Inloggen
voeg je autobiografie toe

tabblad: autobiografieen

< vorige | alles | volgende >

autobiografie (nr. 513):

Mijn kamer

Met een ruim balkon op het Zuiden en uitzicht op het park was mijn kamer best een luxe kamer voor mij als scholier.
Tegen de muur waar de middagzon op scheen hing ik mijn vijf mooiste zelfgemaakte tekeningen, zonder lijst, met vier punaises. De tekening van de dronken vrouw in de fel blauwe jurk en de groene vinylplatenspeler hing in het midden van de muur. Het was een grote tekening, gemaakt met krijt en potlood op een vel papier dat de neiging had om te krullen. Ik moest vier extra punaises gebruiken.
De oude tekening van het zinkende donkerblauwe passagiersschip met gehesen zeil hing aan de rechterkant. De tekening van het blauwe hoofd met de lege ogen en de lethargische blik hing aan de linkerkant. De tekening van het web van een harige spin hing naast de tekening van het blauwe hoofd. De tekening die ik maakte van de enge brug hing naast de tekening van het zinkende schip. Ik kon er vanuit mijn bed naar kijken. Een kleine verzameling tekeningen, die ik zelf had gemaakt.

Ik zette de twee balkondeuren open omdat de zon scheen en het een mooie heldere voorjaarsdag was. Het drong nu helemaal tot mij door dit was voortaan mijn kamer, waarin ik mij geheel aan mijn studie kon wijden.

De aantrekkelijke Emma Petronella kwam haastig afscheid nemen. “Ik ga voor een werkbezoek naar Parijs, Bjarne. Ik logeer bij Victoria Martin die je ontmoette tijdens het diner. Ik zie je over vijf dagen.”
Ze was kortaf, ik begreep dat ze geen tijd had. Het verbaasde me wel want anders was ze altijd zo spraakzaam. Ik zag voor het eerst de groene glans in haar reebruine ogen. Het deed me veel.

Ik ging verder met mijn verhuis-tas uitpakken, een nieuwe grijze spijkerbroek, een tweekleurige sweater, een warme wollen trui, drie setjes ondergoed, vier paar sokken, een broekriem, nieuwe pantoffels en een paar regenlaarzen, een gymnastiekbroek en een paar gymnastiekschoenen.
Toen ik naar beneden de trap afging naar de keuken om thee te zetten was Emma verdwenen. Toen ik in de woonkamer kwam viel mijn blik weer op de imposante donkere houten boekenkast. Ik zag dat Emma veel boeken van dezelfde schrijvers had. Krampool, Boter, Rat, Reve, Hermans, Mulisch. Ik zag zo wat namen staan.
Frits liep voor de boekenkast.

Een naam die ik vaak op de ruggen van de boeken zag was: Karel Krampool. Ik had nooit van deze schrijver gehoord of er iets van gelezen. Het was duidelijk dat het een favoriete schrijver van Emma Petronella was. Niet alleen in de boekenkast stonden veel boeken van deze schrijver. Het prikbord bij het schrijfbureau hing vol met uitgeknipte krantenartikelen over deze schrijver. Karel Krampool, een naam om te onthouden.
Ik nam voorzichtig een boek uit de boekenkast en ging terug naar mijn kamer en legde het daar naast mijn bed neer op het kistje dat dienst deed als nachtkastje.
Er klonk muziek uit de tuin van de buren. “Voor mij geen slingers aan de wand.” Ik herkende de stem van André Hazes, de populaire volkszanger uit mijn geboortestad. “Voor mij geen slingers aan de wand.” Ik deed de balkondeuren voorzichtig weer dicht en dacht aan de mooie ogen van Emma. De manier waarop ze naar mij keek.

Frits de zwarte kater was erg in zijn nopjes met mijn aanwezigheid. Hij was me niet vergeten en leek me te herkennen van de vorige keer. Nog voordat ik tijd vond om iets voor mezelf te gaan koken, kookte ik voor hem de vis, die hij zo graag at. Hij at er tevreden van.

Ik besloot een pizza te bestellen, vier soorten kaas, ik had zelf geen zin in vis of vlees. Ik was moe van het sjouwen en het was te laat om boodschappen te doen.
Dertig minuten duurde het, en toen stond de pizzakoerier voor de deur van het mooie herenhuis in Utrecht. Het was de donkerblonde Kees Broodakker, die ik goed kende van vroeger. Hij had een elegante grijze jas aan en een helm op waardoor ik hem eerst niet meteen herkende. Hij verdiende wat centjes extra in zijn vrije tijd als pizzakoerier.
We babbelden even oppervlakkig omdat we elkaar herkenden, maar ik was te moe om diep op zijn blijdschap in te gaan. Ik gaf hem een kleine fooi om zijn vrolijke bui niet te bederven. Ik ging naar de woonkamer en ik stortte me op de overheerlijke pizza die hij op zijn bromfiets had meegenomen.

Karel Krampool de schrijver, het prikbord in de eetkamer hing vol met uitgeknipte krantenartikelen over deze auteur. Ik was te moe om de artikelen te gaan lezen. Het was me duidelijk dat deze schrijver een belangrijke rol vervulde in het leven van mijn blonde hospita, Emma Petronella. Een vrouw die mijn belangstelling had weten te wekken voor haar leven, haar intelligentie en haar schoonheid.

Terug in mijn kamer haalde ik de cassettetapes met muziek uit een volgestouwde tas en zette een tape met de muziek van Neil Young en Bruce Springsteen op. Ik genoot van de vroege avondzon die langzaam in het verderop gelegen park zonk, om de avond te verwelkomen met dromen. Heerlijke dromen.

Hier zou ik dus twee jaar blijven wonen, in een kamer met een zonnig balkon en een eigen wastafel en binnenkort ook een tafel en een stoel.
Hier moest ik slapen, snurken, dromen, studeren, tekenen, schrijven, rekenen, ademen, denken, voelen en verwerken wat er in het leven op me afkwam. Het was alsof ik het verleden van me af had weten te schudden.
Alles werd gereed gemaakt voor de toekomst. Een nieuwe toekomst.

Illustratie: Een nieuwe toekomst
Schrijver: Bjarne Gosse
23 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: verhuizen

4,7 met 3 stemmen 96



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)