nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Categorieën:

(4)
actualiteit (343)
afscheid (15)
algemeen (75)
bedankt (5)
biologie (1)
dieren (22)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (13)
eenzaamheid (5)
emoties (20)
ex-liefde (2)
familie (17)
feest (6)
film (6)
filosofie (26)
fotografie (2)
geld (18)
geschiedenis (5)
geweld (8)
heelal (1)
hobby (8)
humor (106)
huwelijk (3)
idool (6)
individu (9)
internet (18)
jaargetijden (7)
kerstmis (13)
kinderen (48)
koningshuis (14)
kunst (5)
landschap (1)
lichaam (8)
liefde (13)
literatuur (29)
maatschappij (104)
mannen (5)
milieu (5)
misdaad (20)
moraal (23)
muziek (14)
natuur (19)
oorlog (9)
ouderen (5)
ouders (14)
overig (16)
overlijden (9)
partner (3)
pesten (6)
politiek (58)
psychologie (29)
rampen (8)
reizen (12)
religie (22)
school (9)
sinterklaas (7)
songtekst (1)
spijt (3)
sport (86)
sterkte (3)
taal (25)
tijd (15)
toneel (2)
vakantie (12)
verdriet (1)
verhuizen (2)
verjaardag (5)
verkeer (17)
voedsel (17)
vriendschap (5)
vrijheid (9)
vrouwen (19)
welzijn (19)
wereld (8)
werk (12)
wetenschap (8)
woede (7)
woonoord (25)
ziekte (28)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: columns

< vorige | alles | volgende >

column (nr. 1194):

Rareacties

In "Barboze brief" zagen we hoe in het pre-internet tijdperk een blad omging met rare reacties. Door de lange duur, nodig om kwade reacties te behandelen, werd de meeste druk van de ketel afgehaald. In dit digitale tijdperk verschijnen reacties op het internet soms zo snel, dat je je kunt afvragen of het betreffende stuk wel goed is gelezen.

De reacties op mijn zogenaamde "ik-verhalen" zijn fascinerend. Als kind hield ik juist niet van die manier van vertellen. Als het verhaal werd verteld door de ik-figuur, die tevens hoofdpersoon was, dan wist ik op de eerste bladzijde al, dat hij (nooit een zij!) het nog te lezen avontuur had overleefd. Weg verrassing!
Inmiddels wordt een fiks gedeelte van mijn pennenvruchten vanuit het ik-perspectief verteld. Dat heeft er misschien aan bijgedragen, dat sommige lezers ze als autobiografieën zien. Als dat zou kloppen, lijd ik aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. "Ik" is soms vrijgezel, soms een viriele Blauwbaard of een verbitterde weduwnaar. Dat laatste kennelijk het gevolg van de neiging van "ik" om zijn echtgenotes te vermoorden. Kortom, even verscheiden als de manier waarop een verhaal zich ontrolde. Mij bleek dat de ik-figuur misverstanden oproept, hoewel begrijpend lezen soms ook erbij inschiet.

In een schoenendoos bewaar ik rare reacties, veelal op mijn ik-verhalen. Ik beschrijf u vier commentatoren.
Er was een zondagsschrijvende mevrouw, die zich gebelgd toonde over mijn vrouwonvriendelijke houding. Ze deed voorkomen dat ze een polemiek met mij voortzette, die wij ruim daarvoor zouden zijn begonnen. Ik kreeg sterk de indruk dat zij in de war was met iemand anders, die klaarblijkelijk haar schrijfwerk te kritisch had becommentarieerd. Dit soort persoonsverwisselingen overkomt mij wel vaker. In ieder geval kende ik dat lieve mens niet, noch haar prachtwerken. Haar vrij agressieve commentaar bleek een handig middel om mij naar haar verhalen te lokken. Mijn vermoeden werd daar bevestigd: ik had nooit eerder kennis genomen van haar schrijfsels. Laat staan dat ik er een recensie over zou hebben geschreven.

De tweede mevrouw legde mij in een commentaar uit wat een rancuneus typetje ik ben. Zij had een behoorlijk hoge dunk van zichzelf door te denken, dat zij het hoofdpersonage was in een kort daarvoor geplaatst verhaal van mij. Wat is dat toch met mensen, die zich identificeren met een fictieve figuur, die uit mijn dikke duim is gezogen? Willen zij met opzet beledigd worden door alles op zichzelf te betrekken? Ook nu bleek na wat gesurf op het wereldwijde web, dat ik niet eerder tegen haar verhalen was aangelopen. Daarbij geplaatste opmerkingen waren dus door anderen geschreven. Beide dames hadden deze zo slordig gelezen, dat ze eventjes niet op de naam van de commentator hadden gelet. Ik spin er garen bij, want zo krijg je - wat ik eerder al beschreef - "zichzelfgenererende kopij".

Om het evenwicht in het universum te bewaren nu twee gepikeerde heren. Deze schrijflustigen leken hun talent - voor zover aanwezig - niet te kunnen vormen tot creatief proza of poëzie. Dan blijft over: alle sites afgrazen, waar ze hun giftige commentaren konden droppen zoals clusterbommen op een vijandig terrein.
Vervelend? Ja natuurlijk, maar hetzelfde voordeel als hierboven: hieraan ontleen ik typetjes, waaromheen ik een mallotig verhaal fantaseer. Die heren wonden zich op over een verhaal over een fictieve hond, die een fictief slachtoffer in de kuiten beet. Ik kreeg sowieso veel krankjorume reacties. De meest vriendelijke betroffen adviezen om een hondentraining te volgen met mijn valse monster. Een van deze twee heren gooide zijn masker af en beschreef omstandig hoe hij "mijn hond" zou doodschoppen als hij die tegenkwam. Sedertdien lees ik zijn stukjes met gemengde gevoelens. Die andere meneer gaf een breedvoerige beschouwing over mijn debiele keuze voor een Foxterriër. Gevolgd door een lofzang op zijn Labradoedel. Zo raakte dat haantje zijn ei kwijt…

Humor stierf een plotselinge dood… In aansluiting op mijn verhaal maakte ik een sonnet, jawel, compleet met kwatrijnen en terzinen. Zonder een “ik” erin! Niettemin associeerde men routinematig het personage met mij. Een fictieve jogger geeft een fictieve hond, die hem achterna rent, een rotschop. Zo dacht ik aan sommige commentaren tegemoet te komen. Toen gebeurde er iets geks: die ene meneer mocht in zijn commentaar mijn hond doodtrappen. In het sonnet mocht het personage de hond echter geen trap geven. Door slecht te lezen fantaseert men zelf dat de hond doodgaat. Als notoire hondenmepper - zo werd gesuggereerd - maakte ik van joggen en honden martelen een dagelijkse routine.
Mijn leermoment: naast verbazing was er het inzicht, dat ik een specifieke categorie verhalen echt niet in de "ik-vorm" moest vertellen:

Ik heb in de afgelopen jaren zeker een vijftal moorden beschreven, die alle met een kook- of braadpan werden uitgevoerd. Alsof dat niet bizar genoeg was, verbond ik daar een klein warenonderzoek aan. Ja, als je toch bezig ben met die pannen kan je de leergierigheid van je lezers ook bevredigen met wat praktische randinformatie. Want wat mept er nu beter? 1. De "Tefall RK", 2. De "Chef Cuisine" of 3. De lekker in de hand liggende steelpan "Pinochet Dur"?
Prangende vragen, die toch in je opkomen wanneer er zo moorddadig wordt omgesprongen met keukengerei. De obligate agressieve reacties bleven ondanks beschrijvingen van de gruwelijkste moorden uit. Zolang het maar geen ik-(beken)-literatuur is en… het verhaal moet te zot voor woorden zijn. Dan geen boze commentaren.

Door deze ervaring waardeer ik een schrijfstijl, die Gustaaf Peek en Adriaan van Dis omarmen. Deze illustere schrijvers gebruiken zogenaamd "gefictionaliseerd realisme". Het idee daarachter: sommige authentieke verhalen zijn zo verschrikkelijk wreed, dat niemand ze gelooft. Ik heb mijn voorliefde voor gefictionaliseerd realisme vaker beleden, maar ik mag die stijl zo graag uitleggen: hetzelfde verhaal in de vorm van fictie gaat er in als koek. Om de een of andere reden slikt het lezerspubliek dan wèl, wat als authentiek verhaal lacherig wordt weggewoven.

De moraal van dit verhaal: fictie moet je niet analyseren, maar gewoon ondergaan. En ga - als de situatie zich aandient - voor nummer 3: de steelpan.

schrijver

Schrijver: harrem, 16-08-2015



balBiografie van deze schrijver





Terug naar zoekresultaten

Deze inzending is 213 keer bekeken

4/5 sterren met 4 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl