nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (70)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (146)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4245):

Verstilde ontroering

(voor Alfred Sisley (1839 - 1899))

Je bent geboren in het schitterende Parijs, waar je vader William als zijde-handelaar met Amerika veel geld verdiende en je moeder Felicia als groot muziekexpert graag met jullie naar concerten ging. Je had Engelse ouders en dus had je zelf ook de Engelse nationaliteit. Natuurlijk spraken jullie ook Frans, dat kende nog beter dan het Engels. Als rijkeluiskind ging je vaak uit eten in de imponerende restaurants, maar je moeder kookte net zo voortreffelijk. Je wandelde vaak met je deftige ouders door het Louvre en door andere musea, want je ouders vonden het van groot belang dat je schone kunst ging waarderen, evenals de juiste etiquette. Op je twintigste ging je naar Londen om te studeren voor een goede positie binnen het bedrijfsleven, een goed idee van je vader, maar je hart lag zeker niet in de zakenwereld. In je vrije tijd bezocht je de musea en je bestudeerde liever Turner, Constable en Bonington, dan de economische winstmethoden. Je hield het vier jaar vol, al kelderden je cijfers dramatisch en had je in een wilde nacht het jeugdige lef om een prostituee te bezoeken, onder invloed van een sterke joint, de dikke Spaanse kuste je op de lippen en toen je haar bollen kneedde, zei ze: 'Groot hé!', wat je helemaal niet vond en bovendien waren ze ijskoud. Toen ze ook nog bovenop je kroop, dacht je te zullen stikken onder haar gewicht, omdat je haar snede nergens kon vinden, verslapte je, wat zij met haar mond tenslotte goedmaakte.
In een pub heb je de nachtmerrie weggespoeld. Je kapte de studie en je keerde terug naar Parijs, waar je ging studeren aan de École des Beaux-Arts, bij de Zwitserse historieschilder Marc Gleyre, die ook schilderlessen gaf aan Monet, Renoir en Bazille. Hij zette je ertoe aan om in de open lucht te schilderen en vooral om het alsmaar wisselende zonlicht zo echt en direct mogelijk te vangen op het schilderdoek! Dus daar was je mee bezig, net zoals Van Gogh deed en waar hij krankzinnig van werd, maar dat lag in zin aard, de jouwe was veel rustiger en vol zelfbeheersing. Jij liet je niet overmannen door de natuurbeelden, jij overmande de natuurbeelden. Je kreeg meer kleureffecten, maar minder verkopen en ook de Salon-expositie weigerde je afwijkende kunstwerken. Ondertussen kreeg je voldoende geld van je vader om in de avonduren naar de Avenue de Clichy te zeilen, waar je in café Guerbois je reeds beschonken collega's ontmoette. Jullie trakteerden elkaar en er werd geflirt met de aanwezige, superuitdagende vrouwen, die eenmaal dronken weinig vervelende, projecterende tegenstand meer boden. In tegenstelling tot vele anderen maakte jij geen reclame voor je kunstwerken, zoiets vond je ongepast, beneden je waardigheid, anders was je wel marktkoopman geworden. Al dat gepush werkte toch vaak averechts. Als leerling van Corot kwam je nog meer in the flow. Op je zevenentwintigste werd je hoteldebotel van de vijf jaar jongere Louise Adélaïde Eugenie Lescouezec, een Bretonse belladonna, die zich als fleurige jongedame omringde met bloemen, die ze breed glimlachend verkocht, terwijl ze in de avonduren als naaktmodel wat bijverdiende. Als gereserveerde Engelsman deed je niet aan zulke ordinaire fratsen, behoorlijk hypocriet, maar goed, nadat je met Eugenie de liefde had bedreven, stopte haar modellencarrière automatisch, tot groot applaus van jou. Jullie kregen samen twee kinderen, Pierre en Jeanne. De Salon accepteerde enkele schilderijen, maar het succes bleef uit. De meeste lof kreeg je van je collega's, de ware kunstkenners. Tijdens de oorlogsjaren met de Duitsers raakte je vader bankroet en bleef er niets over dan te leven van je schilderijen, wat voorgoed een hachelijke zaak bleef, waardoor je in onverdiende armoede verder moest gaan. Soms doemden er gulle gevers op, waardoor je naar Engeland kon gaan om daar te schilderen, wat je ook deed, in Molesey maakte je twintig schilderijen van de Thames. Je woonde in een heerlijk dorpje bij Moret-sur-Loing, dichtbij de omhullende bossen van Fontainebleau. Je beminde het fluwelen, zachtglooiende, veranderlijke landschap, de kunstzinnigheid van de wolken, de perfectie en subtiliteit van de zonnestralen, maar ook de romantische vormgevingen van sneeuwopstapelingen en sneeuwverstuivingen. In 1897 vertrok je met Eugenie naar Engeland, jullie waren beiden door kanker getroffen, het werd een verlate huwelijksreis, want in Cardiff gingen jullie trouwen, ook vanwege de nalatenschap aan jullie volwassen kinderen en omdat jullie zielsveel van elkander hielden. Je schilderde de omgeving van Cardiff, terwijl Eugenie zich tegen jou aanvlijde. Jullie verbleven in Penarth, waar jij de zee en de kliffen schilderde. Je raakte overweldigd door de natuurkrachten van de krijtrotsen. Kleine mensen, wat een schoonheid! Op het schiereiland Gower hadden jullie een hotelkamer in het Osborne Hotel, weer dat zalige uitzicht op die witte glimlachrotsen. Je schilderde de imposante baaien, met dat intrigerende samenspel tussen klotsend water en onwrikbare rotsen. Toen je penseel uit je bevende hand glipte en in de zee verdween, huilde je urenlang. Penselen genoeg, maar het symbool omklemde je ziel als een zwarte lap stof, die de beul de terdoodveroordeelde om het hoofd slaat. Je kon de keelkanker niet uit je keel kuchen. Cyaankali drinken was natuurlijk absurd. Je aaide het zwarte haar van je liefdevolle, tedervrouwelijke, stijlvolle Eugenie, je verzorgde haar met al je laatste krachten, al wist je niet dat haar einde eerder kwam, toch was dat zo en de laatste drie maanden van je aflopende leven heb je iedere dag mooie bloemen op haar graf gelegd, wat ze als oud-bloemiste zeker schoon gevonden heeft. De trein kwam meer en meer tot stilstand, je hoorde het knarsen en gieren, je miste Eugenie, je wilde graag naar haar terug, wat gebeurde, en je lag daar als een glimlachende krijtrots in Moret-sur-Loing.

Schrijver: Joanan Rutgers, 26-10-2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 70 keer bekeken

4/5 sterren met 2 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:kees niesse
Datum:31-10-2011
Emailadres:c.h.niesseatkpnplanet.nl
Bericht:Moet toeval zijn geweest, dat wij over dezelfde kunstschilder hebben geschreven. Je uitgebreide levensverhaal van Alfred Sisley graag gelezen.




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl