Inloggen
voeg je autobiografie toe

tabblad: autobiografieen

< vorige | alles | volgende >

autobiografie (nr. 509):

Taal van de zomer

In de zomer was er meer tijd voor andere dingen dan studeren en in het tuincentrum werken.
Ik genoot van de vrijheid in de tuin, keek naar de zwaluwen in de lucht en las in de gedichtenboeken van mijn geliefde Emma. Ik leerde de taal van de zomer steeds beter spreken.
Er verscheen een glimlach op mijn gezicht op momenten waar ik anders een grimas liet zien.

Er waren naast Emma nog twee mensen die me brieven schreven.
Peter Halm, de jonge kunstschilder met wie ik een vriendschapsrelatie had, maar die af en toe liet doorschemeren dat hij wel meer zou willen. Ik ging daar verder niet op in. Zijn brieven waren amusant om te lezen.
En nog iemand anders. Een vroegere klasgenoot waar ik een beetje medelijden mee had. Kees Broodakker. Hij stuurde me brieven met lieve gedichtjes. Geen opdringerige brieven. Eigenlijk vrij korte berichtjes met steeds een paar gedichtjes erbij. Ik wist niet wat ik er op moest antwoorden. Hij had al drie brieven gestuurd in keurige donkerbruine enveloppe. In de laatste enveloppe zat een gedicht met als titel:
De reus. Het was een langdradig gedicht waarin hij uit de doek deed hoezeer hij het moeilijk vond om zichzelf te zijn. Ik kon me er niets bij voorstellen.

Lieve Emma Petronella had er haar eigen gedachten over emoties in de kunst. Ze wilde alles heel letterlijk benoemen. Alsof er achter ieder woord een diepgaande emotie zat en achter iedere expressie een doorvoelende belevingswereld. Voor haar moest alles zichtbaar blijven. Het maakte haar aantrekkelijk. Ze was intens in haar belevingswereld. Eigenlijk hoorde ze iedere maand in een ander land thuis. Want ieder land had recht op zo een prachtige vrouw!
De vriendschap met Peter werd hechter tijdens haar afwezigheid.
Lange tijd had ik gedacht dat ik het spoor bijster was. Ik had neurotische klachten en zocht een uitweg in het uitgaansleven. Ik kwam daar dikwijls Peter tegen en dan wisselden we wat woorden uit om onze platonische vriendschap op peil te houden. Hij was de enige die mijn af en toe warrige gedachten kon volgen. Ik begon me steeds vaker af te vragen wat hij van mijn gedichten vond. Ik durfde het hem niet te vragen, met de nare ervaring met mijn hospita nog in mijn achterhoofd.
Peter was aan een nieuwe serie schilderijen begonnen. Hij had zich laten inspireren door de dierenwereld. Het ware stille figuren, gestileerde dieren die in een gedachtewereld verzonken leken. Ze hadden een korzelige huid door de textuur van de verf. Er was veel zwart en donkerblauw in verwerkt. Het stond heel erg stil in de tijd, wat wel paste bij Peter die sinds dat hij was afgekickt van de coke veel rustiger was geworden.
Onze vriendschap gaf mij de energie om het voorlopig nog vol te houden met mijn hospita. Ik kon ook niet anders want als ik dat niet deed stond ik op straat.
Ik ging niet meer bij Peter op bezoek, de gesprekken liepen vlotter als we elkaar toevallig tegenkwamen. Dat was dikwijls want we kwamen in dezelfde kroegen.
Onze platonische vriendschap had voor mij een bijzondere betekenis gekregen. Er was eindelijk ook een wereld naast de lessen techniek, bodemkunde, bloementeelt, groenteteelt, natuurkunde, scheikunde, Nederlands, Engels, maatschappijleer en techniek.
In de krant las ik de laatste recensie over de tentoonstelling van het werk van Peter. Lovende woorden, maar hij bleef er heel bescheiden onder. Hij kon heel goed vertellen en dingen begrijpelijk maken.
We hadden dikwijls aan een paar woorden genoeg omdat hij me alles had uitgelegd. Wat Peter misschien wel vermoedde was dat ik enorm tegen hem opkeek. Hij was wel een aantal jaar ouder dan ik, een flink stuk groter en blond. En hij had succes. Hij was mijn persoonlijke reus.
Opnieuw kreeg ik een brief van Kees Broodakker. Hij had het gedicht “De reus “ herschreven. Deze keer stonden er een positieve zinnen in. Het bleef een langdradig gedicht. Hij wist nog steeds niet wie hij was. Hij liet weten dat hij teleurgesteld was dat ik niets terug had geschreven. Hij had tenslotte postzegels toegevoegd en een enveloppe met zijn adres erop om te kunnen antwoorden.
Ik besloot te doen wat mijn gevoel me in gaf. De inspiratie was in de buurt. Ik schreef een grappig gedichtje over Frits de zwarte kater en ik maakte er een kleine tekening bij.

Het was heerlijk in de tuin. Ik was begonnen met het lezen van de gedichten van Gerrit Achterberg. Hoog in de lucht vlogen vier zwaluwen. Geen wolkje in de lucht.

Schrijver: Bjarne Gosse
2 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: individu

4,0 met 1 stemmen 44



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)