nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (69)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (146)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 3819):

Tunnelvisie

Langzaam word ik wakker met het gevoel dat ik heel lang heb geslapen. Geleidelijk gaan mijn ogen open. Het is nog donker. Ik geeuw uitgebreid en wil me lekker uitrekken, maar ik krijg mijn armen niet omhoog. Wat raar, ik kan ze niet bewegen. Ik kronkel met mijn lichaam en voel hoe ik aan alle kanten vast zit, als in een doos. Oh, mijn god! Ik lig in een kist. Mijn ogen zijn inmiddels wijd open, maar nog niet gewend aan de duisternis. Waarom is het zo donker en waarom kan ik me niet bewegen? Een angstig gevoel maakt zich van me meester. Hier is vast een goede verklaring voor. Nou kalm blijven, vooral geen paniek.
‘Hellup!’ Mijn eigen, overslaande stem klinkt me vreemd in de oren; een wanhopig, hol geluid. De echo sterft zachtjes weg. Daarna niks meer. Stilte.

Denk na. Hoe kom ik nou hier terecht? Ik pijnig mijn hersenen tot ze kraken. Met een schok realiseer ik me wat er moet zijn gebeurd. Ze hebben me in een kist gestopt, ik ben levend begraven. Dat krijg je er nou van. Geleidelijk drijven de herinneringen boven. Had ik nou maar geluisterd. Het huismoedertje had me nog zo gewaarschuwd, maar ik wist het allemaal beter. Dikke tranen van spijt rollen over mijn wangen. Wat had ik dan verwacht? Zo moest het wel eindigen. Ik weet het nu zeker: ik ben in een coma geraakt, omdat ik niet kon stoppen. Stoppen met eten. Eten, eten, eten. Ik kon er geen genoeg van krijgen. Als mijn maag gevuld was, voelde ik me goed. Dus ik at maar door, zonder rem, verslaafd aan de beweging van mijn kaken, aan de voldoening van een volle maag. Het gaf me een warm en veilig gevoel.

Al dat eten had natuurlijk z’n weerslag op mijn humeur. In die tijd heb ik me niet bepaald populair gemaakt bij anderen met mijn opvliegende aard. Door mijn totale gebrek aan zelfbeheersing ben ik zelfs herhaaldelijk uit mijn vel gesprongen.

Geen wonder dat ik nog maar één vriendin had: het huismoedertje. Zij maakte zich ernstig zorgen om mijn gezondheid. Heel lief natuurlijk, maar ze kon ook zo vreselijk zeuren, wees me voortdurend op de gevaren van obesitas, maar dat wuifde ik lachend weg. Ik liet me door niemand iets vertellen. Het was mijn lichaam en eten was mijn enige hobby. Ondertussen werd ik alsmaar groter en groter tot ik, heel vreemd, van de ene op de andere dag mijn interesse verloor in eten. Maar opeens was daar die nieuwe obsessie: breien. Dat ging al net zoals met het eten. Ik kon er niet mee stoppen. Dag en nacht was ik aan het breien, want die gordijnen moesten beslist af. Toen de gordijnen uiteindelijk hingen, viel ik oververmoeid in een droomloze slaap met de duisternis als mijn enige gezelschap.

En dat is nog steeds zo, maar nu heb ik er schoon genoeg van. Verdomme, laat me eruit! Ik voel mezelf boos worden, bal mijn vuisten en trommel met al mijn kracht tegen de kist. Ik wil eruit, ik wil eruit! Tot mijn verbazing voel ik dat de doos meegeeft. Ik hoor het kraken en er verschijnt een piepklein gaatje, waardoor een straaltje licht naar binnen gluurt. Vol nieuwe moed trap ik met mijn benen en timmer tot mijn handen bloeden en de doos openbreekt.
‘Kijk, mama, die vlinder komt net uit de cocon.’ Een kindervingertje wijst naar me van heel dichtbij.
‘Huh? Een vlinder! Wie? Ik?’ Van schrik trek ik me terug in de beschermende cocon.
‘Wat bijzonder, schat!’ hoor ik. ‘En dan te bedenken dat we bijna de vlindertuin hadden overgeslagen!’
Als de opgewonden stemmen even later wegsterven kruip ik weer behoedzaam tevoorschijn, knipper met mijn ogen tegen het felle licht en voel hoe mijn ranke lijfje de warmte gulzig absorbeert. Ik klap een paar keer met mijn vleugels, sla ze voorzichtig uit en ik vlieg weg. Ik ben vrij!


Voetnoot: een huismoeder en een veelvraat zijn rupssoorten.

Schrijver: Nonnie, 05-02-2011


Geplaatst in de categorie: natuur

Deze inzending is 118 keer bekeken

5/5 sterren met 3 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Janny Ridderbos
Datum:06-02-2011
Emailadres:janny.ridderbosatskynet.be
Bericht:Heel goed en beeldend geschreven, Nonnie.
Het is je gelukt - ik dacht dat het een horrorverhaal was! Je hebt me mooi op het verkeerde been gezet. En dat was vast je bedoeling.
Leuk en lief verhaal.




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl