Inloggen
voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

Nachtkastje

Er werd getoeterd in de straat. Een oude bekende kwam mijn geliefde nachtkastje brengen. Ik had hem gevraagd het op te halen uit Amsterdam, waar mijn ouders het al die tijd hadden bewaard. Ik liep naar de auto die voor het herenhuis van mijn hospita stond geparkeerd. In de kofferbak lag mijn nachtkastje. Een donkerrood geschilderd vierkant kastje. Willem hielp me met het uitladen. Plots viel zijn blik op een boek dat in de kofferbak lag. Hij pakte het op en begon te lachen. “Vijfentwintig slimme en sociale manieren om een vrouw te versieren” stond er in rode letters op de kaft van het boek.

Het was al een paar dagen mooi zomerweer. Niet heel warm, maar de hele dag zon. Geen wolken in de lucht. Een strak blauwe lucht.

Ik deed overdag zoveel indrukken op dat ik in de avond niet te laat naar bed ging. Om in de ochtend weer fris en uitgeslapen op te staan.
Een bizarre droom had ik over het boek van Karel Krampool dat ik gelezen had. Vlagen van die droom kon ik mij de volgende ochtend herinneren. Wanhopig had ik geprobeerd het leven van de kunstschilder Ancel Favre te redden door hem een levenselixer te laten drinken met krachtige kruiden en geheime ingrediënten. En inderdaad hij ging niet dood, maar hij veranderde in een reus die iedere dag twee meter groter werd. Zwetend werd ik wakker in mijn bed met de droom in mijn hoofd. Een romanpersonage was een reus geworden.

Toen ik naar de brievenbus liep om de ochtendkrant op te halen liep Frits met mij mee naar de voordeur. Ik nam de krant mee naar de woonkamer omdat ik de cultuurbijlage wilde lezen. Er stonden twee interessante artikelen in de ochtendkrant. In de boekenbijlage een artikel over de schrijver Karel Krampool. Een recensie over zijn nieuwe boek waar tot mijn grote verbazing een reus in voor bleek te komen.
Een reus die ieder jaar een meter groter werd!
En een artikel over de kunstschilder C. Buurtveen waar ik model voor had gestaan. Aan de gesprekken met Chris Buurtveen had ik wel iets gehad.
Ik kon met kunstschilder Chris goed over abstracte emoties praten.
In het artikel stonden zinnen die ik niet goed begreep. Hij vergeleek ieder mens met een reus. Dat vond ik vreemd want daar had hij mij nooit iets over verteld. En wat een vreemd toeval!

Het schilderij dat hij van mij had gemaakt was inmiddels voltooid en zou te zien zijn op zijn aanstaande tentoonstelling. Voor Christiaan Buurtveen bestond er een wereld tussen het zichtbare en het onzichtbare. Hij kon die wereld vastleggen in zijn schilderijen. Ik had daar bewondering voor, maar het was niet hetgeen ik zelf zocht in mijn behoefte om te schilderen. Met mijn beste vriend Peter praten was veel leuker, want hij zag vaak humor in gebeurtenissen die in feite dramatisch waren. Zijn schilderstijl was vrijer dan die van Chris Buurtveen. Een stijl die vaak confronterend was door het doorzetten van de abstractie.

Emma had een nieuwe brief uit Amerika gestuurd. De toon van deze brief was veel persoonlijker dan haar vorige wat meer een reisverslag was over haar escapades. Ze schreef aan het einde van de brief zelfs dat ze me miste en dat ik Frits van haar een knuffel moest geven. Ik kreeg er een warm gevoel over dat deze brief veel liever was. Zou ze dan toch werkelijk van mij houden?

De telefoon rinkelde, snel nam ik op. Ik herkende de hese stem van Gerard Vroeg onmiddellijk.
“Ik heb het nieuwe album van David Bowie Bjarne, kom je vanavond samen luisteren, ik heb lekkere hapjes voor bij de oude jenever!” Ik kon zijn jeugdige enthousiasme niet weerstaan. Twee uur later zat ik in zijn kleine kamer op een krappe stoel met een glaasje oude jenever in mijn handen. Hij dronk zelf veel sneller dan ik. Aandachtig luisterde ik naar wat hij allemaal had te vertellen. Ik luisterde naar Gerard, maar ik dacht aan de woorden van Emma omdat die op dat moment voor mij meer gewicht hadden. Gerard begon weer te flirten. Ik wist dat ik op mijn hoede moest zijn. Toen we allebei een flinke slok ophadden stelde ik voor om samen naar de Nachtraaf te gaan. Ik vertelde hem dat ik mijn oude nachtkastje uit Amsterdam weer naast mijn bed had staan, en dat ik daar alle brieven in bewaarde.
Daar liepen we samen op wankele benen naar de Nachtraaf om onze roes uit te dansen en de week af te sluiten.
In de Nachtraaf stonden Maarten Wolvenknaap en Jan Boter druk met elkaar te praten. Gerard en ik liepen rechtstreeks naar de kleine dansvloer omdat David Bowie door de luidsprekers klonk. Ik realiseerde me dat ik vergeten was om hem te vragen wat de bedoeling van zijn vaak absurde brieven was. Later in de nacht verloor ik Gerard uit het oog, toen ik na het dansen op stoel in de kroeg ging zitten kwam Jan Boter naar me toe om naar Gerard te informeren. Ik was te ver heen om hem te antwoorden en ik besloot om terug te gaan naar mijn eigen nest. De maan scheen helder over de Utrechtse nacht.

Wat was ik gelukkig met mijn oude nachtkastje naast mijn bed. Emma zou wat gaan beleven als ze weer veilig thuis was. Haar jeugdige minnaar was er klaar voor.

Flarden van het gesprek met Gerard Vroeg bezochten mijn dromen. Hij was zijn tijd ver vooruit door zo uitgesproken in mijn dromen te verschijnen. Hij was in het bezit van een vreemdsoortige humor. Alsof hij zelfs in het diepste chagrijn de vreugde van het leven kon ontdekken. Ik moest oppassen, want hij had toespelingen gemaakt op mijn kruis. En ik wilde hem niet tot mijn kruis toelaten. Zijn woorden klonken melodieus, maar niet alles paste in de fijnzinnige toonladders van mijn muzikale dromen. Het was mijn muze Emma die wederom met mijn jonge manlijkheid zou gaan kennismaken.
Ik verlangde naar haar, met een nieuwe passie die smaakte naar meer. Veel meer dan dat ik tot nu toe had meegemaakt.

Schrijver: Bjarne Gosse
29 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: individu

4,0 met 1 stemmen 56



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)