nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (3)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (16)
filosofie (114)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (7)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (954)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (6)
kerstmis (8)
kinderen (19)
koningshuis (7)
kunst (37)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (70)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (16)
moraal (18)
muziek (412)
natuur (19)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (43)
psychologie (46)
rampen (5)
reizen (12)
religie (118)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (19)
werk (12)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 914):

Jacobus van Looy: Mijn alleroudst verhaal...

Mijn alleroudst verhaal heb ik verzwegen

Gebeurd verhaal, verhaal van jaren hèr,
Wat zuster deed met mij? Hoe ik als kind,
Jongste van arm gezin, soms, vader blind
Geleidde door het stadje, her en dèr.

Hoe 'k op zijn schouders zat dan, hoog en vèr
Uitkeek, voor hem; voor gracht en stoep gezwind
Waarschuwen moest; en hoe zich vasthield 't kind
Lach-vreezende uit zijn oogjes als gestèr.

Oude geschied'nis door een brief aan 't gloren...
O leven waar niet veel raakt in te loore...
Herdenken wij de sprook van vader, zoon:

Zie me dat kind eens aan, zijn wonder-loon...
Dat zitten op de schouders van een blinde,
Den langen weg door nacht en zon en winden.


Jacobus van Looy werd geboren in 1855 te Haarlem.
Zijn ouders heetten Kee van der Vegt en Johannes Jacobus van Looy.
Zijn moeder was voordrachtskunstenares en zijn vader was een timmerman, verarmd door zijn blindheid.
Toen hij vier was stierf zijn moeder en toen hij vijf was stierf zijn vader. Een kindertrauma, waar hij nauwelijks overheen kwam. Na de dood van zijn vader kwam hij als weesjongen in het gereformeerde Burgerweeshuis terecht (nu het Frans Hals-museum) en zou daar tot zijn 21-ste blijven. Hij moest wat voor de kost doen, dus werd hij op zijn elfde leerling-letterzetter, kinderarbeid dus, maar hij vond er geen fluit aan, dus zorgde hij ervoor dat hij ontslagen werd.
Zijn volgende job was leerling huis- en rijtuigschilder, wat hem wel beviel. 's Avonds ging hij naar de Burgeravondschool. Van 1867 tot 1872 volgde hij tekenlessen bij de kunstschilder D.J.H. Joosten. Deze weldoener kwam voor hem op bij de leiding van het weeshuis, om hem op hun kosten naar Amsterdam te laten gaan. Dat gebeurde en hij volgde eerst de middelbare opleiding handtekenen en in 1877 ging hij studeren aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam. Daar ontmoette hij zijn leermeester August Allebé.

Met Willem Witsen (spil van de Tachtigers en vermogend), Maurits van der Valk en Antoon Derkinderen richtte hij 'Sint Lucas' op, een kunstenaarsvereniging.
In 1884 won hij de Prix de Rome en van het geld reisde hij naar Italië, Spanje en Marokko.
Terug ging hij wonen in Amsterdam. In 1892 trouwde hij met Titia van Gelder, wat hem redde van een chronisch pessimisme, al werd zijn werk- en leefstijl minder wild, getemd door de huwelijkseisen.

In 1885 verscheen zijn gedicht 'Herfst' onder een pseudoniem in 'De Nieuwe Gids', wat iemand anders gedaan had, ik vermoed Willem Kloos, want die had al eens een lofsonnet voor een schilderij van hem geschreven. Jacobus schilderde Kloos en Van Eeden. Dat van Kloos is verdwenen of ligt nog ergens verstopt in Amsterdam of Den Haag.

Hij verhuisde met zijn bruid naar Soest en in 1901 had hij zijn eerste grote schilderijententoonstelling in 'Arti et Amicitiae' (A'dam).
In 1907 ging hij met zijn vrouw naar Haarlem terug.

Zijn poëzie is beïnvloed door Jacques Perks gedichten, die hij ooit cadeau kreeg van zijn goede vriend Jan Veth. Daardoor begon hij zijn eerste sonnetten te schrijven. Via de letterkundige vereniging 'Flanor' werd hij vriend van Frederik van Eeden, Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel en Albert Verwey.
Naast dichter en kunstschilder was hij ook prozaïst en toneelvertaler.
In 1909 werd hij redacteur van 'De Nieuwe Gids'. Hij beminde Café Mast aan het Rembrandtsplein, dat zo ongeveer de stamkroeg van de Tachtigers was; hij maakte er een olieverfschilderij van, een ets en een beroemd sonnet.

De laatste jaren van zijn leven schreef hij zijn autobiografische trilogie; 'Jaapje', 'Jaap' en 'Jacob'. Dit diepte-onderzoek in een geïsoleerde sfeer kostte veel van zijn draagkracht en de draaglast bezorgde hem dan ook een zware zenuwinzinking. De confrontatie met zijn onverwerkte kindertrauma maakte in korte tijd een wrak van hem. Had hij zijn vriend Van Eeden, die psychiater was, maar geraadpleegd.

In 1929 werd hij nog in een ziekenhuis geopereerd, maar dat baatte niet, want hij stierf in februari 1930, rijke schatten achterlatend.

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 14-12-2010


Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 205 keer bekeken

3/5 sterren met 3 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl