nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (17)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (10)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (983)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (496)
maatschappij (71)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (17)
moraal (18)
muziek (413)
natuur (19)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (47)
psychologie (47)
rampen (5)
reizen (13)
religie (119)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 377):

die grote-mensenwereld

Voorjaar 1962. Ik was tien jaar en we waren net in Nederland voor een tijdelijk verblijf van negen maanden. In augustus van dat jaar zouden we weer teruggaan naar mijn geboorteland, het voormalige Ned. Nieuw-Guinea. Voor het intensieve bezoek aan familie en vrienden had mijn vader een oude Kapitän gekocht, indertijd het vlaggeschip van Opel. Zo’n dikke auto met die brede heupen uit de zwart-wit beelden van vroeger.

We woonden toen in Den Haag en op een dag wilde mijn vader bij een ex-vriendinnetje van hem langsgaan in Dordrecht. Mijn moeder kende haar ook heel goed uit het vroegere Ned. Indië en het weerzien zou zeker niet onplezierig zijn. De ontvangst was dan ook hartelijk en mijn vaders ex bleek te zijn getrouwd met een overigens heel aardig, maar wel bijzonder tenger mannetje.
Mij viel het op, dat het mannetje zich wat ongemakkelijk voelde bij de gegeven situatie. Met mijn jongere broertje en zusje hield ik me tijdens het bezoek verder systematisch op de achtergrond, zoals in die dagen trouwens heel gewoon was. Zeker begin jaren zestig had je nog een gapende kloof tussen de kinderwereld en die van de grote mensen.

Gezelligheid was troef en mijn vaders ex-vriendinnetje verzorgde in de keuken iets te drinken. Toen sprak hij de woorden, die tot op de dag van vandaag nog nagalmen in mijn oren. “Moet je me toch eens vertellen”, riep hij naar de keuken, “hoe heb je in godsnaam ooit zo’n lelijke vent kunnen trouwen? Kon je nou werkelijk niks beters vinden?”.
En dat met de nadruk op elke syllabe en een grimas van “Wat is het hier gezellig hè?”.

Ik schrok, want we waren per slot van rekening wel allemaal indische mensen bij elkaar. En indische mensen zijn best aardige mensen, maar het blijven natuurlijk rasechte allochtonen. En allochtonen zijn “nederlanders dan wel medelanders die uitgerust zijn met ultralange tenen”.
Ik besefte dus ineens, dat voor mijn ogen de ene allochtoon bovenop de ultralange tenen van de andere allochtoon was gesprongen met een ongekend fanatisme. Het mannetje was gedoemd om de rest van zijn leven te slijten als een mutant, aangezien zijn ultralange tenen door mijn vader genadeloos werden platgestampt tot echte zwemvliezen. Dit zou voor het mannetje nooit meer goed komen.

De gezelligheid duurde nog voort en een kwartier later zaten we weer in de Kapitän op weg naar huis. Vanaf de achterbank observeerde ik mijn moeder en er was geen discussie over mogelijk: Mother was not amused at all!
“Wat was dat nou voor een vertoning?” vroeg ze, toen ze weer even van het kookpunt af was. Mijn vader lachte naar haar met een ontwapenende blik, zoals ik die voor altijd met hem zou associëren.
“Ik wilde je eens een originele boer met kiespijn laten zien. Stel je zoiets nou ‘s voor in dat oerhollandse landschap. Prachtig toch?”.
Die logica ontging haar ten enen male. En na dat bliksembezoek werd haar nog drie jaar de tijd gegund om achter zijn bedoelingen te komen, maar ik betwijfel of dat haar ooit nog gelukt was.

Mij leek het op dat moment strategisch om er vooral het zwijgen toe te doen. Wel voel ik zelfs nu nog de verbazing en het onbegrip van een tienjarig kereltje over die grote-mensenwereld. Welke krachten speelden daarin een rol, welke spelregels golden daar? Ik troostte mij met het idee dat eens de dag zou komen, als ik zelf ook groot was, dat ik de grote mensen dan zonder moeite zou begrijpen. En nog altijd ben ik in blije verwachting van die dag.

Buiten gleed dat oerhollandse landschap voorbij, precies zoals ik het in Nieuw-Guinea al had leren kennen uit de boeken van Dik Trom. Alleen had mijn vader daar nu een extra dimensie aan toegevoegd; een boer met kiespijn, in de verte moeizaam strompelend langs de horizon. En sindsdien heeft dat oerhollandse landschap zijn charme voor mij ook nooit meer kunnen verliezen.

‘k Heb u lief, mijn Nééé-hééé-der-land.

schrijver

Schrijver: Max R. Hubeek, 22-01-2009

max_hubeekatyahoo.com


Geplaatst in de categorie: familie

Deze inzending is 304 keer bekeken

4/5 sterren met 6 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:J.de Groot
Datum:09-09-2010
Emailadres:joke190411attelfort.nl
Bericht:Welkom in die ''grote-mensenwereld''.




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl