nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (96)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (17)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (6)
geschiedenis (10)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (1018)
individu (5)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (71)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (19)
moraal (18)
muziek (413)
natuur (20)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (47)
psychologie (51)
rampen (7)
reizen (14)
religie (119)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (22)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 84):

Bij de dood van een jongen

‘Heb je het al gehoord?’ Ja, ik heb het al gehoord. Ik mis wel eens wat, laat ik de wereld even voor wat ie is, ontbijt met de vogels en de zon hier op de camping. Maar niet alles ontgaat me.
Er is een jongen doodgeslagen. Zestien. Even oud als Erwin, haar jongen. Woemi is ontzet. Vaak heeft ze het nog over ‘de kinderen‘. Vorige week zag ik hem nog. Een halve kop groter alweer. En een inderdaad majestueuze neus. Een echte Tofield-neus. Maar om daar nu voor naar Blaricum of Den Haag af te reizen en duizenden Euro’s uit te geven. Om die neus te laten vervangen door een standaardgeval. Wat een onzin.
Hij staat toe dat ze hem knuffelt als een kind. Even voel ik jaloezie. Had ik Woemi maar als moeder gehad, denk ik dan. Maar ja, met wie had ik dan seks moeten hebben. Elk voordeel heb z’n nadeel, ik weet het.
Zonder mij kan Woemi best leven, en ook heus wel weer gelukkig zijn. Maar zonder jongen? Ik laat haar de verhalen zien van een moeder die gescheiden is van haar kinderen. Ze gruwt.
En nu gruwt ze van dit. Dat het kan, het gebeurt, zomaar op een overvol schoolplein. Dat haar jongen het zijn kan.Vorige week nog schoot een jongen 32 mensen dood. Tweeendertig. Maar dat was ver, dat was in The States. Bovendien heette hij geen jongen meer, maar man.
‘Ik voel me beter als hij er is’ Dat hoeft ze me niet te zeggen. Dat weet ik wel. Ook al zit hij de godganse tijd achter die stomme computer. Ook al blijft hij dit jaar waarschijnlijk zitten. Zonder hem zou ze liever dood zijn, en zonder mij? Ach, mannen genoeg in de wereld. Opzouten moet ik.
‘De gemiddelde ejaculatietijd na penetratie bedraagt twee minuten’ probeer ik nog. En niet meer dan een half uur. Woemi is niet overtuigd. Ik ga al. Ook wel rustig zo, een paar dagen zonder Woemi.
De helft van de tijd heeft ze toch de jongen bij zich. Dan hoef ik me niet te melden. Maar hij is nog niet vertrokken naar zijn vader of het gelazer begint al. Dat is Woemi. Kan ik de vogels en de zon wel even vergeten, moet ik me melden. En dat doe ik dan maar. Want een paar dagen, en soms een week of meer is lekker, maar helemaal zonder?
Ik weet het, haar moeder heeft gelijk, ik ben een sulletje. Ze heeft me veel verteld over vroeger, over De Oorlog. De kleuren, de geuren, de details, alles. Anderen vinden dat ze wel eens in de war is. Maken zich zorgen. Ze laat het gas wel eens aanstaan. Verwaarloost het huis en zichzelf. Vergeet een verjaardag.
Maar als ze bij mij zit, in de auto, weet ze alles nog. Behalve van dat ene, het meest gruwelijke wat ze heeft meegemaakt. Dat ze een krijgsgevange doodsloegen. Een jongen nog. Zestien misschien. Vaker had ze ze zien lopen. Ze moesten graven, schuttersputjes, loopgraven, dat soort werk. Aan de andere kant van de rivier lagen de Engelsen. Maar hier heerste de duivel nog.
Ik weet niet wat hij misdaan heeft. Zij ook niet. Ze hielden de toevallige passanten tegen en dwongen hen te kijken. Woemi’s moeder was erbij. Zestien ook. Misschien stond ze achteraan, kon ze naar de grond staren. Kon ze voorkomen dat de haat en de woede tegen die bruutheid en tegen die misdaad haar hart konden bereiken. Wist ze haar liefde voor het leven en haar liefde voor de mensen te bewaren. Om het later aan Woemi, en ook een beetje aan mij door te geven. Misschien. Maar ik ben bang dat het niet waar is. Ik ben bang dat ze het gewoon verdrongen heeft. Dat ze het gewoon niet heeft kunnen en willen onthouden.

Er is een jongen doodgeslagen. Zomaar, of Joost mag weten om wat voor onzinnige kutreden. Ik wil het niet weten. Laat me achteraan staan. Laat me hier maar, lekker rustig, met de vogels, met de zon. Ik wil niet boos worden, ik wil niet haten, ik wil alleen zijn.
Goed, even dan. Ieder mens heeft dat wel eens nodig. Een moment voor jezelf. Maar dan moet je weer. Schrijven, vertellen. Woemi’s moeder heeft het me verteld. Iets is er sterker dan moord, iets is er sterker dan misdaad.
‘Woemi, ik weet wat het is’.


Zie ook: http://woemi.volkskrantblog.nl/

schrijver

Schrijver: jorrit, 25-04-2007

jorrit3athotmail.com


Geplaatst in de categorie: maatschappij

Deze inzending is 414 keer bekeken

3/5 sterren met 6 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl