreeg al gauw een artistieke uitwerking, maar het aan het anders-zijn kleefde ook het stigma van extra eenzaamheid en dat bedroefde mij dikwijls. Ik wilde er diep van binnen ook graag bij horen, maar ik vond geen echte aansluiting bij de vaak oppervlakkige interesses van mijn leeftijdsgenoten. Bovendien snapten ze mijn in hun ogen vaak rare gedragingen en uitspraken niet. Mijn vader preekte een keer over de anders-zijnden en dat we juist die mensen moesten liefhebben. Ik begrijp nu het vuur waarmee hij dat uitsprak, omdat hij een verborgen homofiel was, maar hij sprak ook voor de gehandicapten en de geestelijk anders-zijnden en lijdenden. Echte liefde is de ander liefhebben en de Totaal Andere. Door mijn extreme belezenheid en confrontatie met 'soortgenoten' weet ik dat er veel meer mensen dan ik gevangen zitten in een onzichtbare gevangenis van anders-zijn of in veel gevallen het gevoel van anders-zijn. Oppervlakkig beleefdheidscontact vond ik als kind al hypocriet. Ik heb me rot geërgerd aan die stomme informatie-overdracht van volwassenen bij elkaar op de thee of borrel. Al die schijnwerelden stootten mij af. En nog steeds! Doordat ik vaak onverwachts gekke uitspraken kan doen of gekke bewegingen kan maken, ben ik gevaarlijk en eng voor de doorsnee aangepaste mens, die het liefste alles voorspelbaar, correct uitvoerbaar en onder controle houdt. Artistiekelingen worden wel getolereerd, maar dan het liefste op gepaste afstand en met een veilig betaald toegangsbewijs. Dat je anders bent, Gabriëla, betekent gewoon dat je veel vrijer bent dan de massa aangepaste plebejers/filisters. Al die tredmolenbeestjes zijn bang dat je hun leefgewoonten/overlevingsmanieren overhoop gooit. Ze vrezen het zwaar onderdrukte, vrije kind in zichzelf. Wees maar reuzeblij met jezelf, lief meisje op het Vrijthof, en hopelijk ga je langer mee dan je lievelingsbeer!...



Naam:An Terlouw
Datum:16-11-2015
Bericht:Gabrielle GEWELDIG!




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl