nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (3)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (16)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (9)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (971)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (6)
kerstmis (8)
kinderen (19)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (70)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (17)
moraal (18)
muziek (412)
natuur (19)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (44)
psychologie (46)
rampen (5)
reizen (13)
religie (118)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 481):

Over Etudes in muziek

Veel muziekliefhebbers denken terecht dat het genre Etude als oefenstuk in muziek pas in de negentiende eeuw tot ontwikkeling is gekomen.
Dat is voor een overgroot deel waar, maar laten we toch ook niet vergeten dat er in de barok ook veel stukken werden gecomponeerd die als onvervalste Etude zijn aan te merken, en die ten doel hadden de techniek van de bespeler te verbeteren. Alleen heten ze geen Etude.

In de orgelliteratuur staat de Etude bekend onder de naam Toccata, en bedoelde Scarlatti zijn vele Sonates ook niet als Etude, getuige de ondertitel van deze stukken, "Esserzisi per gravicembalo"? Alle Toccata's hadden voornamenlijk ten doel virtuositeit (lees snelheid) op het orgel te ontwikkelen, alle Sonates van Scarlatti behalve snelheid ook voordracht, soepelheid, emoties, kortom: karakters te leren spelen. In Frankrijk doet Rameau dat ook in zijn prachtige klavecimbelstukken, getuige de meest boeiende titels van zijn stukken.

In de zestiende en zeventiende eeuw zijn componisten steeds bezig met de technische status van hun instrument. Verbeteringen van allerlei aard worden toegepast op het instrument, vaak om de gebrekkigheid van het instrument te verbeteren en vooral ook de speeltechniek te ontwikkelen.
Tekstboeken zijn daar niet voor nodig, wél muziek die de speeltechniek net een trapje hoger opvoert. Denk eens aan Vivaldi in zijn Jaargetijden, met volstrekte nieuwigheden als positiespel, dubbelgrepen, octaafverdubbelingen!

Die nieuwe speelmanieren zijn er ineens en moeten worden ingestudeerd! Italiaanse violisten hebben daar een een handje van: Tartini c.s.! Om een leuk voorbeeld daarvan op de hoorn te releveren: de vader van Richard Strauss was een gevierd hoornist in de kapel van Meiningen tot het moment waarop zoon Richard zijn eerste Hoornconcert of beter nog: de inleidinig voor "Tijl Eulenspiegel" schrijft. Pa riep: "dat kan helemaal niet, dit is onspeelbaar!" Tot Pa het na flink studeren feilloos kon!
Kijk, zo ontwikkelt een instrument zich, maar vooral ook de bespeler!

Toch heeft de negentiende eeuw de naam van grote technische vooruitgang voor instrument en instrumentalist. En dan met name voor de piano die via een lange weg van virginaal, clavichord, clavecimbel en fortepiano zich heeft ontwikkeld tot de glanzende vleugel die we in de etalage van de muziekhandel zien staan! En ik vind het aardige in deze ontwikkeling dat een aantal tussenfasen in die ontwikkeling zoals clavichord en clavecimbel een vaste plaats in het repertoire hebben ingenomen, met uiterst respektabele muziek die nooit door een ander instrument moet worden uitgevoerd. Bij Bach behoort alle klaviermuziek tot hij de gelijkzwevende temperatuur accepteert op een klavecimbel thuis, daarover bestaat geen twijfel!

Het is al geschreven: de negentiende eeuw is de eeuw van de Etude. Dat komt door de verbeteribng van de instrumenten, met uitzondering van de viool c.s. Op alle fronten blijken klavierinstrumenten, blaasinstrunmenten en tokkelinstrumenten meer te kunnen dan aanvankelijk was gedacht. Dat komt voor een groot door de inventiviteit van de bespeler, anders gezegd: het instrument ontwikkelt zich dank zij de bespeler.

Slechts een klein deel van al die Etudes is het gelukt aan het gangbare model van de "Fingerübung" te ontstijgen.
Dat zijn de "Caprices" voor viool van Paganini, de "Symphonische Etuden" van Schumann,de "Paganinivariaties" van Brahms, de Concertetudes van Liszt en Chopin en eindeloos zoveel meer. Onder de titel Concertetude verstaan we de Etude die op het podium gespeeld kan worden.

De vervolgaflevering van deze bijdrage is gewijd aan de 24 Etudes van Frédéric Chopin (1810-1849), in twee bundels verzameld, opus 10 en 25. Mijlpalen in de geschiedenis van het pianospel. En waarom nu precies 24 in elke bundel? Omdat niet meer toonsoorten zijn in majeur en mineur! Daarover later.

schrijver

Schrijver: Wim Brandse, 18-06-2009

wim.c.brandseatplanet.nl


Geplaatst in de categorie: muziek

Deze inzending is 190 keer bekeken

3/5 sterren met 5 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl