nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 hartenkreten:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (145)
adel (5)
afscheid (124)
algemeen (64)
bedankt (44)
biologie (3)
dieren (89)
discriminatie (46)
drank (13)
economie (17)
eenzaamheid (124)
emoties (197)
erotiek (8)
ex-liefde (31)
familie (60)
feest (22)
film (18)
filosofie (62)
fotografie (5)
geboorte (8)
geld (29)
geschiedenis (6)
geweld (29)
heelal (5)
hobby (15)
humor (256)
huwelijk (10)
idool (33)
individu (104)
internet (27)
jaargetijden (22)
kerstmis (27)
kinderen (69)
koningshuis (24)
kunst (33)
landschap (6)
lichaam (45)
liefde (179)
literatuur (66)
maatschappij (161)
mannen (17)
milieu (7)
misdaad (47)
moederdag (5)
moraal (65)
muziek (129)
natuur (92)
oorlog (43)
ouderen (39)
ouders (18)
overig (32)
overlijden (42)
partner (4)
pesten (9)
planten (11)
poesiealbum (1)
politiek (86)
psychologie (111)
rampen (20)
reizen (24)
religie (87)
schilderkunst (24)
school (15)
sinterklaas (3)
sms (1)
songtekst (1)
spijt (25)
sport (47)
sterkte (6)
taal (33)
tijd (33)
toneel (5)
vakantie (22)
valentijn (1)
verdriet (84)
verhuizen (3)
verjaardag (14)
verkeer (17)
voedsel (19)
vriendschap (64)
vrijheid (45)
vrouwen (34)
welzijn (61)
wereld (41)
werk (50)
wetenschap (12)
woede (70)
woonoord (48)
ziekte (84)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: hartenkreten

< vorige | alles | volgende >

hartenkreet (nr. 418):

Mijn Horoscoop

Zaterdag 8 maart 2008. Een zonnige weliswaar wat frisse dag. De weerman voorspelt tegen het einde van de dag en de volgende dagen regen en andere maartse onhebbelijkheden.

Zon en vrije tijd gaan goed te samen. Waarom er niet op uit trekken? Neen, nu eens niet met de fiets want het is, potdorie, toch nog wat te fris om de oren en de tenen. Inderdaad, te koud om het oude gebeente, waarvan we de eigenaar zijn, wat voorbarige soepelheid op te dringen.

Uit de botsingen der ideeën ontspringt het licht (Blaise Pascal) vond ik dat een uitstap met bus, trein en tram een degelijk alternatief bood om de spieren wat los te gooien. “Wandelen is zelf sterk aanbevolen” werd me meermaals op het hart gedrukt

Aldus belandde ik in het pas gerenoveerde spoorwegstation van X.

Een geslaagde vernieuwing bleek het na een vlugge ogenschouw. Automatische schuifdeuren floepten voor mijn neus open en schoven achter mijn rug geruisloos dicht. Waar is de tijd dat de deurdranger met een ongelooflijke smak de deur dichtknalde? Niemand die er blijkbaar ooit aan gedacht heeft de dranger wat beter af te stellen of was er geen budget voorzien?

Een grote prachtige kleurrijke keramische stenenvloer verving de versleten vuilgele vierkante plavuizen.

Nu waren er ook apparaten opgesteld die je automatisch het gevraagde retourtje afleverden, natuurlijk mits de nodige ingebrachte fondsen via de gebruikelijke digitale weg.

Elektronica is in. Grote informatieborden van de ingelegde treinen logen er niet om. Daarenboven nog een extra kolom in het rood om de wachttijden te vermelden. (Vertragingen bleken nog, hoewel ouderwets, nu nog bestaande te zijn. Is hier een update nog niet gepland?).

’s Jonge, ’s jonge! De splinternieuwe loketten oogden “nieuw” zeg en hopelijk efficiënt. Grote ruime ruiten lieten onbescheiden (en andere) blikken toe in de werkruimte van de loketbedienden. Gedaan met zich achter opgestapelde dozen te verschuilen om er stiekem de krant of andere tijdschriften te lezen terwijl de actieve collega de beduimelde bankbriefjes in ontvangst nam van de klandizie.

Drie kroonluchters met tientallen spaarlampen zetten de zeer ruime stationshal in een zacht kunstmatig zonlicht.

Ik kocht me een tijdschrift voor vrouwen in de kiosk. (Vrouwen lezen toch ook mannenmagazines, niet soms?)

Vier grote ramen met doorschuifopeningen en vier zonder vormden één glazen muur waarachter de drie bedienden aan het werk waren. Aan twee loketten stond één lange rij terwijl aan het derde amper twee mensen stonden. Een zeer oud heertje en blijkbaar ook diens echtgenote. Ik ging er achteraan staan. “Ben zó bediend”, dacht ik nadat ik de andere files grondig had geëvalueerd.

De bediende, keurig uitgedost in een onze-lieve-vrouw-blauw hemd met marineblauwe das, stroopte zich de mouwen wat hoger op. De man, ik schatte hem amper vooraan in de twintig, wel bijna een dubbele meter groot, bekeek het stokoude meneertje letterlijk vanuit de hoogte en sprak met zijn ogen het manneke stilzwijgend toe.

-“Awel, wat zal het zijn?” moet die wellicht hebben willen zeggen.

Het bejaarde ventje – en zeker niet met een air van een seigneur – vroeg met een ietwat zwakke stem twee retourtjes voor senioren naar Brussel. Ik had het wèl gehoord maar de “dubbele meter” blijkbaar niet. De geperforeerde ruit langswaar het geluid van de aanvrager zich moet doorwringen om het oor(d) van de welwillende bediende te bereiken, lag ten minste een halve meter hoger dan ’s kereltjes strottenhoofd.

De lange knikte zich wat voorover tot aan de perforatie en zei:

-“Wa moe je hein?”

Het schamel bedeesd mensje wrong zijn nek moeizaam naar zijn echtgenote en vroeg haar:

-“Wat zeid diene meniere?” Ze haalde haar schouders op. Een ijzige stilte aan de kant van de loketzaal en nerveus vingergeroffel langs de andere zijde waren aan de orde.

De smalle lange boomstam kreeg het op de heupen en tikte nijdig tegen het glas:

-“En voor wanneer gaat het zijn?” snakte die venijnig.

-“Wieder zouden naor Brussel willen goan met den trein…” antwoordde hij, terwijl hij de goedkeurende hoofdknikjes meekreeg van zijn vrouwke.

-“ Hein, wat zegde daar, naar Brussel willen gaan”.

-“Awel, gaat dan hé. Met de trein spoort men naar Brussel en gaat men niet. Gaan en lopen is voor de voetgangers.”

De arme man verschoot zich een bult (ik ook trouwens) en keek hulpzoekend om zich heen. Ik deed een stap nader een vroeg met krachtige stem aan de loketbediende twee retourtjes voor senioren naar Brussel. Hierop griste ik de € 8.00 uit de handen van de bejaarde en stak die de man-in-het-blauw nijdig toe.

-“Mijnheer, zei de man erop, “u moet uw beurt afwachten. Die oude mensen waren eerst.”

-“Verdomme nog aan toe”, keelde ik luid. “Ge hoort niet goed, ge ziet niet goed en ge zijt dan nog dom op de koop toe.” Ik was razend geworden. Mijn bloed kookte en de omstanders keken allen mijn richting uit.

Ik tikte op het raam en vroeg hem om de verantwoordelijke. Die had het gedoe aan het loket vanachter een stapel dossiers op zijn bureau blijkbaar ook gevolgd want hij deed de vouwmeter opzij gaan en bediende meteen het oude koppel. Ook ik kreeg mijn vervoerbewijs onmiddellijk uitgereikt. De manager zei niet eens excuus. Misschien hield hij zich in om de slungel een lesje te leren “hoe om te gaan met het publiek”.

Toen ik wat later op de trein mijn opinieblad doorbladerde, viel ik toevallig op de horoscooprubriek. Onder mijn sterrenbeeld las ik:

-“Je kunt wat problemen hebben met de omgang van mensen, met name met hen die in jouw directe omgeving verkeren. Er is de mogelijkheid dat niemand meer begrijpt wat je zegt, terwijl jij graag jouw emoties met anderen wilt delen”.

Pats, die was raak. Vandaar, om dit lange verhaal zeer kort te maken, de onderhavige slotzin:

-“Zouden die bekvechtende astronomen en astrologen het nu eens en voor altijd willen bijleggen, zeg!”

Toch niet allemaal de schuld van die loketbediende…blijkbaar!


Zie ook: http://www.cursiefjes.tk

Illustratie: twee retourtjes naar Brussel

schrijver

Schrijver: Jan Coessens, 16-03-2008

jancoessensatskynet.be


Geplaatst in de categorie: maatschappij

Deze inzending is 403 keer bekeken

1/5 sterren met 3 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl