Inloggen
voeg je autobiografie toe

tabblad: autobiografieen

< vorige | alles | volgende >

autobiografie (nr. 522):

Kleddernat

Het onderhuidse verlangen naar de warmte van de elegante Kees nam meer en meer in betekenis toe. Misschien moest ik hem werkelijk uitnodigen en hem zijn gang laten gaan. Hij had er over geschreven, dus hij wist waarover hij het had. Ik had nog een week vakantie. Ik wist niet wanneer Emma zou terugkeren uit Parijs. Het zou niet handig zijn als ze ons zou betrappen. Ze kon spontaan hysterisch worden en dan was ze niet te harden. Dan waren de poppen aan het dansen!

Ik kon het onderhuidse verlangen ook niet van mij afschudden. Daarvoor had Kees zich te belangrijk gemaakt. Hij wist natuurlijk al lang dat ik hem leuk vond. En dat onze gezamenlijke belangstelling voor de poëzie voor een vruchtbare muze kon zorgen. Maar wat als ik het niet fijn vond om met hem te vrijen. Ik bleef er over piekeren. Het piekeren werd mijmeren, het mijmeren werd verlangen.
Kees had mij opgezadeld met een onderhuids verlangen. Ik wist nog niet hoe ik op dat verlangen moest reageren. Alles was nieuw en onvoorbereid.
Hoe zou het zijn om Kees naakt te zien? Hoe zou het voelen?

Er was nog een ander onderhuids verlangen. Het verlangen om meer met mijn artistieke werk te gaan doen. Ik was er zo vaak mee bezig geweest. De kunstenaar Peter Halm had me aangeraden om na mijn studie naar de kunstacademie te gaan. Ik aarzelde. Er stonden nog herexamens voor de deur en ik zou niet veel tijd overhouden om creatief bezig te zijn. Ook Peter Halm had mij opgezadeld met een onderhuids verlangen. Ik wilde graag zoals hij zijn. Zijn succes, zijn status, zijn vriendenkring. Ik keek er tegen op. Het was voor mij een vreemde wereld. Toch had ik dat onderhuidse verlangen. Dan stelde ik mij voor dat ik Peter was. Dan bedacht ik dat er mensen kwamen om mijn werk te kopen. Hoe zou het met Peter Halm zijn? En met zijn nieuwe vriend in Italië. Ook hij had niets meer laten horen. Waarschijnlijk genoten ze samen van een welverdiende vakantie.

In de boekenkast van Emma vond ik een aantal boeken over internationale poëzie. Het regende in Utrecht. Die middag dook ik in de boeken en besloot ik alle onderhuidse verlangens even te vergeten. De zwarte kater Frits kwam naast mij liggen op de bank. 
Ik dacht weer aan Emma en haar veelzijdige belangstelling voor alles en nog wat. Emma hield van dieren en poëzie. We hadden het vaak samen over dieren en poëzie.
Het wonderbaarlijke van dieren was dat ze je iets konden vertellen zonder er woorden bij te gebruiken. Bij mensen ontstond er altijd ruis, omdat de betekenis van veel woorden niet voor iedereen hetzelfde was.
Het kwam vaak door de achtergrond van mensen, het milieu waar ze vandaan kwamen.
De gevoelswaarde was voor iedereen anders, het was een uiterst beroerd lapmiddel om de onuitgesproken wereld zichtbaar te maken, zonder dat er twijfel ontstond over of het eigenlijk allemaal wel zo veel waarde had.
Emma Petronella had de gave om iemand te doen geloven dat alles wat zij zei veel belangrijker was dan dat een ander had te vertellen. Ik werd er onzeker door. Maar het fascineerde mij ook.
Mijn bewondering voor de vrouw die ik beminde ging ver. Verder dan ik zelf kon overzien.

Ik wist ook dat er mensen waren die deze twijfel niet hadden, omdat ze een plek hadden, en hun denken konden begrenzen met de zaken die er voor hen toe deden. Zij functioneerden in de maatschappij en konden zich ongelimiteerd bedienen van de etiketten en de typeringen die de samenleving hen had geboden.
Het wonderbaarlijke van poëzie was dat je tussen de regels kon lezen. De woorden die niemand zei waren plots te lezen.
Het fijne van dieren was dat ze niet aan mensenzaken dachten.

Opnieuw probeerde ik de zomerse blues wat kleur te geven door te gaan dansen in een discotheek in de binnenstad van Utrecht. Ik kwam er Arthur tegen die gedronken had. Hij was verrast om mij te zien en het leek hem blij te maken. Hij had de afbeelding van een beer op zijn shirt.
Ik bleef niet lang want ik had geen zin om te drinken. Toen ik op de terugweg door de stad liep kwam ik Gerard Vroeg tegen. Het ging niet zo goed met hem. Hij was opnieuw werkeloos geworden door de economische crisis en hij vroeg me of hij geld van me kon lenen om eten van te kopen. Omdat ik hem aardig vond gaf ik hem vijf gulden. Dan had hij in ieder geval iets te eten de volgende dag. Wel vreemd dat hij wel geld had gehad om wodka te drinken. Hij zag er verwaarloosd uit. Zijn gezicht was ingevallen en het leek alsof hij al drie weken dezelfde kleren droeg. Een te grote spijkerbroek en een shirt vol met vuile vlekken.

Ik was moe, ik gaf hem de vijf gulden en nam vluchtig afscheid. Ik voelde me niet lekker in mijn vel zitten. Ik dacht aan zijn erotische gedichten en ik merkte dat hij behoefte had aan liefde.
Dit keer waren er geen wolken om mij naar huis te brengen. Het begon te regen. Het had geen zin om me te haasten. Ik was toch al kleddernat. De regen viel veelvuldig en met grote druppels op mijn onrustige lijf.

Schrijver: Bjarne Gosse
20 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: individu

4,5 met 2 stemmen 46



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)