nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (70)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (147)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4297):

Uit androgyne bronnen

(voor Leonardo di ser Piero da Vinci (1452 - 1519))

Je bent geboren in Vinci, tussen de heuvels van Toscane, waar je intelligente vader Messer Piero notaris was, een heer van stand, die leefde volgens zijn status, en je moeder Catarina was een robuuste boerin, die de aardse natuurkrachten beminde.
Je woonde tot je vijfde bij je moeder in het dorpje Anchiano, waar ze je volop vertroetelde en je zoveel mogelijk liet genieten van de vrije natuur. Daarna woonde je bij je vader en grootouders in Vinci, waar de sfeer veelal op kunstzinnige schoonheidsbeleving was gericht, waar je door de zestienjarige kindvrouw van je vader werd vermaakt, die jong gestorven is, wat je veel verdriet heeft gedaan. Op je veertiende kwam je in de leer bij de bekwame Verrocchio, die ook les gaf aan Botticelli en voor wie je vaak poseerde. Je leerde er met vele kunstvormen omgaan, o.a. metaalbewerking, leerbewerking, boetseren en beeldhouwen. Je meester erkende al gauw in jou zijn meester.
Op je zestiende nam je oude vader de twintigjarige Francesca tot zijn vrouw, terwijl jij ook wel met haar kon trouwen, maar ook al zag ze er oogverblindend uit, jij kon er niet warm of koud van worden, want je viel nu eenmaal op je eigen seksegenoten, wat je angstvallig geheim hield, want die geaardheid werd nog veelal als een vreselijke zonde beschouwd, iets waar God niets van wilde weten, dachten de oogklepexegeten.
Je kreeg les in het Latijn, meetkunde en wiskunde en door je superintelligentie blonk je uit in vele studierichtingen.
Op je twintigste was je al lid van het deftige gilde van Sint-Lucas en je kreeg vluchtige, erotische contacten met heren van dezelfde club, zij het in het uiterste geheim op afgelegen plekken. Omdat je als homofiel maatschappelijk werd buitengesloten, kreeg je een extra drive om op te vallen in je kunstzinnige werkzaamheden, om je via omwegen te 'rectificeren', hoogst acceptabel te maken, daarbij gesteund door je aparte ingevingen, voortkomend uit je anders-zijn.
Op je vierentwintigste had je samen met drie anderen betaalde seks met de zeventienjarige gigolo Jacopo; jullie werden veroordeeld, maar vrijgesproken, omdat er iemand van de Medici's bij was. Twee jaar later ging je op jezelf wonen en kon je vader je niet meer controleren, je werkte voor de Medici's in Piazza San Marco, waar je na werktijd vaak de liefde bedreef, verder schilderde je in Palazza Vecchio en bij de monniken van San Donato, waar je seksueel ook genoeg aan je trekken kwam, want wat niet aan het licht kwam, kon ook niet worden veroordeeld. Die jonge pijdragers stonden op ontploffen van de testosteron en ze droegen niet voor niets zulke wijde jurken. Het scheen dat de abt 's nachts bij diverse postulanten aanklopte en niet alleen hij. Tijdens de Metten stonden ze dan weer hoogst vroom in koor te weergalmen.
Op je dertigste verhuisde je naar Milaan, waar je zeventien jaar verbleef, je maakte er een zilveren lier in de vorm van een paardenhoofd, als allround-kunstenaar kreeg je opdrachten te over. Je schilderde 'Het laatste avondmaal' in een mysterieus klooster, waar je je graag bewoog, in die buitenwereldse mannengemeenschap, waar je verboden erotiek goddank verborgen bleef. Je schilderde die discipelen dan ook met persoonlijke intenties.
Je moeder stierf en je voelde haar adem nog lange tijd in je nek hijgen, zij had je altijd al doorzien, omdat ze zelf droomde van tederheden met vrouwen, maar die drang in zichzelf verstikt had. Je ontwierp een koepel voor de Dom van Milaan, want die roomse rakkers betaalden je goed. Je ontwierp een kleimodel van een gigantisch paard, maar door de oorlog met de Fransen stalen ze je brons en goten er kanonnen van, later schoten de Fransen je kleimodel ook nog kapot, terwijl je gevlucht was naar het vredige Venetië, waar je verdedigingsmechanismen ontwikkelde.
Na de oorlog keerde je terug naar Milaan, gehuisvest in het klooster van de Servite-monniken, maar die hielden hun kloostercellen hermetisch gesloten, wat je helaas tot zelfhulpactiviteiten veroordeelde.
Eenmaal in je eigen onderkomen, kwam je vriend Salai weer bij je wonen en had je dolle pret met deze jonge, geile beer, soms met de verwijfde Melzi erbij, zogezegd gewillige leerlingen, die ontvingen en uitdeelden. Ook rommelde je wat met de wiskundige Luca Pacioli, die zich in Venetië al aan je had overgegeven. Je werkte samen met Michelangelo, toch iemand van dezelfde aard, maar dat wilde niet zeggen dat je zijn aangeboren arrogantie en zijn vervloekte achter-de-ellebogen niet grondig haatte, je walgde van zijn hypocriete, opgeblazen bazigheid. Je had hem aan zijn slappe roede naar een Afrikaans oerwoud willen slingeren.
Je werd militair ingenieur en architect en je tekende strategische landkaarten.
Je vader stierf en je kocht een eigen huis in Milaan, waar Salai en Melzi na de schilderlessen graag het reusachtige bed met je deelden. Je schilderde 'Johannes de Doper', als een androgyne belichaming, evenals 'Bacchus' en ook de 'Mona Lisa', die zogenaamd de rijke vrouw van een zijdehandelaar, Lisa del Giocondo, voorstelt, maar in wezen een zelfportret is, heel slim gedaan, gelijkend op een omgebouwde man, ze was je spiegel, een mannelijke vrouw, die jou, als vrouwelijke man, je androgynie onthulde, maar 'De dame met de hermelijn' is net zo fraai geschilderd. Je werkte in Rome met die vervelende Michelangelo en groentje Raphael, maar drie jaar voor je overlijden woonde je in Slot Luce, vlakbij het kasteel van Frans de Eerste, die je gulle werkgever was. Je had je eigen wijngaarden en veel van je werken liet je onvoltooid, omdat je manisch-depressief was.
Je had een geheime relatie met gansje Fransje, want zijn adoratie betrof niet alleen je kunstzinnigheid, toen je stierf heeft hij urenlang je hoofd vastgehouden en beweend. Hij regelde dan ook dat je in zijn kapel van het kasteel te Amboise begraven werd, zodat hij elke nacht bij je kon zijn om je te bewenen, om je zijn trouwe liefde te betonen, om met jou melodramatisch ten onder te gaan.

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 13-11-2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 80 keer bekeken

4/5 sterren met 3 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl