nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (17)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (10)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (986)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (496)
maatschappij (71)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (17)
moraal (18)
muziek (413)
natuur (19)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (47)
psychologie (47)
rampen (6)
reizen (13)
religie (119)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 4):

Onethisch

Het is mij de laatste tijd opgevallen dat steeds meer psychologen en psychiaters in het openbaar uitspraken doen over het psychisch functioneren van bekende Nederlanders. Een schrijnend voorbeeld levert het artikel van Frans Bosman in Het Parool van 30 03 2002 dat ik hieronder in zijn geheel weergeef voor de geïnteresseerde lezer*.

Het is zonneklaar dat het in het openbaar brengen van je mening als behandelaar tegen de beroepsethiek indruist als dit eigen cliënten betreft.

Mijns inziens is dit echter ook verwerpelijk als je als vakman/vakvrouw dit doet als het niet je eigen cliënten betreft.

Kan men zeggen dat als het de eigen cliëntèle betreft de uitgesproken visie zal berusten op een (op basis van zelf waargenomen feiten gestelde) diagnose, in het geval van mensen die men slechts via de media kent is dat beslist niet het geval.

Ik beschuldig de volgende personen ervan dat zij ten onrechte hun mening als 'deskundige' aan een journalist geven over het psychische functioneren van de coming man in de Nederlandse politiek Pim Fortuyn:

Riëtta Oberink, docente psychologie UvA
Iki Halberstadt-Freud, psychotherapeute te Amsterdam
Woordvoerster NVVP te Utrecht
Johannes Stuyling de Lange, therapeut te Amsterdam
Magrieta Linders, psychotherapeute te Duivendrecht
Douwe Jongbloed, psycho-analyticus te Amsterdam

Mijns inziens overschrijden zij een grens van wat betamelijk is voor een professioneel beoefenaar van de psychologie/psychiatrie.

Wat drijft deze mensen?
Mogelijk zijn zij er ingeluisd door de journalist Bosman: dat zou dan op een zeker mate van naïviteit bij hun kunnen wijzen.
Mogelijk zijn zij nogal narcistisch ingesteld en voelen zij zich een hele Piet/Riet om hun mening, zelfs als dat te onpas is, te kunnen geven.
Mogelijk spelen er andere motieven, die ik niet ken zonder hen gesproken te hebben, een rol.

Ten overvloede: zij zijn als iedere Nederlander vrij hun mening te hebben en te uiten, maar niet in hun hoedanigheid van psycholoog/psychiater. Daarvoor gelden terecht ethische grenzen, die zij in mijn visie overschreden hebben.

Een vorm van laakbaar gedrag, waar de beroepsverenigingen van de betrokkenen tegen op dienen te treden.

Johan L.H. Mostertman



*Pim nu ook voer voor psychologen

door Frans Bosman

AMSTERDAM - Studenten van de programmagroep klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam volgen met steeds meer belangstelling de carrière van Pim Fortuyn, de goeroe van de Nederlandse politieke onvrede.
''Diagnostiek is een vorm van voorspellen,'' zegt universitair docent Riëtta Oberink. ''En mijn studenten vinden het in dit geval nog eens reuze spannend ook.''
Haar studenten zijn in de discussies bij de koffie afgestapt van het idee dat Fortuyn psychopatische trekjes heeft. Maar Oberink ziet wel een narcistische en theatrale stoornis. Ze voegt daar meteen aan toe dat je eigenlijk niets kunt zeggen van iemand die je nooit ontmoet hebt, 'maar het is interessant om naar hem te kijken'.
Fortuyn voldoet aan alle vereisten. ''Narcisten kunnen slecht tegen kritiek. Bij het laatste lijsttrekkersdebat was het slotapplaus niet voor hem, maar voor Paul Rosenmöller. Dat deed hem zo'n pijn dat hij zijn microfoon afdeed en de uitgestoken hand van Rosenmöller weigerde. Maar zelfs dat had iets van een performance.''
Mensen met een theatrale stoornis willen in het centrum van de belangstelling staan, doceert Oberink. Ze zijn verleidelijk, charmant en letten erg op hun uiterlijk. Dat ziet ze ook bij Fortuyn. ''Hij flirt met camera en publiek, draagt mooie pakken, flamboyante stropdassen en zorgt dat zijn koppie mooi glad geschoren is. Bij zulke mensen denk je vaak dat ze een toneelstukje opvoeren. Dat heel overdreven reageren heeft er ook mee te maken. Net als het gemakkelijk bijstellen van zijn mening, de inconsequenties in zijn uitspraken en het feit dat hij zich gemakkelijk laat beïnvloeden.''
Iki Halberstadt-Freud, psychotherapeute in Amsterdam, is auteur van Mannen en moeders. In dat boek beschrijft ze dat moeders hun zoontje op handen kunnen dragen, maar dat het jongetje uiteindelijk wel moet doen wat zij zegt. Dat is slecht voor de eigenwaarde van het kind. Zij noemt Pim Fortuyn 'heel krenkbaar'. Dat heeft ondanks al zijn bluf met 'zijn wiebelige gevoel voor eigenwaarde' te maken. Aan de ene kant is hij een verwend jongetje, aan de andere kant is hij erg onzeker, zegt ze.
Ook Halberstadt-Freud spreekt van een narcistische persoonlijkheid. Die is volgens haar overigens vaker bij mannen en met name bij homoseksuele mannen te zien. Wanneer iemand het beestje op zijn kwetsbare plek raakt, wordt het woedend en gaat het bijten. Dat merkte Paul Rosenmöller van GroenLinks, toen hij de zwakke plek van Fortuyn op de televisie had blootgelegd.
Volgens de Amsterdamse psychotherapeute Iki Halberstadt-Freud provoceert Fortuyn. Hij gaat het gevecht aan en praat niet in 'de bescheten taal' van andere politici. Hij doet hetzelfde als Reve, zegt ze. ''Toen die riep dat je alle zwarten moet doodknuppelen, viel iedereen over hem heen.'' Fortuyn trekt veel aandacht en dat is heerlijk voor zijn gevoel van eigenwaarde. Maar het leven van een politicus die niet tegen kritiek kan, wordt een hel, weet ze.
In zijn autobiografie Babyboomers stelt Fortuyn dat hij als kind het liefst bisschop, kardinaal of nog liever paus wilde worden. Later liet hij weten ook wel wat voor de functie van koningin te voelen. Inmiddels is dat minister-president van Nederland geworden. ''Dat hele opgeblazen gedoe hoort bij een narcistische stoornis,'' zegt Riëtta Oberink. ''Net als het idee: ik ben zo belangrijk dat de mensen niet om me heen kunnen.''
Fortuyn voelde zich vanaf het begin anders en afwijkend, schrijft hij in zijn autobiografie. Zijn vader hield van hem 'maar kon niet tegen dat afwijkende'. ''Mijn vader wilde altijd zijn als zijn omgeving, ik juist niet. Ik was altijd bijzonder, in kleding, spraak en gedrag.'' Het doet hem nog steeds pijn dat zijn vader, die onlangs overleed, hem in de steek liet in zijn afwijkendheid. Zijn moeder stimuleerde dat afwijkende gedrag juist wel, schrijft hij. ''Ik, het bijzondere jongetje dat nergens in en bij paste, moeders mooie, chique prinsje . . .''
Het humeur van Fortuyn kan snel omslaan, van vriendelijk naar verontwaardigd. Vrienden zijn opeens vijanden. Dat zou, volgens een woordvoerster van de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten in Utrecht, kunnen wijzen op een borderline profiel, iemand die op de rand van schizofrenie balanceert. ''Het kan ook duiden op hechtingsproblemen.''
Natuurlijk horen veel van de uitspraken tot 'de psychologie van de koude grond' en zijn de meeste therapeuten niet bereid het geval Fortuyn professioneel te belichten. Zo wenst Ad Kerkhof, hoogleraar klinische psychologie aan de VU, niet in diagnostische termen over Fortuyn te spreken, 'hoewel mijn vingers soms jeuken'. Kerkhof: ''Ik mag het gewoon niet. Ik weet wel dat ik niet op hem ga stemmen. Dat heeft niet met zijn persoonlijkheid, maar met zijn partijprogramma te maken. Hoewel . . .''
Ook cliëntgerichte therapeut Johannes Stuyling-de Lange in Amsterdam wil zich zonder een persoonlijkheidsonderzoek niet wagen aan uitspraken. ''Maar als je hem op televisie ziet, weet je wel wat voor man het is.''
Psychotherapeute Margrieta Linders in Duivendrecht noemt Fortuyn 'een enige, maar moeilijke man'. Dat hij mogelijk aan stoornissen lijdt, zal haar een zorg zijn. ''Wat doet het ertoe dat hij misschien een paar pathologieën heeft. Als hij zijn werk maar goed doet.''
Linders denkt dat hij het best kan worden omschreven als 'inconsequent'. ''Als ik hem hier op de sofa had, zou ik hem met zijn neus op die inconsequenties drukken.'' Dat Fortuyn zichzelf ziet als iemand die is gezonden met een missie, hoeft volgens haar nog niet op een messiascomplex te duiden. ''Ik geloof dat hij zoiets speciaal voor Andries Knevel heeft gezegd. Hij vindt wel dat hij een taak heeft in dit leven.''
Ooit ging professor Pim zelf in therapie om van zijn heftige en steeds terugkerende darmkrampen af te komen. Op de sofa van dokter Rens werden zijn jeugdtrauma's doorgenomen: de strakke zindelijkheidstraining van zijn moeder, de dood van zijn broer en zijn verlatingsangst, waardoor hij later zelf het initiatief nam om anderen aan de kant te zetten. 'De analyse heeft van mij geen gelukkiger mens gemaakt, wel heel sadder and wiser,' schrijft Fortuyn.
De Amsterdamse psychoanalyticus Douwe Jongbloed vindt dat Fortuyn er reuze van is opgeknapt. Jongbloed kent Fortuyn van zijn studententijd bij de VU en het katholieke studentencorps Thomas van Aquino in Amsterdam. Hij wil geen uitspraken doen over zijn psychische gesteldheid, maar vond hem destijds 'erg zielig'. ''Hij deed vreselijk zijn best, maar werd niet geaccepteerd. Hij was een nette man, timide en teruggetrokken, met soms van die merkwaardige doorbraken. Dan zat je met zijn zessen ergens over te praten, en dan maakte hij ineens zo'n opmerking die nergens op sloeg. Wanneer daarop gereageerd werd, kreeg hij de schurft in.''
Fortuyn had ook toen al lange tenen. ''Hij was zo snel beledigd dat iedereen met een grote boog om hem heen liep.'' Dat had niets met zijn homoseksualiteit te maken, stelt Jongbloed. ''Dat wist ik toen ook nog niet. Nu loopt hij met zijn avontuurtjes te koop. Dat provocerende had vroeger iets veel zieligers. Dat je dacht: jongen, doe dat nou toch niet.'' Nu komt Fortuyn uit voor zijn grootheidswaan en laat hij zich nauwelijks corrigeren door de realiteit, vindt de psychoanalyticus. ''Dat vinden zijn fans juist zo eerlijk van hem.''
Terug naar de studenten van de programmagroep klinische psychologie en hun docent Riëtta Oberink. Zit er geen gevaar in wanneer een man met zulke stoornissen minister-president van Nederland wordt?
Oberink: ''Gevaarlijk? Het zou niet prettig zijn als hij aan de macht komt, maar ik denk niet dat het zo ver komt. Of de kiezer trapt er niet meer in, of hij raakt zelf in paniek en vindt het ineens niet leuk meer. Ik denk dat het voor hem eindigt in een zware depressie.''

© Het Parool, 30-3-2002

Illustratie: Pim Fortuyn

schrijver

Schrijver: Johan Mostertman, 05-04-2002


Geplaatst in de categorie: moraal

Deze inzending is 5107 keer bekeken

4/5 sterren met 64 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn 3 reacties op deze inzending:

Naam:Koch Johannes
Datum:28-04-2003
Emailadres:yokoyohathotmail.com
Bericht:Psychologen in de media
een zwaard dat aan twee kanten snijdt



In het jaar 2002 was er in Nederland veel opschudding. Een omstreden politicus, de radicale populist Pim Fortuyn, is zo populair als nooit tevoren. Met oog op de aanstaande verkiezingen zijn veel Nederlanders sterk verontrust. Er wordt een horrorscenario gevreesd, wanneer deze ‘gevaarlijke’ man met zijn partij intrek zal nemen in de Nederlandse regering. De media werpen zich gretig op deze kwestie, die in Nederland zo sterk de gemoederen beroerd, en er ontstaat een soort hetzecampagne op Fortuyn. Ook psychologen blijven hierin niet onbetrokken.
In ‘Het Parool’ (30-3-2002) verschijnt een artikel waarin verschillende gerenommeerde klinisch psychologen hun mening geven omtrent de persoonlijkheid van Pim Fortuyn.
Een universitaire docente uit Amsterdam meent bij Fortuyn een narcistische en theatrale persoonlijkheidsstoornis te kunnen onderkennen. Een psychotherapeute voegt hieraan toe dat Fortuyn ‘heel krenkbaar is, wat ondanks al zijn bluf te maken heeft met zijn wiebelige gevoel voor eigenwaarde’. Het wisselende humeur van Fortuyn wijst volgens een psychologe uit Utrecht op een borderline-persoonlijkheidsprofiel, maar kan ook beschouwd worden als het gevolg van een hechtingsstoornis. Eerstgenoemde docente voorspeldt in het interview dat de politieke carrière van Fortuyn wel eens zou kunnen eindigen in een zware depressie... Deze voorspelling is niet uitgekomen, Fortuyn werd ... vermoord.....


Psychologen in de media

In de laatste jaren verschijnen steeds meer psychologen in de media. Ze worden uitgenodigd om in talkshows en reality-programmas zoals Big-Brother zogenaamd ‘professioneel’ commentaar te geven. Op de radio en in tijdschriften mogen ze wetenschappelijk verklaringen geven bij de meest verschillende maatschappelijke en sociale fenomenen, gaande van gevolgen van de aanslag van 11 september tot vragen over wat men mag denken van mensen die reeds aan groepseks doen voordat ze naar hun werk gaan. Ze moeten vertellen wat er omgaat in het hoofd van een kindermoordenaar of uitleg geven over de psyche van beroemde persoonlijkheden. De meeste tijdschriften hebben reeds een psychologische rubriek waarin bv advies gegeven wordt over hoe men het best zijn partner op leugenachtig gedrag kan betrappen, en waar men steeds een leuk testje vindt om de zelfkennis te verhogen....
Voor veel psychologen is deze trend heugelijk nieuws, ze kunnen gemakkelijk een centje bijverdienen en ze krijgen gratis promotie en bekendheid.
Maar hoe professioneel is dit optreden van de psycholoog in de media wel? Is zijn handelen nog ethisch verantwoord? Of wordt hij het slachtoffer van de sensatiebegeerte van de brede massa, waarvan gretig gebruik gemaakt wordt door uitgevers, die zoveel mogelijk winst nastreven en niet stilstaan bij ethische principes? Wat spreekt tegen een rol van psychologen in de media en wat spreekt ervoor? Bestaan er wel richtlijnen voor een ethisch verantwoorde bijdrage?


Wat spreekt er tegen het optreden van psychologen in de media?

Het voorbeeld Fortuyn kan beschouwd worden als een toonbeeld van onprofessioneel en ethisch onverantwoord handelen van psychologen in de media. Aan de psychologen die aan het artikel meegewerkt hebben zijn enkele ernstige misstappen te verwijten:
Ten eerste kan de vraag gesteld worden of de psychologen in kwestie wel met voldoende respect gehandeld hebben ten opzichte van de betrokkene. Men kan ernstig betwijfelen of Fortuyn wel vooraf geïnformeerd werd over het veeltal aan diagnoses die met betrekking tot zijn persoonlijkheid werden gesteld, en bovendien is het de vraag of deze laatste wel toestemming gegeven zou hebben voor een publicatie van deze gegevens. Het feit dat dit artikel verschenen is kan in deze context betracht worden als een duidelijke inbreuk op de privacy van de betrokkene. Verder is de opmerking op zijn plaats dat de geinterviewden wellicht verkeerd gebruik gemaakt hebben van hun deskundigheid, in de zin dat vermoedelijk geen van hen voldoende vertrouwd was met het psychisch welbevinden van Pim Fortuyn om er een professioneel oordeel in de vorm van een psychiatrische diagnose aan vast te knopen. Dit wijst op een sterke vooringenomenheid en grote subjectiviteit bij de bevraagde clinici, wat zeker geen indicatie is voor professioneel psychologisch werk. Door eventuele schade die bij Fortuyn kon, of beter ‘is’ ontstaan te negeren hebben de personen waarvan hier de rede is hun verantwoordelijkheid als psycholoog veronachtzaamd. Zij hebben hun medewerking verleend aan een hetzecampagne die voor Pim Fortuyn uiteindelijk fataal is geworden en met hun moreel onverantwoord gedrag heel de beroepsgroep van klinisch psychologen in diskrediet gebracht.

Naast dit illustratieve voorbeeld kunnen nog tal van andere situaties genoemd worden waarin psychologen aan de media misschien beter hun medewerking zouden ontzeggen, om niet in conflict te komen met morele waarden en ethische principes:
In talkshows en reality-tv wordt vaak het leed van mensen opzettelijk gebruikt om de dramatiek in de show te verhogen en zo kijkcijfers te winnen. Wanneer psychologen hieraan hun medewerking verlenen, geven zij aan de niveauloze en onverantwoordbare praktijken van deze tv-programma’s een ongerechtvaardigde legitimiteit.
Ook het onvoorzichtig beantwoorden van vragen die journalisten stellen is problematisch. De minste journalisten willen het zeer precies weten, en haken af bij te lange antwoorden. De meeste psychologische fenomenen daarentegen vragen om een wat langere uitleg. Onbedachte of te korte antwoorden kunnen tot de illusie leiden van te grote psychologische zekerheid. Psychologen geven de indruk dat er op elke vraag wel een vast antwoord bestaat, en presenteren zich zo als alles- en betweters, terwijl de psychologie in werkelijkheid gekenmerkt wordt door een permanente onzekerheid. Veel psychologen overschrijden bovendien de grenzen van hun deskundigheid wanneer ze uitleg geven bij fenomenen, waarover ze zelf niet veel meer weten dan leken zelf. Op deze manier leidt hun werk tot meer confusie bij het publiek, dan dat het de gewenste verlichting brengt. Wanneer psychologische concepten zonder meer buiten hun relevante context en misschien zelfs verkeerd gebruikt worden, bestaat het gevaar dat de psychologie als iets ondoorgrondbaars of iets magisch gaat beschouwd worden en misschien zelfs een bedreigend karakter krijgt. Psychologen zouden er wellicht beter aan doen om te zwijgen over dingen waarover ze niets kunnen zeggen, om dit mystisch beeld dat van de psychologie is ontstaan niet onnodig te versterken.


Wat spreekt er voor het optreden van psychologen in de media?

Er zijn zeker ook argumenten te geven die opteren voor het optreden van psychologen in de media. In zekere zin is hun bijdrage zelfs onmisbaar voor de psychologie als discipline en voor de gezondheidszorg in het algemeen.
Naast de sensatiebegeerte bestaat er bij het grote publiek ook een werkelijke behoefte aan informatie die door de psycholoog au serieus moet worden genomen. Hij bezit in zekere zin een onderwijsopdracht ten opzichte van de maatschappij, in die zin dat hij relevante en wetenschappelijk correcte informatie kan geven met betrekking tot diverse psychologische verschijnselen. Tenminste wanneer hij over de specifieke kennis beschikt op het betroffen domein, kan de psycholoog een bijdrage leveren bij de wetenschappelijke vorming van de gewone burger.
Verder is het contact van psychologen met de media van onschatbare waarde wanneer het gaat om redenen zoals preventie en de bewustmaking omtrent psychische symptomatologie. Door het geven van correcte informatie betreffende psychische stoornissen en mogelijke problematieken verhoogt de kans dat betrokkenen al in een vroeg stadium zelf hulp zoeken en naar behandeling vragen. Vanuit dit oogpunt neemt de psycholoog juist zijn verantwoordelijk op, door via de communicatiemiddelen die de media ter beschikking stelt, zijn boodschap over te brengen naar de gemeenschap. Hierdoor kunnen heel wat moeilijkheden voorkomen worden en zijn niet enkel de betrokkenen zelf geholpen, maar ook de maatschappij in het geheel.
Men mag niet uit het oog verliezen dat een ethisch verantwoorde omgang met de media ertoe heeft geleid dat psychotherapie door de gewone bevolking nu meer aanvaard wordt, en het taboe op psychische hulpverlening langzaam gebroken wordt.


Bestaan richtlijnen voor een verantwoord optreden in de media? Wat zeggen beroepsethische codes?

Wat betreft het optreden van psychologen in de media kan men opmerken dat de ethische codes in België en in Nederland niet erg concreet zijn. De artikels die een expliciete verwijzing inhouden naar deze situatie zijn erg relatief schaars.
De Belgische code (BFP) expliciteert bv enkel dat ‘...Psychologen die deelnemen aan het opstellen van adviezen in de media, zij deze slechts in algemene termen mogen verwoorden’ (BFP, 4.2.6). De Nederlandse code is wat duidelijker met betrekking tot deze kwestie, in die zin dat het optreden voor de media mee is opgenomen in de definitie van het beroepsmatig handelen van de psycholoog (NIP, I.1.2.1), maar ook in deze code wordt later niet meer naar deze concrete situatie verwezen.
Wanneer men echter de bepalingen in de ethische codes ruim opvat, is het niet moeilijk om er enkele relevante
richtlijnen uit af te leiden die men in het optreden voor de media kan behartigen:

Centraal staat in alle gevallen de eerbied voor de gehele menselijke persoon. Dit houdt in ieder geval in dat men de integriteit van eventueel betrokken personen respecteert en hen niet aantast in hun waardigheid. Hieruit volgt dat men rekening moet houden met eventuele schade die men bij betrokkenen kan veroorzaken (bv schade aan de reputatie) en maatregelen treft om deze te vermijden. Men mag niet ongegrond indringen in het privé-leven van personen, en wanneer persoonlijke gegevens van mensen gebruikt worden in een publicatie dan kan dit slechts na goedkeuring van de betroffen personen.
Verder draagt de psycholoog ook verantwoordelijkheid voor de beroepsgroep van psychologen in het algemeen, en bovendien voor het welzijn van de gemeenschap in haar geheel. Vanuit deze verantwoordelijkheid moet de psycholoog erop letten dat hij geen gedragingen stelt die het vertrouwen in de wetenschap en in de psychologie als discipline kunnen schaden. Dit houdt in dat de psycholoog ook in contact met de media rekening houdt met de beperkingen in zijn competentie en geen opdrachten aanvaardt waarvoor hij deskundigheid mist. Ook moet hij er zorg voor dragen dat hij in zijn beroepsmatig handelen steeds onafhankelijk en objectief kan optreden. Hij verleent geen medewerking aan werkzaamheden die in strijd zijn met de beroepsethische code.

Het is duidelijk dat het contact met de media voor psychologen geen eenvoudige kwestie is. De verleiding is groot en de aandacht voor het ‘psychologische oordeel’ stijgt. Dit neemt echter niet weg dat psychologen ook in deze situatie geacht worden hun morele verantwoordelijkheid te dragen en te handelen conform de bestaande ethische principes en richtlijnen.



Relevante Literatuur:
Klonoff, E. A. (1983). A Star Is Born: Psychologists and the Media. Professional Psychology: Research and Practice, 14, 6, 847-854
Jaeggi, E. & Möller, H. (1997). Die Rolle der PsychologInnen in den Medien. Journal für Psychologie, 5, 1, 59-64
Gardener, S., Briggs, P., & Herbert, C. (2002). The modern media - Avoiding pitfalls, advancing psychology. The Psychologist, 15, 7, 342-345
Bosman, F. (2002, 5 april). Pim nu ook voer voor psychologen. Het Parool



Naam:Johan Mostertman
Datum:08-04-2002
Emailadres:mostertmanatptg.nl
Bericht:Leuk dat iemand de moeite neemt zo uitgebreid en ad rem te reageren!
Ik heb mijn verhaal geschreven als gewone burger zonder mij te beroepen op bijzondere deskundigheden. Ik voel mij in die hoedanigheid ook niet verplicht hoor- en wederhoor toe te passen, iets wat ik uiteraard wel bij een goede jounalistiek vind passen.
Wat mij betreft heeft Frans in zijn betoog op enkele belangwekkende facetten gewezen.



Naam:Frans Roos
Datum:08-04-2002
Emailadres:------------at
Bericht:Wanneer iemand een aantal personen van laakbaar gedrag verwijt en hij wil serieus genomen worden, komt er toch iets meer kijken dan een aantal
suggestieve bevindingen.
Er wordt met de deur in huis gevallen: wie is hij (mij)? In welke hoedanigheid schrijft Johan L.H. Mostertman? Is hij een collega van de genoemde personen, komt hij ook uit het veld van psychologen en psychiaters, of is hij ergens het slachtoffer van? Vragen die een interessant antwoord kunnen geven. Buiten Pim Fortuyn, over welke bekende Nederlanders heeft hij het?
Er worden beschuldigingen uitgesproken op grond van meningen gegeven aan een journalist. Heeft hij dit geverifieerd? De heer Mostertman somt zes personen met werkgever op: heeft hij 'hoor en wederhoor' betracht? In dit geval is 'hoor' gelezen. "Mijns inziens overschrijden zij een grens van wat betamelijk is voor een professioneel beoefenaar van de
psychologie/psychiatrie. "Kennen wij die grens? Dan stelt hij de vraag: "Wat drijft deze mensen?" Vraag het ze! Hij heeft zelf een antwoord: "mogelijk ingeluisd; naïviteit; zijn narcistisch ingesteld." De heer Mostertman bijt in zijn eigen staart door het volgende te schrijven: "Mogelijk spelen er andere motieven, die ik niet ken zonder hen gesproken te hebben, een rol."
Nogmaals: vraag het ze dan!
Als slot, want daar blijkt het dan om te gaan, moeten de beroepsverenigingen optreden tegen een vorm van laakbaar gedrag, aldus de heer Mostertman.
Dit lijkt mij 40 jaar terug. Laat de lezer zelf bepalen of dit laakbaar is of niet en zeker niet door de beroepsverenigingen die niet transparant zijn.
Ik ga de heer Mostertman ook niet aangeven en laat het oordeel over aan de kritische lezer.

Frans Roos
(regelmatige bezoeker van deze site)




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl