nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (70)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (147)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 3652):

Dagje Kollum

Met mijn BMW verliet ik mijn kasteel 'Goldmund', vandaag ging ik naar het hoge noorden, het Friese dorp Kollum, iets verder dan Burum, waar die grote schotels staan.
Ik reed op een vrij smalle weg het dorp binnen, ergens rechts speelde ik ooit met een vriend op een houten vlot. Ergens links woonde een markant, oud zwerversvrouwtje, dat onze boerenbontverzameling megagroot maakte.
Ik was als kind behoorlijk verknocht aan dit dorp, ook al woonde ik er maar vier jaren.
Ik naderde de protestantse pastorie, een vrijstaand huis op de hoek van twee straten. Daartegenover was nog steeds een parkeerplaats, waar ik mijn BMW liet uitrusten. Op diezelfde parkeerplaats was ooit de jaarlijkse kermis, waar ik nog eens een bloedlip opliep in de botsauto. Nu is die kermis naast de oude Hervormde Kerk geplaatst, wordt heilige grond ontheiligd door felle discolampen en bonkende house-muziek. In de achtertuin van de pastorie zag ik nog steeds de drie appelbomen staan, inmiddels flink gegroeid, van mijn broers en mij, ieder één.
Herinneringen kwamen bovendrijven. Daar had ik koeiehorens schoongemaakt en zelf bloemenparfum gemaakt. Boven de garage was de studeerkamer van mijn vader, waar hij zijn preken schreef. Het tuinpad liep keurig richting de kerk. In het grote huis naast ons zat ik op de kleuterschool bij juffrouw Van der Zee, op wie ik verliefd was, maar ook op mijn vriendinnetje Margriet. We zijn een keer stiekem de kleuterschool binnengeslopen om op onderzoek te gaan, dat was best spannend.
Nu zijn er woningen van gemaakt.
Margriet woonde iets verder om de hoek en we gingen vaak schommelen bij haar in de tuin. Op een hoek vlakbij woonde een fietsenmaker, die ons oude binnenbanden gaf, waar wij gevaarlijke, zwiepende ballen van maakten. Daar schuin tegenover woonde de plaatselijke kunstschilder Salverda, van wie wij 's zondags in de kerk groene pepermuntjes kregen, in ruil voor onze witte pepermuntjes. Die groene vonden wij veel lekkerder en ik heb ze sindsdien nooit weergevonden. Meneer Salverda verkocht krukjes, stoelen en kastjes, die hij dan sierlijk beschilderde. Zijn atelier was ergens achter een groot gebouw, dacht ik. Daar loerden we dan nieuwsgierig door de ruiten. We speelden veel op straat, vermaakten ons opperbest zonder Nintendo en Playstation of continu kinderprogramma's op TV. Inderdaad, grijsaardbeschouwingen.
Ik liep naar rechts richting de Voorstraat, zeg maar de grootste winkelstraat. Daar liep ik weer naar rechts en ik kwam langs de twee panden, waar ooit een slagerij en een bakkerij zaten. Bij de slagerij was ik kind aan huis, ik was bevriend met één van hun dertien kinderen en mijn broers kwamen er eveneens. Vaak aten we mee, nou, dat was een uiterst gezellige bedoeling, vooral de slager zelf, heit, was een aanstekelijke humorist. Het slachten gebeurde achter, gierende varkens waggelden dan door de smalle poort, soms zag ik door een raampje hoe een koe door zijn poten zakte, daarna opengehakt werd enzovoort. Ik zie nog steeds dat grote, dikke zwarte pistool voor me, brr. Achteraf gezien vond ik het toch niet zo geschikt voor kinderogen. Heit gaf ons vaak een lekker plakje boterhamworst en voor het slapen gaan met z'n drieën in één bed hielden we kussengevechten.
Bij de bakker kwam ik minder, een paar keer wellicht, maar reuzeleuk om achter de coulissen te loeren.
Ik liep verder, links zag ik nog steeds café 'De Roskam', waar ik eens Johnny Woodhouse had bewonderd. Hier rechts was toen een boekhandel, waar ik mijn eerste 'Toppers in strip' kocht, mijn eerste aanraking met de wereldliteratuur. Daarnaast was een supermarkt, waar ik voor honderd gulden een ijsje wilde kopen, ouders gebeld, bleek inderdaad uit de beurs van mijn vader gestolen, omdat ik boos was.
Zou ik de weg links volgen, dan kwam ik op de plek, waar Ellie mij uit het water gered had. Ik kon niet zwemmen, maar ik liep toch over een balk over het water. Bij het trekken aan zo'n balk had ik eens een grote, roestige spijker in mijn hand gekregen, heit gooide het hele potje jodium erover, het litteken is nog goed zichtbaar.
Nog verder lopend had je Jamin, waar we van die heerlijke roomijsblokken met wafels kochten. Heit en mem wonen nu nog verder in een grote boerderij, geërfd van een oom, die zichzelf in de stallen had opgehangen, 'daar aan die balk' zeiden we.
Ik herinner me boottochten met de boot van heit en palen slaan rond het weiland en hooiophopen en de koeien voeren.
Stond er na Jamin nu ergens een molen op de hoek of was dat alleen in één van mijn dromen geweest, waar ik dan in woonde of zo?
Ik keerde terug langs winkels, die mijn verleden hadden uitgewist, ik werd er melancholisch van, een tikkeltje verdrietig, net als die laatste dag, toen we door de slagersfamilie werden uitgezwaaid, omdat we zo nodig naar Coevorden moesten verhuizen. Sommige dingen uit het verleden kun je maar beter met rust laten, omdat het te breekbaar is.

Ik sloeg linksaf het 'rode laantje' in richting mijn BMW. Ik reed nog één keer door de Voorstraat. Daar was de winkel, waar we dropzakjes gapten, wat makkelijk kon, daar de eigenaar zeer langzaam kwam opdagen. En daar was de slijterij, waar we aan de achterkant lege bierflesjes pakten om ze vervolgens aan de winkelzijde in te ruilen voor statiegeld. Ik scheurde hard door, linksaf richting Buitenpost, ik zag het oude zwembad liggen, waar wij in alle vroegte zwemles kregen, toen de zon nog niet eens op was, moesten wij in het koude water bibberen en doorzetten. Later kregen we dan thuis een warm bord Brinta of Bambix, liever Bambix, dat was dunner en smakelijker, met flink veel suiker.
Bij Buitenpost vond ik de snelweg richting mijn landgoed. Mijn koplampen beschenen de sierlijke letters 'Goldmund' en aan het einde van de opritlaan zag ik de lampen in de salonkamer alweer branden, wist ik dat mijn butler Lodewijk de eerste fles wijn reeds had ontkurkt.

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 08-09-2010


Geplaatst in de categorie: woonoord

Deze inzending is 187 keer bekeken

5/5 sterren met 2 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl