nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 verhalen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (124)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (323)
bedankt (25)
biologie (12)
dieren (231)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (166)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (134)
fotografie (5)
geboorte (22)
geld (30)
geschiedenis (26)
geweld (44)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (27)
humor (374)
huwelijk (41)
idool (41)
individu (59)
internet (28)
jaargetijden (51)
kerstmis (69)
kinderen (166)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (347)
maatschappij (144)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (114)
moederdag (11)
moraal (92)
muziek (39)
natuur (88)
oorlog (106)
ouderen (15)
ouders (35)
overig (128)
overlijden (73)
partner (55)
pesten (29)
planten (11)
politiek (50)
psychologie (104)
rampen (52)
reizen (129)
religie (140)
schilderkunst (20)
school (60)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (40)
tijd (52)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (12)
verjaardag (16)
verkeer (37)
voedsel (43)
vriendschap (81)
vrijheid (57)
vrouwen (86)
welzijn (49)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (82)
ziekte (146)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5126):

HET WONDERBEEKJE (eerste deel)

Een helder, bruisend beekje stroomde van een mooie heuvel, waarop veel bomen en bloemen groeiden.
Maar dat beekje was vol wonderwater! Elke dag kwam er een fee die met haar toverstokje op het water sloeg. Dan kwam er toverkracht in. Ja, dan werden de planten die naast het beekje groeiden heel, heel lekker om te eten. Ja, alle planten op de heuvel smaakten dan zo heerlijk. De konijnen smulden er geweldig van. Op de heuvel woonden heel veel van die diertjes.
De fee praatte erg graag met de konijnen, waar ze erg veel van hield. Telkens als ze er aan kwam zweven, werd ze al gauw omringd door haar langorige vriendjes.
De konijntjes wisten wel dat de fee in de buurt van de heuvel woonde. Maar haar huisje kenden ze niet.
Ook in de winter hadden de konijntjes geen honger. Want de fee toverde net zo goed als het vroor. Er groeiden steeds lekkere planten, die tegen sneeuw en kou konden.
De konijnen hadden het zó fijn op die heuvel dat ze nooit ergens anders heen gingen. Ze konden hier naar hartenlust rennen en springen. Er was genoeg plaats om veel diepe holen te graven. Wat zal een konijn meer verlangen?

Op een lentedag regende het verschrikkelijk. De konijnen bleven in hun hol. Die dag kwam de fee niet! Ze was bang voor harde regen. Daar zou haar hele lichaam van smelten! Ook al kon ze toveren, tegen een flinke regenbui was ze niet opgewassen.
Pas na twee dagen hield het op met regenen. Een voor een kwamen de konijnen weer tevoorschijn. Wat hadden ze een honger! Twee dagen niet gegeten... Pijlsnel renden ze naar het beekje, dat nu veel meer water had. Maar wat was dat? De planten smaakten verschrikkelijk bitter! Meteen spogen de konijnen al hun eten weer uit. Het oudste en wijste konijn wist wel waaraan die narigheid te wijten was. Hij sprak luid:
"Die harde regen heeft de toverkracht van het beekje slecht gemaakt. We moeten wachten tot de fee terugkomt."
Maar ook de volgende dag kwam de fee niet. De konijnen konden niets eten, al hadden ze nog zo'n honger. Veel dieren zeiden tegen elkaar:
"Hier kunnen we niet blijven wonen. We moeten verhuizen naar een plek waar veel voedsel is.
Deze konijnen renden de heuvel af en verdwenen in de verte. Waarheen?
Andere konijnen spraken met elkaar af de fee te gaan zoeken. Ze gingen naar het grote bos, dat een eindje van de heuvel af begon. Er werd achter elke boom, in elke struik gekeken. Maar de fee was nergens te vinden.
De jongste konijntjes waren op de heuvel gebleven en probeerden toch wat van die vieze planten te eten. Nee, zoiets smerigs konden ze echt niet door hun keel krijgen.
"Weet je wat !" zei er eentje. "Laten we héél, héél diep gaan graven. Misschien dat we ergens onder de grond wel iets eetbaars vinden."
Ach ja, dat dachten die kleine konijntjes. Ze wisten nog zo weinig...
Vele pootjes wroetten en klauwden in de grond. De aardkluiten vlogen in de rondte. De konijntjes groeven zeker wel de diepste gang van de heuvel. Ze dachten vast dat er eten onder de grond was en dat gaf hun werklust. Toch werden de meeste konijntjes na een tijdje erg moe. Die strompelden maar weer naar boven. Maar twee waren er heel flink en die groeven nóg dieper. Maar daar gebeurde wat. De grond onder het dappere tweetal begon te beven en te trillen... Roetsj! Ze zakten een eind naar beneden en vielen in een kleine aarden kamer. Met een smak ploften ze op het zwarte vloertje. Gauw stonden ze op, probeerden naar boven te klauteren. Nee, dat ging niet. De kamerwanden waren heel steil en glad.


Wordt vervolgd.

schrijver

Schrijver: Han Messie, 18-12-2013

hmessieatlive.nl


Geplaatst in de categorie: dieren

Deze inzending is 62 keer bekeken

3/5 sterren met 2 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Petra Hermans
Datum:21-12-2013
Emailadres:worldpoet546atlive.nl
Bericht:"Alles leidt tot alles."




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl