nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (69)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (146)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4559):

De aanhoudende achtervolging

Dresden, 1943

''Albrecht, neem jij een kijk op de tweede verdieping. Zorg ervoor dat niemand achterblijft,'' beval generaal Brenz.
Albrecht, de pas 18-jarige soldaat, deed zoals gewoonlijk wat hem als opdracht gegeven werd. De gehele woning aan de Friedrichstrasse werd met het nodige verzet leeggehaald en de mensen werden weggebracht.
Onderweg aarzelde Albrecht niet om het dit keer wel aan generaal Brenz te vragen.
''Generaal Brenz, ik heb het een tijd geleden al aan u willen vragen.''
''Wat wil jij weten, Albrecht?''
''Wat gebeurt er met deze mensen?''
''Zij moeten ons in de wapenfabrieken gaan helpen,'' zie Brenz kortaf. Hij gaf met zijn brute blik duidelijk aan dat er geen verdere vragen gesteld mochten worden.

Twee dagen later kreeg een groep soldaten, onder wie Albrecht, de opdracht diverse woningen aan de Marxstrasse leeg te halen. De bewoners zouden gedeporteerd worden.
Albrecht nam de trap naar de bovenste verdieping. Hij hoorde lichte geluiden in de badkamer. Voorzichtig deed hij de deur open en zag dat een vrouw en een klein meisje elkaar bevend aan het omhelzen waren.
''Ik moet jullie meenemen,'' zei Albrecht.
''Laat mijn meisje gaan. Ik kom wel met je mee,'' zei de vrouw.
''Dat gaat helaas niet. Ik moet doen wat mij gezegd wordt.''
''Ze is pas vijf. Laat haar hier achter,'' herhaalde de vrouw.
Albrecht keek het meisje aan. Haar tranen bleven stromen.
''Ben jij de moeder?''
''Zij is mijn enige dochter. Laat haar alsjeblieft gaan. Ik kom met jou mee.''
Albrecht keek nogmaals het van angst bevende meisje aan.
''Ga jij maar naar de slaapkamer en doe de deur achter je dicht,'' zei Albrecht.
''Doe wat hij zegt, liefje.''
''Mama, waar ga jij naartoe?''
Ik kom zo snel mogelijk terug,'' zei de vrouw trillend.
Het kleine meisje liep naar de slaapkamer en deed de deur achter haar dicht. De vrouw werd door Albrecht meegenomen. Beneden hadden zich inmiddels al heel wat mensen verzameld, die gedeporteerd zouden worden. Albrecht, die nog steeds niet op de hoogte was dat zij uiteindelijk naar het concentratiekamp Flossenburg gebracht zouden worden, keek nog snel naar de bovenste verdieping. Hij zag dat meisje huilend uit het raam kijken.


Lyon, 1955

''Gaat het goed, Marcel? Dit overkomt jou de laatste tijd wel erg vaak,'' zei Valerie.
Zij werd wakker door het geschreeuw van haar man, die zo nu en dan last had van nachtmerries. De laatste tijd meer dan normaal.
''Het gaat wel weer. Slaap jij maar verder. Ik neem een douche.''

Marcel was werkzaam als een gerespecteerde maatschappijleraar aan de hogeschool Jaures. Hij had de gave om bijna iedereen van zijn idealen te kunnen overtuigen. In het bijzonder zijn leerlingen.
''Gisteren hebben we het uitgebreid over wereldburgerschap gehad. Vandaag wil ik een stap verder gaan. Stel je eens een wereld zonder nationaliteiten voor. Stel je eens voor dat niemand meer tot een bepaalde groepering behoort, maar dat wij met zijn allen een eenheid vormen. Hoe noodzakelijk zijn nationaliteiten? Denk hierbij aan de gehele eenheid van de mens als de hoofdstroom van een rivier, waarbij alle zijstromen weer tot de hoofdstroom teruggebracht moeten gaan worden. Ik wil dat jullie hier echt goed over nadenken.''
Alle leerlingen luisterden met aandacht naar hun charismatische leraar.
Na afloop van de les ging Marcel lopend naar huis. Onderweg kwam hij zijn collega Robert tegen.
''Zeg, Robert. Ik wil jou wat vragen. Is er ook in jouw leven een bepaalde gebeurtenis, die jou maar niet loslaat?''
''Zo'n speciaal leven heb ik niet,'' grapte Robert weer.
Kort daarna namen ze afscheid van elkaar.

Na het avondeten ging Marcel direct slapen. Hij had slaap nodig om weer op te laden. Zo tegen middernacht werd hij schreeuwend wakker. Zijn vrouw bleef dit keer doorslapen. Hij liep naar de woonkamer en ging op de bank zitten. Met zijn hoofd voorover gebogen. Dit kan zo niet verder, dacht hij.

''Joy, kom eens bij papa.''
''Wat is er, papa?''
Marcel omhelzde zijn dochter als nooit tevoren.
''Vanwaar die lange omhelzing, Marcel. Het lijkt of je voorgoed bij ons weggaat,'' grapte Valerie.
Marcel observeerde zijn vrouw. Als nooit tevoren.
''Kom je niet te laat op school?''
''De eerste twee lessen zijn vervallen,'' gaf Marcel aan.
''Ik breng Joy naar school en dan zie ik je vanavond wel,'' zei Valerie en deed de deur achter haar dicht.
Stiekem keek Marcel uit het raam naar zijn vrouw en dochter.
Die ochtend was Marcel niet aanwezig op school. Hij liep er wel langs en bleef er een lange tijd naar kijken. Met tranen in de ogen nam hij er afscheid van. Vandaar liep hij naar het politiebureau, dat zich drie straten verder bevond.

''Heb je het over Marcel gehoord, Pierre?'' gaf Robert aan.
Pierre was de directeur van de hogeschool Jaures.
''Echt ongelofelijk. Ik wist dat er iets vreemds met hem aan de hand was,'' zei Pierre.
''Hij blijkt een voortvluchtige nazi te zijn. Ene Albrecht Klee,'' zei Robert.
''En dan ons in de maling nemen met al die mooie praatjes van hem. Wat mij betreft mag hij de rest van zijn leven in de cel wegrotten!''
De frustratie van Pierre was enorm. Na het nieuws werden tientallen leerlingen door de ouders op andere scholen ingeschreven.
De hele school bleef lange tijd in shock. In het bijzonder de leerlingen. Het geloof in hun leider was opeens verdwenen. Kort na het nieuws sloten ze uit protest verschillende leslokalen dicht om vervolgens alles uit het raam naar beneden te gooien. Tafels, stoelen en kasten. Niks bleef er in die lokalen achter.


2 weken later

Tegen Marcel was er inmiddels een proces begonnen. Hij werd schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden. Hij verzette zich niet. In de ochtend werd hij overgebracht naar Toulouse, waar de rechtbank een uitspraak zou doen. Voordat Marcel in de auto stapte, zag hij zijn vrouw en dochter op afstand naar hem kijken. Voor het eerst nadat hij zich had aangegeven. Zijn dochter in tranen. Even bleef hij stil staan. Dezelfde ogen, dezelfde tranen. Al die tijd hadden ze hem niet losgelaten.

Schrijver: Vedat Gok, 28-05-2012

v.gokat365.nl


Geplaatst in de categorie: oorlog

Deze inzending is 173 keer bekeken

5/5 sterren met 2 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl