nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (70)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (147)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 3554):

Het speelkwartier

'Vandaag zag ik een haring in de spiegel!', roept Laurens naar zijn vriendinnetje Esther. 'Zwom die daar dan?', vraagt Steven, in zijn zakken graaiend naar meer knikkers.
'Nee, kippekop, ik was het zelf, mijn mammie is ook een haring, maar dan met twee extra buiken boven haar buik!', schreeuwt Laurens. Esther trekt haar gele jasje uit, haar oogjes staan bol van de angst, met gretige hapjes eet ze haar groene appeltje op.
'Eten jullie veel haringen?', vraagt ze nieuwsgierig. 'Nee, walvissen, nou goed, droppie, pandakoppie!', reageert de driftige Laurens, hij hijst zijn korte broek op, hij haat korte broeken, maar zijn ouders plagen hem, terwijl hij zich schaamt in die meisjesachtige textiel.
Het is druk op het schoolplein, het lijkt op het gekrioel in een hectische beurswereld, dodelijk vervelend en slecht voor de bloeddruk, maar de schijn blijft bedriegen, hier wordt levendig genoten, al is het maar voor enkele minuten zonder die massale leerdruk.
Meester Broekhuis, een milde man met een groot respect voor het schoolsysteem, loopt relaxt over de vierkante tegels, twee bedeesde meisjes vragen hem waar hij woont. 'Waarom willen jullie dat weten, kinderen?', vraagt hij. 'Omdat we u een aardige meester vinden, meester!', zegt het ene meisjes met de lange vlechten, het andere meisje buigt haar hoofd bedeesd naar de grond.
'Ik woon in Zeewolde, lieve meisjes, in een woonboerderij met mijn vriendjes de kippen en de varkens.' 'Maar die kunnen toch niet in zee zwemmen, meester?', vraagt één van de engelachtige meisjes. 'Jawel hoor, in Zeewolde hebben de varkens kieuwen en de kippen hebben er allemaal een zwemdiploma.'
De meisjes giechelen, waarvan de meester gebruik maakt om het 'lastige oponthoud' te ontvluchten. In een hoek van het plein voetballen enkele jongens met oranje shirts, gezonde schavuiten, voornamelijk pukkelige vriendjes, die na schooltijd van hun vlot een piratenschip maken. Ruud is de aanvoerder van dit stelletje ongeregeld, een uitgegroeide cactus met een kop als de Olifantenman, een kin zo lang als een autobaan, een nijlpaardbek stinkend naar rotte vis en schreeuwend dat hij Wesley Sneijder is. 'Een tikkie naar mij!', schreeuwt hij.
Paul, een tengere gozer uit groep zeven, kijkt bedrukt opzij, maar reageert adequaat door te zeggen dat hij dan Arjen Robben is.
'Het is geen voetbal, piemeltje!', braakt Ruud eruit, 'het is de kop van Jut, ouwe, gekke Tutta met de bijl in zijn fietstas, de flikkerbol met goud erin, hij gaat straks naar de Olympische Spelen, eikel!'
'Je bent zelf een eikel!', schreeuwt Paul. 'Wou je vechten, laffe, achterlijke kannibaal!?', krijst Ruud. 'Ik heb de zwarte band met karate, hoor, trouwens, mijn broer is toch sterker dan jij!'
'Waar is die ongebakken slavink dan?, ik ben Floris hoor, ik ben Ivanhoe!' 'Hoe kun je nou twee personen zijn, je bent een ordinaire opschepper, meer niet', zegt Paul tenslotte, geïrriteerd en heldervoelend verlaat hij de arena, die oplost als een kikker die verschiet in het hoge gras, zonder naam, zonder confrontatie met de dodelijke lans, de tak van een moordlustige kwajongen.
Hoofdmeester Nicolaas ter Braak ziet het bange jochie op zich afkomen, hij weet het nog vanuit zijn eigen jeugd, dat gevoel van niet meetellen, overtuigd zijn van je anders-zijn, ook werkelijk een verschoppeling zijn. 'Hoofdmeester, Ruud plaagt mij, kunt u er iets tegen doen?'
'Plaagt hij jou? en wat heb jij hem dan misdaan?' 'Niets, meester, hij is gewoon een nare hebberd, hij wil constant de bal en nu wil hij ruzie.' 'Rustig maar, jongen, zo'n held is die Ruud nou ook weer niet.'
Nicolaas knielt en op fluistertoon vervolgt hij: 'Het is eigenlijk een griezel hé, ken je Catweasel van de televisie?, zo iemand is hij, maf en ongevaarlijk, hij is maar een stumper, een zielenpoot, wees maar niet bang, ik bescherm je wel, als dat nodig is hé, ga maar lekker knikkeren, jóh, je broer knikkert ook.'.
Juist op dat moment gaat de schoolbel.

Schrijver: Joanan Rutgers, 03-07-2010


Geplaatst in de categorie: school

Deze inzending is 576 keer bekeken

2/5 sterren met 7 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl