nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (95)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (17)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (10)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (1003)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (71)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (19)
moraal (18)
muziek (413)
natuur (20)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (47)
psychologie (50)
rampen (6)
reizen (13)
religie (119)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 892):

Nicolaas Beets: Onvermogen

Op eenmaal soms ontwaakt in mij,
Wanneer ik 't minst verwachte,
Van schoonheid en van poëzij
De wordende gedachte.

Een onbepaalde en zoete lust
Sluipt hart en aadren binnen,
Als werd ik in de droom gekust
Door een der Zanggodinnen.

Er ruisen tonen om mij heen,
En schone vormen zweven
In glanzig nevelwaas dooreen,
Die mij het hart doen beven.

De schoonste wenkt mij in 't verschiet
Om tot haar door te dringen;
Ik strek mijn armen uit - zij vliedt,
En al mijn snaren springen.

Nicolaas Beets werd geboren in 1814 te Haarlem.
Hij was de zoon van een apotheker. Hij zat op de Latijnse school.
Toen hij 19 was begon hij met zijn studie theologie in Leiden, in 1839 kon hij zichzelf doctor in de theologie noemen.
Tijdens zijn universitaire studie was hij o.a. bevriend met Johannes Kneppelhout en zat hij samen met hem en anderen in een literaire club. Hij was een liefhebber van Bilderdijk. Hij schreef toen gedichten in de stijl van George Byron, Walter Scott en Victor Hugo, wiens werk hij ook nog eens vertaalde. Dit was zijn zogenaamde zwarte, heftige periode, waar hij later smalend over deed alsof het een jeugdzonde betrof.
Ook schreef hij er grotendeels de 'Camera Obscura', tussen neus en lippen door, in 1839 voor het eerst uitgegeven onder zijn bekende pseudoniem Hildebrand. In 1851 verscheen de afgeronde vorm.

In 1835 deed hij niet mee aan een feestelijke maskerade, omdat hij geen geld had of het er niet voor over had. Hij bekeek de stoet van 300 fakkeldragers en 200 studenten in exotische kostuums vanuit zijn kamerraam in de Breestraat. Later schreef hij er een succesvol gedicht over.

Theologen in de dop zijn vaak geen grote feestvierders. Maar hij had grote roem met de 'Camera obscura', het was het populairste boek van de 19-de eeuw. Het staat vol vrolijke verhalen over het Hollandse leven. Maar ja, in 1840 werd hij dominee in de Nederlands Hervormde Kerk te Heemstede. Hij trouwde met Aleida van Foreest, een zus van een studievriend. Hij richtte een basisschool op en hij liet officieel weten dat hij los van Byron was, want zoiets was niet te rijmen met zijn ambt, vond hij. Had hij maar wat anders gestudeerd in Leiden, dan was zijn poëtische geschiedenis heel wat pittiger en florissanter verlopen. Hij schreef over zijn woonsteden Haarlem en Utrecht, maar zijn gedichten werden slaafse niemandallen in dienst van zijn stichtelijk gesticht, de gevangenismuren van zijn kerkelijke waanbeelden, geestdodend, inspiratieloos. Vele gortdroge, leesonwaardige, zielloze godsdienstverzen volgden. De man gooide zijn talent te grabbel door een dogmatische waanzinnigheid, voor zijn bron van inkomsten, dat is pas je ziel aan de duivel verkopen!
Hij had de romantische dichter in zichzelf gewurgd! Zijn latere werk werd dan ook als onleesbaar beschouwd, kijk, dát is humoristisch!

In 1854 werd hij dominee in Utrecht. In 1856 stierf zijn vrouw pal na de geboorte van hun negende kind. Drie jaar later trouwde hij met een jongere schoonzuster genaamd Jacoba Elisabeth van Foreest, met wie hij samen nog zes kinderen kreeg.

Hij ontdekte de verloren gewaande gedichten van Anna Roemer Visscher, wat wel weer heel bijzonder is.
In 1884 moest hij zijn ambt als dominee neerleggen.
Hij was één van de dominee-dichters, die door Frederik van Eeden in 'Grassprietjes' geparodieerd werden.

De Tachtigers maakten gehakt van hun deugdzame naäperij, hun identiteitsloze, oeverloze, oppervlakkige gezwets. Betweterig, opdringerig, tiranniek preekgedrag botweg gegoten in dichtvormen, die het als zwakke magen direct weer uitkotsten, stompzinnige leegte achterlatend.

Hij stierf in 1903 aan een hersenbloeding in zijn woning te Utrecht, Boothstraat 6.

In 1962 kwam er een Hildebrandmonument in het Haarlemmerhout en hij staat op een afstand daar naar te kijken, want ja, als hij die weg nu eens had doorgezet...

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 25-11-2010


Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 151 keer bekeken

1/5 sterren met 1 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl