nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (95)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (17)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (10)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (1002)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (71)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (19)
moraal (18)
muziek (413)
natuur (20)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (47)
psychologie (50)
rampen (6)
reizen (13)
religie (119)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 1362):

Fictie en/of waarheid?

Bij sommige verhalen vraag je je af: “Is het nu waargebeurd of verzonnen?”

In het tv-programma “Boeken” gebruikte een auteur tegenover presentator Wim Brands de term “gefictionaliseerde waarheid”. Hij doelde op de situatie dat een verhaal over een waargebeurd voorval zo ongeloofwaardig is, dat je het beter niet op kunt schrijven. Het risico dat lezers het kwalificeren als onzin is te groot. Volgens hem was de oplossing: datzelfde verhaal verpakken als fictie. Hij deed dat kennelijk met succes, want hij had een belangrijke literatuurprijs gewonnen.

Hoe dun de scheidingslijn tussen realiteit en fictie is, merkte ik ooit tijdens een stage bij een tijdschrift. Omdat schrijftalenten niet gelijkelijk zijn verdeeld, bewerkte de redactie ingestuurde verhalen. Met de stijl van bepaalde inzenders raakten redacteurs op een gegeven moment zo vertrouwd, dat ze namens hen een verhaal konden schrijven alsof het origineel was. Dat kwam van pas in stille tijden. De hoofdredacteur liet dan stagiaires mensen opbellen en aan de hand van enkele woorden werd er een zogenaamd interview uitgeschreven. Of het werd een zogenaamd ingezonden stuk van die persoon. De aangevers vonden dat best, zeker als zij door lezers werden gecomplimenteerd. Een magazine volschrijven bleek minder een kwestie van inspiratie dan van gedisciplineerd tekst produceren. Voor hemelbestormen was daarom geen plaats.

Het tweede dat ik oppikte, was dat fictie bij ons lezerspubliek beter aansloeg dan een authentiek verhaal. Het succes van roddelbladen, die daarin enigszins doorslaan, schuilt in het geven van een verzonnen draai aan een waargebeurd verhaal. Dit brave tijdschrift echter gebruikte een goede mix van authentieke gebeurtenissen en toegevoegde fictie. De hoofdredacteur had zich laten inspireren door zijn vroegere geschiedenislessen. Op school viel hij in slaap bij een bepaalde historische gebeurtenis, terwijl hij thuis geboeid keek naar een opgeleukte verfilming daarvan op tv.

Dat journalistieke intermezzo is van lang geleden. Tegenwoordig heb ik contact met mensen die mijn passie voor misdaadverhalen delen. In Engeland komen gepassioneerde (amateur)detectiveschrijvers samen om elkaars werk te lezen bij een glas rode port. Het continent kent zulke clubs niet; ik koester het dat ik met een paar andere zondagschrijvers per e-mail teksten uitwissel. Zonder de rode port weliswaar. Een verrijking is, dat enkelen beroepsmatig in het beweeglijke veld van het strafrecht werken.

Met van hen geleende wijsheid kom ik nu bij het onderscheid “authentieke misdaadjournalistiek” en “fictieve misdaadverhalen”. Neem de tv-uitzendingen van “Petew Ew de Vwies”; ondanks de knappe inhoud zijn die ware verhalen saai. De verhaallijn in zo’n authentiek verhaal is veelal warrig. Maar laat dat nu kenmerkend zijn voor ieder authentiek misdaadverhaal! De oorzaak is daarin gelegen, dat het leven zelf ook niet langs een strakke lijn verloopt. Onderweg zijn er teveel variabelen, waarop een misdaadjournalist geen invloed heeft. Hij verslaat alleen wat hij ziet. En dat is - naar de realiteit - meestal enigszins warrig. En dan het slot; dat kan hij uiteraard niet zelf schrijven. Hij moet ook maar zien hoe het afloopt. Zo'n authentiek einde is nooit zo logisch als in een fictief misdaadverhaal.

Dat laatste vergt aparte vaardigheden van de schrijver. Het moet allereerst "kloppen" van kop tot staart. Gelukkig heeft de schrijver alle variabelen daartussen zelf in de hand. Ook het kristalheldere slot zit al in zijn hoofd. Daarom kunnen scenarioschrijvers een verzonnen tv-misdaad in drie kwartier proppen. Het verhaal volgt daarbij nauwkeurig een onwaarschijnlijk logische lijn.

De vuistregel kan dus zijn: is het verhaal warrig... grote kans dat het authentiek is. Klopt het als een bus... gegarandeerd fictie!

Dat komt tot uiting in de wederwaardigheden van de detectives Holmes en Poirot. Hoe adembenemend ook, juist die perfect verlopende verhaallijn herinnert eraan, dat het allemaal fictie is. Daarom kan de doorsnee lezer prima slapen na zo'n moordverhaal. Het was spannend en eng, maar gelukkig niet waar.
Dat is andere koek als Peter R. de Vries zijn tv-uitzending besluit. Het verhaal hobbelde van de ene barrière naar de andere en na afloop is menige kijker niet alleen moe, maar ook een beetje aangeslagen. Als kijker (en lezer) ben je begaan met het bestaande slachtoffer in een realistisch verhaal.

Het succes van criminelen schuilt minder in logica, dan in de kunst van het improviseren. Ze slaan toe op een moment, dat niet hoeft te zijn voorbereid. Een mooi voorbeeld is de verslaggeving over de overval op een Brink's filiaal in Amsterdam (2011). Warrigheid ten top; allicht, want de politie kon er geen touw aan vastknopen. De overval was perfect voorbereid, maar de kink in de kabel was dat niet. Op de vlucht naar het zuiden, vloog de auto van de criminelen in brand en verloren ze een groot gedeelte van de buit. Een van hen raakte deerlijk gewond; niet door politiekogels, maar door de botsing tegen de vangrail! Niks voorbereiding, maar een opeenstapeling van toevalligheden. Maar wel authentiek.

In verzonnen verhalen echter (zoals de CSI-series op tv) komen dergelijke variabelen niet voor. Na drie kwartier wordt de boef gepakt. Alles gaat in een fictief verhaal van een leien dakje.

Een apart soort wareverhalenvertellers zijn de klokkenluiders. Zodra zij voor de draad komen met hun verhaal, slaat het ongeloof toe. Tot overmaat van ramp is niemand blij met hun verontrustende boodschap. Om gehoor te krijgen, moet je kennelijk opleuken wat eigenlijk serieus is. Neem nou die cabaretier, die in 2010 twitterend een telefoonprovider op de hak nam. Terwijl de lezers het nauwelijks droog hielden van het lachen, viel de munt: wat een flutprovider! De imagoschade voor T-mobile werd berekend op ruim twee ton. Opgeleukte waarheid!

Diezelfde grappenmaker bespotte in een oudejaarsconference (1989) een alcoholvrij biermerk. Het publiek lag dubbel van de lach, maar zonder een druppel te hebben geproefd stond vast: wat een flutbier! Vaarwel Buckler…

Aan commentaren op verhalensites is te zien dat ook daar fictie wel eens voor authentiek wordt aangezien. En omgekeerd wordt van een serieus verhaal weleens gedacht: leuk verzonnen.

En wie weet kwam dit uit mijn dikke duim!

schrijver

Schrijver: harrem, 02-03-2012



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: taal

Deze inzending is 305 keer bekeken

2/5 sterren met 5 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl