nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (69)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (146)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 3960):

Het zwembad.

Ik ben bang voor dat ijskoude water, voor dat zwarte water waar de mannen vim in hebben geworpen, chloor en allerlei wasmiddelen.
Ik ben bang voor de kolken die mijn benen vastpakken en mij naar beneden zuigen.
Dat er zuignappen groeien aan mijn benen als ik in het water lig of verzink.
En ook op mijn romp zeesterzuignappen groeien met open monden en dikke lippen.
En dat ik ermee vastgelijmd word aan de tegeltjes op de bodem van het zwembad.

Ik wil niet springen, oh verander mij in een plastic vis zodat ik kan blijven drijven!
Nee commandeerde de badmeester, je zult je ondergang, je frisse dood tegemoet moeten treden, ha,ha!
Werp je in het diepe!
Nee, ik durf niet!
Mijn voetzolen plakten vast van de angst op de startblok.
En toen viel ik in het diepe samen met de andere kinderen.

Opeens zag ik met nog maar een half hoofd nauwelijks boven water en mijn ogen gevuld met bijtende chloor zeven rare badmeesters op hun hurken in het geniep vlak bij de verre startblokjes aan het eind van het sportbad dozen vim lozen in het water. De badmeester met de gekke voortanden had schik en lachte. Opeens zag ik in het water bij een meisje zomaar een grote zweer op haar knie ontstaan. Ik kreeg nu ook jeuk op mijn rug en krabde met mijn rechterhand op de jeukende plek. Ik voelde een vreemd gat in mijn rug met daaromheen dikke lippen. En vlak erna was mijn lijf bezaaid met zweren, groene zweren. Ze leken op monden. Het waren een soort monden met dikke lippen die zuigende bewegingen maakten. We begonnen te gillen in het zwembad want we waren er allemaal mee bezaaid.

Wij kinderen klommen het zwembad uit gillend van de angst om deze grote zweren op ons lichaam. In de grote gaten in ons lichaam zat stekende chloor.
We waren heel bang. Er waren vreemde monden in ons vlees gekomen met uitstulpende vleselijke lippen die zuigende bewegingen maakten. De kinderen hadden het op hun billen, hun rug, hun buik, in het hoofd en op hun benen. Het waren geopende wonden. We gilden het uit van de angst en schaamte. We liepen nog even door het ijskoude voetenbad. En vervolgens kwamen we bij de kleedhokken van de volwassenen, de grote maten voor ons.Wij waren nog zo klein en zij waren mooie welgevallige vrouwen en mannen, wij liepen schreiend van de pijn tegen hun heupen op maar ze zagen niet op naar onze wonden.
In veel textiel kwamen deze grote mensen uit de kleedhokken met hun diploma A en B en C veilig gehaald. Ze droegen vrouwenbadpakken met heel veel witte bloemen van textiel over hun boezem en prachtige onderwaterbloemen over hun rug. Ach kon ik ze maar waarschuwen, maar dat lukte niet want onze pijn was zo heftig dat we alleen maar konden schreien van de pijn. Wij waren hun kindertjes en moesten hen daarom, onze ouders waarschuwen, wij die niet groter waren dan waar de heupen van de vrouwen begonnen.

Wij, de kinderen werden door onze moeders met grote scharen behandeld. Ze probeerden de dikke lippen in ieder geval van de grote gapende en zuigende monden in ons lijf, ja overal in ons lijf eraf te knippen, dat deed verschrikkelijk veel pijn. Op onze heupen,overal zaten de vleesmonden.

Maar hoe onze moeders ook de vlezige diepe wonden met die vlezige dikke lippen die steeds uitstulpten en zogen op onze buik, op onze borst, op onze billen overal, op onze handen, op onze bovenbenen er ook met schaar en mes van wilden bevrijden, het lukte niet. Erger nog, de dikke vlezige lippen om onze diepe wonden zwollen erdoor nog meer aan. En het chloor ging nog dieper in onze wonden bijten.

Elk jaar erna werd ik in het ziekenhuis behandeld voor de afschuwelijke zweren groot als een appel. En de zusters en dokters sneden met operatiemessen maar de dikke vlezige lippen werden er steeds dikker van en de wonden verspreidden zich.

Na vele jaren zag ik eruit als een zeester. Ik had overal zuignappen en ik moest de hele dag en nacht drinken. Ik had steeds meer water nodig om in leven te blijven. Ook de andere kinderen waren er zo aan toe. Al hun lijven zaten vol met zuignappen. We waren wanstaltig en niet om aan te zien. We konden ook niet meer lopen want onder onze voetzolen zaten zuignappen met vlezige lippen die zich vast zogen aan de grond.

We zagen er uit als zeesterren en waren door onze ziekte niet meer in staat om op het land te leven. We werden in een vissersboot gezet en met een soort kraanwagen op de vissersboot de diepte van het water ingegooid.
We konden niet eens protesteren voor een te ruwe behandeling want we zagen er afstotelijk uit, we konden niet meer spreken, noch helder denken, ons hele zenuwstelsel was door de zweren heel erg verziekt. Alleen we voelden heel veel pijn. Steeds maar meer pijn. En daar lagen we nu, volwassenen bij elkaar op de zeebodem. Armen en benen door elkaar gegroeid als tuinslangen in knopen door elkaar. Gezichten met wazige ogen. Sommige kinderen droegen hele rare antennes van vlees zoals ik van twintig centimeter groot groeiende aan de borsten, andere kinderen hadden hele rare tenen gekregen, bloedrood. Mijn voeten waren helemaal donkerblauw tot Paars. Een man met geweldige dikke lippen maakte zoveel zuigende bewegingen daarmee alsof het voelde dat hij aan honderdduizend ijsco's likte tegelijk. Daar werden we een beetje bang van. Maar we vonden hem ook lief.

Als we iets begrepen daar op de bodem vastgezogen met onze voetzuignappen wat van de hemel kwam dan gingen onze vleesantennetjes op onze borsten een beetje draaien en werden onze tepels een beetje opgezwollen.
Als er vissen voorbijzwommen zeiden we: Dag lieve vissen en bid alstublieft voor ons want we hebben veel pijn en onze voetjes zitten gevangen met zuignapjes aan de bodem.

Schrijver: cornil, 31-05-2011

cjwterenstraathome.nl


Geplaatst in de categorie: rampen

Deze inzending is 125 keer bekeken

2/5 sterren met 1 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Han Messie
Datum:03-06-2011
Emailadres:hmessieatlive.nl
Bericht:Een erge ramp voor al die kinderen... In wat voor wereld leven ze verder als volwassenen? Laat dit verhaal liever niet aan jonge kinderen lezen. Ze krijgen er nachtmerries van!




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl