nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Categorieën:

actualiteit (4)
afscheid (4)
algemeen (4)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (5)
drank (5)
economie (1)
eenzaamheid (15)
emoties (25)
ex-liefde (2)
familie (2)
feest (2)
film (1)
filosofie (3)
fotografie (3)
geld (3)
geschiedenis (27)
heelal (1)
hobby (5)
humor (4)
idool (2)
individu (26)
internet (5)
kerstmis (1)
kinderen (9)
koningshuis (1)
kunst (1)
lichaam (2)
liefde (24)
literatuur (4)
maatschappij (10)
mannen (14)
milieu (1)
misdaad (18)
moraal (1)
muziek (6)
natuur (3)
ouderen (2)
ouders (9)
overig (2)
overlijden (3)
pesten (1)
psychologie (16)
rampen (4)
reizen (4)
schilderkunst (1)
school (15)
sms (1)
spijt (1)
sport (3)
taal (1)
tijd (3)
vakantie (8)
verdriet (5)
verhuizen (2)
verjaardag (7)
voedsel (5)
vriendschap (15)
vrijheid (1)
vrouwen (6)
welzijn (12)
wereld (1)
werk (5)
woede (3)
woonoord (3)
ziekte (18)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: autobiografieen

< vorige | alles | volgende >

autobiografie (nr. 260):

Verdwalen

Het was een sombere donkere herfstdag, alsof alle eenzame herfstdagen zich in het park hadden verzameld. Ik had mijn capuchon over mijn hoofd geslagen en ik zat te mijmeren over mijn eenzaamheid op een bankje in het park.
Als kind hield ik van verdwalen. Ik was nog klein toen ik de hand van mijn moeder los liet, om weg te lopen naar het bos.

Vanuit mijn gedachten waren honderd verdwaalde meters, net zo vindingrijk als een kleine provincie van een onmetelijk land. Aan iedere boom was een verhaal verbonden, en alle dieren hadden iets zinnigs te vertellen. Ik kon niet weten dat ik pas later echt de weg zou kwijt raken, en gek genoeg werd bevonden voor een kinderpsychiater verbonden aan een medisch opvoedkundig bureau in de binnenstad van een groot stedelijk gebied.

Het leven kwam mij intens tegemoet, ik maakte geen onderscheid tussen de werkelijkheid en mijn fantasie. Dat hoefde ook niet, mijn ouders hielden zich met andere zaken bezig, en hadden hun handen vol aan mijn broertje Tom, die moeite had met zindelijkheid. Hij poepte ieder dag in zijn broek.

Het overgewicht van mijn moeder kwam vaak tijdens de maaltijd op de gesprekstafel. Mijn oudere halfzus begon mijn moeder te adviseren met details over de ingrediënten van een in een supermarkt gekochte tafelsaus. Als het even kon nam ik mijn bord mee naar mijn eigen kamer. Ik had geen zin in de discussies, iedereen ging voortaan zijn eigen gang.

Ik kon als kind vaak genoeg verdwalen om mij te onderscheiden van de waanzin die me angstig maakte, maar er kwam een moment dat alles brak. Er kwam iemand voorbij lopen, met een hond aan de lijn en ik bedacht me dat ik liever die hond had willen zijn.

De kinderpsychiater was een vriendelijke man. Ik kon hem bereiken met mijn fiets. Hij luisterde op een andere manier dan mijn ouders hadden geluisterd. Het duurde lang voordat ik begon te praten, maar dit soort geleerde meneren hadden speciale trucjes om verwarde kinderen aan de praat te krijgen. Hij deed naast zijn werk als kinderpsychiater ook wetenschappelijk onderzoek naar machtsmisbruik bij vermeende autoriteiten, en naar de rol van de ouders bij de ontwikkeling van het kinderbrein.

Er bleek iets niet goed te zijn met de signalen die mijn hersens naar mijn maag stuurden. Daardoor kreeg ik regelmatig krampaanvallen, waardoor ik mij zeer ongemakkelijk voelde, en waardoor het lastig werd om te blijven eten. Ik kreeg allerlei draden aan mijn hoofd gelijmd om mijn hersenactiviteiten te meten. De psychiater schreef een brief over de resultaten van het onderzoek, en ik kreeg medicijnen tegen de krampaanvallen. Er was ook iets mis met mijn ademhaling, ik moest langer wachten met uitademen dan ik tot dan toe had gedaan.

Een paar weken later had mijn vader een woedeaanval. Er vlogen borden door de keuken, een limonadefles sneuvelde met inhoud tegen de muur. Niemand wist waar dit vandaan kwam, we schrokken. Mijn moeder pakte onze jassen en duwde ons in het rode Dafje, Tom en ik, mijn oudste broer en mijn halfzus waren niet thuis. Mijn moeder ratelde onafgebroken in de auto, maar het ging niet over een ruzie of over mijn vader. Ik begreep totaal niet wat er aan de hand was. Tom en ik zaten verstijfd op de autostoelen.
Ze leek niet op te houden met praten en volgde de route langs de ringvaart, een autoweg langs het water. Toen er eindelijk even een stilte viel, vroeg ik voorzichtig wat er aan de hand was.
Het enige wat ze erover zei was: “We zullen het vergeven, maar nooit vergeten.”

Ik zag de oude vrouw met de hond aan de lijn in de verte verdwijnen. Er waren verder geen mensen in het park.

schrijver

Schrijver: Bjarne Gosse, 20-11-2016


Geplaatst in de categorie: individu

Deze inzending is 50 keer bekeken

4/5 sterren met 5 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl