nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (70)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (147)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 3523):

Opgedoken brieven van Arthur Rimbaud (22)

Kijk, nu begrijp ik hen wederom niet, waarom zoveel lof voor mijn woorden als ze de ware boodschap niet aandurven? Voor mij blijven het huichelaars, schijnheilige priesters die zelf nergens doorheen zijn gegaan, verwaande oplichters! Opeens missen ze mij, nu er iets begint te dagen, ik zeg je, het is geen traagheid van hen, maar botheid. Zeker, ik schreef ook om bij mijn ouders in het gevlei te komen, iets wat uitliep op een compleet fiasco, jawel, een reden temeer om de literatuur te hekelen, te ontkrachten, te elimineren. Het werd teveel een spel, een woordspel, waarin ik schijnbaar won, zoals met de schoolprijzen, mijn ware behoeften raakten ondergesneeuwd. Inwendig werd ik kotsmisselijk van hun dweepzucht. Het duurde lang voordat ik er achter kwam dat het niet echt om mij ging. Ze wilden pronken met mijn vondsten als gewetenloze parasieten en alles ontaarde in zinloze ijdelheid. Ik maakte me op om de boel te liquideren, met als orgasme een vuurwerk, dat ze zich nog lang zouden heugen. Een universele grap om iedereen en alles de loef af te steken, maar de humor zou ze vergaan, wanneer ze de shockerende diepte ervan zouden ontdekken. De nawerking moest rigoureus, alles omvattend, onomstotelijk zijn. De uitingen van een stervende met een ware zienersblik. Niemand zou mijn bevindingen kunnen ontkennen, niemand. Hier sprak ik letterlijk mijn visie uit, mijn onderdrukte gevoelsleven, in vloeiende bewegingen, ongeremd en kleurrijk. Hier was ik de meester van mijn gevoelens en niet mijn moeder, die naargeestige dievegge!, mijn vader, mijn leraren of wie dan ook. Ik stikte bijna, maar ik begon al ras weer te ademen, mijn buik ging weer op en neer, ik krijste van geluk en ik zwoer nooit meer geketend te worden. Bewegen wilde ik? reizen en werken. Dat is me gelukt, Rodolphe, ik kan je zeggen dat ik trots ben op mezelf, ik kan mezelf in leven houden, dat is meer dan ik vroeger kon, toen ik in wezen een afhankelijk kind was. Mijn vader kan trots op mij zijn. Is die geest er daarom steeds? is het soms een beschermengel? Michaël in eigen persoon? Vertel me, Rodolphe, wat denk jij ervan, laat je dichterlijk licht eens schijnen over dit mirakel. Wees mijn orakel. Het leidt me af van mijn dagelijkse werkzaamheden, het maakt me onzeker, alsof ik een grote, onherstelbare fout heb gemaakt, ik of anderen. Ik heb de laatste tijd ook een ontzettende jeuk aan mijn rechterknie, wat dat nu weer is? Je hoort het, kameraad, ik word al een oude, bokkige man, maar zo voel ik me ook. Het dorre landschap buiten Aden verkies ik nog het meest. Mijn intellectuele tweelingbroer, omdat ik weet dat je ze begrijpen zult, vertrouw ik je deze openhartigheden toe. Mag ik je vragen mijn brieven na lezing te vernietigen, zodat ze nooit in verkeerde handen komen. Als je me terug schrijft, wat ik graag heb, stuur de brief dan naar Harar, want daar ga ik weer heen. Gelukkig heb ik mijn inlandse vriendje, want anders was ik helemaal verstoken van waardig contact. Hij maakt mijn eenzaamheid draaglijker, die verdomde eenzaamheid! Het is niet iets wat je uit je lijf rukt, maar anders - als toen ik in Charleville ronddoolde, moe van hun carnaval, woedend op hun zotte tronies, hun naargeestigheid. Het lijkt nog steeds de nasleep van die turbulente dagen, toen ik besloot overal tegenin te gaan, maar vooral door de opgelegde vloer boven mijn ziel kapot te trappen. Toen begon mijn oorlog tegen het martelende regime van mijn moeder, laaiend was ik, in plaats van haar wilde ik alleen nog mijzelf gehoorzamen. Haar kilte nam voelbaar toe. Wie was zij om te denken dat ik (een gevoelig mens) niet mijn eigen weg mag gaan? En wie waren al die lamzakken om haar heen? Naarmate die kring groeide om mij in te snoeren, werd ik sterker. Ik werd sterker, ja, maar ik pleegde ook roofbouw op mijn ware ik, terwijl dat niet mijn bedoeling was, maar het was een bruisende stroom en dat wilde ik en daarom bleef ik het op de spits drijven, opvoeren, overvoeren. Dieper wilde ik. Hoger wilde ik. Een waarachtig ziener zijn. Los van alle beknellingen, volkomen vrij van overtollige ballast. Verder gaan dan Baudelaire, één worden met Christus en Mohammed. Een doorgeefluik voor de gedachten van hoge zielen zijn. Totaal nieuw zijn, dwars door alle vastgeroeste materie heen. Ik vond mijn vrienden onder dronkenlappen en zwervers, onaangepaste medestanders, eenzame lieden, verstoten door de brave burgers. Met hen was het werkelijk lachen. Maar om vrij te leven moest ik mij eerst vrij worstelen van opgedrongen, dode vormen. Ik haatte die Parnassiens met hun zeepsopgedichten, vuur wilde ik zien, dansend vuur op verlaten planeten. Belachelijk hoe ze in hun rijke kostuums mij de les wilden lezen, alsof mijn boosaardige moeder mij weer dwong het stijve harnas van de doodse prestaties aan te trekken, bewust stootte ik die holle fatjes van mij af. Ruimte wilde ik en nam ik. Als een oude medicijnman ging ik in trance en spuwde ik mijn klanken uit. Ik smeet wat ik doorkreeg op mijn papier, als een woeste, spastische schilder, als een vreugdevol kind dat vrij is om te spelen. De roesmiddelen daartoe speelden een ondergeschikte rol, al waren ze wellicht de aanzet om de drempelvrees te overwinnen, de angst voor het ongekende, wat ik best had. Ze maakten het leed dat ook bovenkwam, lichter en eenvoudiger. Soms verdween de extase en dan schreef ik als een bezetene, ogenschijnlijk een zombie, tenminste dat vond Paul. Hij had in Londen altijd wel wat te zeuren, maar in wezen kon hij maar moeilijk zonder zijn 'muizenprinsesje' (zoals hij haar noemde) en dat reageerde hij dan af op mij, hij stond nooit echt achter zijn beslissingen, hij liet zich liever leven door anderen (zeker door mij), een wilszwakke quasi-non-conformist, die ziekelijk ronddobberde in zijn schuldcomplexen. Er ging daarom ook meer absint in dat vette lijf van hem, ik hield ervan om te zuipen, hij hield ervan om te verzuipen.

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 17-06-2010


Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 119 keer bekeken

Er is nog niet op deze inzending gestemd.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl