nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (95)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (17)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (10)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (1000)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (496)
maatschappij (71)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (19)
moraal (18)
muziek (413)
natuur (19)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (47)
psychologie (50)
rampen (6)
reizen (13)
religie (119)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 904):

E.J. Potgieter: Holland

Holland

Grauw is uw hemel en stormig uw strand,
Naakt zijn uw duinen en effen uw velden,
U schiep natuur met een stiefmoeders hand,
Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!

Al wat gij zijt, is der Vaderen werk;
Uit een moeras wrocht de vlijt van die helden,
Beide de zee en den dwingland te sterk,
Vrijheid een tempel en Godsvrucht een kerk.

Blijf, wat gij waart, toen ge blonkt als een bloem;
Zorg, dat Europa den zetel der orde,
Dat de verdrukte zijn wijkplaats u noem',
Land mijner Vaad'ren, mijn lust en mijn roem.

En wat de donkere toekomst bewaart,
Wat uit haar zwangere wolken ook worde,
Lauw'ren behooren aan 't vleklooze zwaard,
Land, eens het vrijst en gezegendst der aard.

Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in 1808 te Zwolle.
Zijn vader was lakenhandelaar.
Hij had een zeer gelukkige kindertijd in de Zwolse binnenstad, maar geldnood bij zijn ouders maakte dat hij op zijn dertiende naar Amsterdam ging. Toen moet er iets in hem geknakt zijn, gevoelig als hij was. In feite moest hij zo vroeg al zijn eigen brood gaan verdienen. Hij belandde bij zijn tante Wilhelmina van Ulsen, die samenwoonde met juffrouw Van Hengel, een beheerster van een leerhandel. Hij werd opgeleid tot leerhandelaar. Zijn tante leerde hem Frans, Engels en Duits. Tevens leerde ze hem de kneepjes van het handelsvak. Hij zou levenslang een handelsman blijven en in zijn vrije tijd de literatuur bedrijven. Zijn kennis heeft hij zichzelf autodidactisch eigen gemaakt. Van 1827 tot 1830 verbleef hij met zijn tante in Antwerpen en stortten zij zich op de suikerhandel. Daar sloot hij vriendschap met de belangrijke Jan Frans Willems.

In 1828 publiceerde hij zijn eerste gedichten in het tijdschrift 'Apollo'. Na Antwerpen gingen ze terug naar Amsterdam, waar hij contact maakte met vele dichters, o.a. Aernout Drost en R.B. van den Brink.
In 1832 zat hij een jaar in Zweden (handelsbetrekking), waar hij zich verdiepte in de Scandinavische literatuur en met name in de poëzie van Tegnèr. Eerder had hij zich al verdiept in de poëzie van John Keats en Shelley. Hij was zijn eigen leermeester.
In Zweden ontmoette hij zijn grootste vrouwelijke ideaal in de vorm van Hilda Prytz, maar deze ideale vrouw trouwde met een rijke koopman. Zijn ideaalbeeld spatte als een zeepbel uiteen.
Hevig gedesillusioneerd keerde hij terug naar Amsterdam, waar hij zich hals over kop als een werkverslaafde wijdde aan de literatuur, ook om zijn teleurstelling in de liefde te vergeten. Hij had contact met Jacob van Lennep en met andere dichters verzorgde hij van 1833 tot 1836 het tijdschrift 'De Muzen'.
Van 1837 tot 1865 was hij redactielid van het beroemde tijdschrift 'De Gids'.

In 1836 verscheen zijn debuutwerk 'Het Noorden, in omtrekken en tafereelen'. Hij was altijd sterk beïnvloed door zijn grootste idool P.C. Hooft. Zijn werk was kritisch en melancholisch. De term 'Jan Salie' heeft hij bedacht. Hij had een gruwelijke hekel aan de traagheid van de 19-de eeuwse volksgeest, die bol stond van lamlendigheid, dadeloosheid en kleinburgerlijkheid. In 1865 publiceerde Busken Huet in 'De Gids', maar de meerderheid van de redactie wenste dat niet meer, omdat hij het koningshuis en Thorbecke zou beledigen, dus pakte Huet zelf zijn biezen. Potgieter volgde hem uit solidariteit.

Samen gingen ze op reis naar Florence, waar de Dante-feesten plaatsvonden ter ere van zijn 600-ste geboortedag.
In 1668 verscheen 'Florence', een groot gedicht. Potgieter hield van idealistische, bevlogen literatuur. Hildebrand kraakte hij af, dat was gestolen prutwerk.

Hij is zijn hele leven vrijgezel gebleven, tot zijn grote verdriet, omgezet in driftig schrijven, met in zijn laatste eenzame jaar als slotakkoord 'De nalatenschap van de landjonker'. Verzinsels ter opvulling van de werkelijke leegten, totdat hij in 1875 stierf en zijn benauwende verlatenheid achter zich liet.

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 05-12-2010


Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 993 keer bekeken

3/5 sterren met 3 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl