nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren

















2017


2016


2015


2014


2013


2012


2011


2010


2009


2008


2007


2006


0



Top-5 dagcolumn:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (474)
adel (4)
afscheid (27)
algemeen (64)
bedankt (21)
biologie (12)
dieren (51)
discriminatie (23)
drank (12)
economie (37)
eenzaamheid (15)
emoties (34)
erotiek (4)
ex-liefde (3)
familie (28)
feest (20)
film (20)
filosofie (47)
fotografie (9)
geboorte (6)
geld (40)
geschiedenis (14)
geweld (21)
haiku (1)
heelal (7)
hobby (6)
humor (38)
huwelijk (9)
idool (10)
individu (25)
internet (18)
jaargetijden (26)
kerstmis (11)
kinderen (29)
koningshuis (31)
kunst (27)
landschap (7)
lichaam (34)
liefde (28)
lightverse (1)
literatuur (44)
maatschappij (302)
mannen (12)
milieu (34)
misdaad (28)
moraal (46)
muziek (61)
natuur (33)
oorlog (48)
ouderen (5)
ouders (15)
overig (31)
overlijden (37)
partner (5)
pesten (10)
planten (6)
poesiealbum (3)
politiek (260)
psychologie (27)
rampen (21)
reizen (55)
religie (31)
schilderkunst (6)
school (29)
sinterklaas (12)
sms (5)
songtekst (2)
spijt (9)
sport (99)
sterkte (12)
taal (49)
tijd (33)
toneel (9)
vaderdag (3)
vakantie (52)
valentijn (3)
verdriet (10)
verhuizen (6)
verjaardag (9)
verkeer (39)
voedsel (24)
vriendschap (12)
vrijheid (26)
vrouwen (34)
welzijn (42)
wereld (33)
werk (44)
wetenschap (26)
woede (22)
woonoord (19)
ziekte (34)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: dagcolumn

< vorige | alles | volgende >

dagcolumn (nr. 812):

De ranken roepen

Waarom ik ging zal altijd de vraag blijven zoals zo vaak. Terwijl ik toen dacht overdacht te handelen nota bene. Was het de lokroep van avontuur natuur of hippie-achtige hang naar authentieke beleving? Ineens was ik op weg naar de vendanges – de druivenpluk.

Mon dieu wanneer ook al weer. Niet in het jaar van le Flo des Mots à Sète. ‘Une librairie aussi pour les bébés...’ stond op die boekhandel in Sète, dat grachtenstadje aan de Middellandse Zee . Alwaar ik verdiept was in de lokale grootheid van Racine terwijl mijn meisje verleid werd door een ecrivain, een Franse schrijver. Nooit zag ik haar terug, en mijn paspoort ook niet. Diezelfde nacht werd ik reeds in een bijkeuken aan de fruits de mer door een stoet uniformen opgelicht om met loeiende sirenes naar het vaderland te worden teruggevoerd. De tweede keer reeds en nog steeds onschuldig.

De eerste keer was 1969, in de Haute-Savoie. Een gehucht waar ze je bruut van de berg plukken en op met water verdunde witte wijn en brood zetten. Achter tralies zonder glas met een eindig uitzicht in een onthutsend diep dal. Ging de zon onder er kwam een kakofonie van oergeluid naar boven. Het appartement stonk en ik zat in de boeien.
Na zonsondergang zoemden lichtpuntjes uit een ondoorgrondelijk diepe donkerte. Ik werd draaierig, kreeg allerlei vage angsten gevolgd door attaques van amfibische gruweldieren met haken aan slijmerige inhaaltentakels.

Mens wat voelde dat beroerd. Bij gebrek aan artsenij riep de gendarme het Rode Kruis erbij, een grijze gouvernante op een erfgoed. Vals in de flux de bouche en ik vloog haar meteen aan. Waarna het hele corps versterkt met die van de wijde omtrek me met benen en armen vastbond. Op een brancard. Zij wees aan waar en hoe vast, en dat was muurvast. Het takkenmens. Ze belde naar Parijs en de helikopter vloog subiet voor op het plateau. De volgende ochtend pas maakte de marechaussee me op Schiphol weer los.

Nee eerder nog, het moet het jaar van netelige Nel geweest zijn, op de Rozengracht. Buiten vroor het en alles liep daar met oud op nieuw uit de hand. Het was feest in de Laurier en ik was erg zacht van binnen. We maakten kennis gingen weg en deden het op een met violet beddengoed bekleed matras waar ik haar pas later die nacht beter leerde kennen.
Wat restte was neteligheid. Het begon te dooien met warme regen en haar dak lekte zodat ik voor mijn goeie fatsoen moest blijven. Om emmers te legen onder druipplekken. En Nel maar krijsen, 'Een ongeluk komt in de Jordaan echt nooit alleen.'
Een dramatisch jaar, ik bleef achter de feiten aanlopen.

Rond 1 september had ik er genoeg van. Juist toen kreeg ik op het Spui die plukingeving. Het was zaak mijn eigen bestaan weer zelf richting te geven met voorbedachten rade.
Ik zag Mark - hij reed in een renault en zat op het terras. Zojuist terug van een jaar Kreta. ‘Mark jongen hoe waren de Kretenzer maagden, kerel je lapt het toch steeds weer.’ Hij kon geen nee meer zeggen.
Ik zei 'op naar Toulouse' – dat was op tv met afdankertjes van de viniculture geweest. Stokoude loco’s geestelijk belemmerden kreupele jaknikkers en geflipte plukkers die met de voeten druiven kneusden. Stampend tot hun knieën in de druivendrek. Kon niet missen, daar was werk aan de winkel.

Tentje gehaald en we vertrokken. Over Roosendaal Brussel en Parijs. We sliepen in Cosne-sur-Loire. Beroemd tot in Amiens om die ouwe manke blinde reuzenrat die elke avond mijn stamcafé daar okselfris binnen tippelt. Rechtop gaat zitten en piept naar de vaste clientèle. Nu met revérence in mijn richting. Ontroerend die herkenning, zo vaak hoort-ie me nu ook weer niet.

Arme Mark, hij kon er die nacht niet van slapen. Tot ik zei dat hij niet alles moest geloven wat hij zag. Het is vaak toch niet te geloven wat je ziet zolang je het verhaal erachter niet kent. En alle verhalen kennen gaat een kruik te ver.

We namen de oude route, Mark ging nog te biecht in Bourg. Via Clermont-Ferrand de wijnbuik in van Frankrijk, Languedoc-Roussillon. Occitaans dat voelt vertrouwd. We passeerden het aloude Lodève waar Rabelais, ‘De benedictijn van Maillezais' zoals Pierre de Lille hem in die tijd(1530) nog noemde, hier naar kruiden zocht. Hij studeerde toen medicijnen in Montpellier. Verstandig, veel ‘garrigues’, zag ik meteen. Dat zijn hoge bergvlakten met veel kalk en leisteen waar kruiden welig tieren. Met mijn neus uit het raampje snoof ik tijm guichelheil rozemarijn kornoelje lavendel en nog veel meer mij onbekend. Een hemelse ervaring.

Bij het bord St André de Sangonis riep ik ‘Surplace!'
Hier plukte Gargantua bramen en wilde meiden, volgens twee oude Grieken. Waar de namen van verloren zijn gegaan. Waarop Mark, ex-verloofd van een lerares Frans, cultuurgetrouw bij het dorpscafé inparkeerde.
Onze wegen scheidden, hij ging op werk uit en ik zou het aanleggen met plaatselijke belangengroepen in de kroeg.

Binnen het uur hadden we werk en een huis. Drie verdiepingen middeleeuws om de hoek van de taveerne. De boer, Monsieur Anthoine een korzelig type toch, keurde me – wie rekent daarop, ik was licht aangeschoten in alle commotie – goed. Ik was nu coupeur. Druivenknipper. De volgende ochtend nog in het halfdonker stapte ik in zijn vrachtwagentje dat aan kwam rijden voor de Mairie. Dat bleek de verzamelplaats, een soort beurs voor seizoenwerk.
Er hing een officieel schrijven van de Republiek: ik ging tegen minimumloon en vastgestelde arbeidstijden aan het werk. Er was een generale regeling, perfect. Dat maakte de kans kleiner dat ik als knipper zonder naam zou sterven. Het heette “contrat vendanges” en ze onderscheidden coupeur/coupeuses(knippers) van porteurs(dragers). Die laatsten kregen ietsiepietsie meer. Was me niet voorgelegd. Had Mark noch Monsieur Anthoine noch zijn vrouw Marie-Antoinette iets van gezegd.

Eenmaal ingestapt ging alles om me heen in het Spaans. De auto bonkte een eind weg. Benauwend en de pastis kwam nog m'n neus uit – waar was ik aan begonnen?

Illustratie: St André de Sangonis

schrijver

Schrijver: Jos Zuijderwijk, 12-09-2009


Geplaatst in de categorie: vrijheid

Deze inzending is 376 keer bekeken

4/5 sterren met 4 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl