Inloggen
voeg je autobiografie toe

tabblad: autobiografieen

< vorige | alles | volgende >

autobiografie (nr. 514):

Korte broek

Dat Maarten Wolvenknaap mij kwam verrassen met een drietal voor hem te klein geworden broeken was aandoenlijk. Hij wist dat ik het niet breed had omdat ik in het weekend dikwijls bier dronk. Het was echter geen weer voor lange broeken en ik voelde me een beetje sip.
Hij stelde voor om in een van de broeken de schaar te zetten om er een korte broek van te maken.
We vonden een schaar in de ladekast in de woonkamer van Emma en we maakten in een mum van tijd een korte broek die beter bij het zomerse weer paste dan een lange broek.

Met een voldaan gevoel vertrok Maarten weer die zomerse ochtend. Ik had inmiddels de korte broek aangetrokken. Toen ik in de tuin zat bemerkte ik dat ik koorts had.

De droomkoorts bracht me uit mijn doen. 
Er zat niets anders op dan in bed blijven liggen. Mijn hoofd en mijn lichaam voelde zwaar. Mijn geest leek slechts op halve kracht aanwezig.
 
Misschien had ik de besmetting via Maarten Wolvenknaap opgelopen of was ik al eerder besmet met deze vreemde aandoening in de supermarkt. Of had ik de besmetting opgelopen via de omhelzing met de dronken Arthur die troost voor zijn kwetsbare tranen zocht.

Ik viel in slaap en de droomkoorts begon heviger te worden. De kus van Maarten was een magische gebeurtenis geweest. Deze plotselinge tederheid van de anders zo stoere jonge Wolvenknaap had mij ontroerd. De plotselinge kwetsbaarheid van de anders zo nuchtere Arthur had me geraakt. Mijmeringen brachten me terug naar mijn jeugd.

Ik herinnerde me prachtige zomers in de wilgenwouden aan het zoetwatermeer, waar ik mijn jeugd door had gebracht. Zomerdagen overgoten met het licht van de zon en dwalende wolken over gras en landerijen. Het glinsteren van de rivier. Op het water van het zoetwatermeer lagen dromen in een rubberboot. Zwanen in de verte op de golfjes en meeuwen in de heldere blauwe lucht, krijsend op zoek naar vis, herinnerde ik uit mijn jeugd. Een schittering op het wateroppervlak, door geen schilder te herhalen, visioenen verschenen achter mijn geestesoog.

Ik herinnerde mij de herfst van het meisje van de vioolles, die mijn moeder hielp met het aangelegde tuintje. En mijn verjaardag die in het water viel omdat de jongens van school mij uit jaloezie gingen pesten.
De droomkoorts nam mij mee naar dromen uit het verleden, mooie dromen, maar helaas ook nachtmerries. Toen ik de volgende ochtend wakker werd herinnerde ik me een nachtmerrie over een oude fiets die ik van vroeger kende. Ik pakte mijn Hector Havermout schrift en schreef er een kort verhaal over.

Het ging niet goed met Moeder Aarde.
Er verschenen steeds meer berichten in de kranten. Diersoorten stierven uit, natuurgebieden werden kleiner. De mens had steeds meer ruimte nodig. Er kwamen nieuwe vreemde ziekten, waar de wetenschap geen raad mee wist.
Tijdens maatschappijleer werd er aandacht aan besteed. We hadden een klein groepje mensen die zich er van bewust waren. De anderen kon het niet veel schelen. De toekomst leek vaak zo ver weg op die leeftijd. Wat kon ik er zelf eigenlijk aan doen?
We kregen ook een extra les over de droomkoorts. Het was afkomstig uit Amerika, maar ik had het waarschijnlijk opgelopen in een Hollandse supermarkt of door een spontane kus. Een aantal vrienden zat in een actiegroep. Zij wilden de invloed van Amerika beperken. Ik vertelde ze liever niet dat ik de droomkoorts had. Er gingen rare verhalen de rondte over de droomkoorts. Mensen zouden er een andere persoonlijkheid door krijgen.

Liever dacht ik er niet aan. Ik probeerde er mee te leren leven. Iedere nacht had ik bizarre dromen over mijn verleden veroorzaakt door de droomkoorts. Wanneer het mij lukte schreef ik ze op in mijn Hector Havermoutschrift. Wanneer het me niet lukte probeerde ik de dwaze dromen te vergeten.
Ik las het laatste droomverhaal dat ik had geschreven in mijn Hector Havermout-schrift nog eens over. Vast van plan was ik om het nooit aan iemand te laten lezen. Het was een verhaal uit een kwetsbare periode van mijn leven. Het ging niemand iets aan, hoe eenzaam ik me had gevoeld tijdens het naar huis lopen door het onweer.

Ik leefde nog altijd met de droomkoorts, samen met de zwarte kater Frits, in het huis van mijn hospita die voor drie weken in een grote stad in Amerika verbleef. Ik was ziek en sliep veel.
Arthur en Maarten kwamen mij opzoeken in mijn dromen.
Het was onduidelijk waarvoor ze kwamen. Ik snakte naar vrijheid en de open lucht.

Ik werd wakker, de zon scheen over het balkon. Ik deed de balkondeuren open en liet de zon op mijn gezicht schijnen. Snel trok ik mijn nieuw verkregen korte broek aan en met een glimlach op mijn gezicht vertrok ik naar de supermarkt om ijsjes te gaan kopen. De zomer was de mooiste tijd van het jaar. Ik belde Gerard Vroeg op om hem te vragen hier in het huis van mijn hospita te komen eten. Ik wilde een pastasalade maken omdat ik wist dat hij daar dol op was. Het was alsof mijn korte broek mijn over het dieptepunt van de zomer had heen geholpen. Alsof het tweedehands kledingstuk mij een nieuw leven had gegeven.

Schrijver: Bjarne Gosse
8 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: vriendschap

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 29



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)