Inloggen
voeg je autobiografie toe

tabblad: autobiografieen

< vorige | alles | volgende >

autobiografie (nr. 531):

De zee van Kees

“Hallo met Bjarne Gosse”, sprak ik aarzelend.
“Hallo Bjarne met Kees Broodakker, ik moet je iets geweldigs vertellen!”
Ik schrok ervan dat ik de stem van mijn geliefde plotseling hoorde in een wel zeer enthousiaste gemoedsstemming.
"Hoi Kees, wat is er dan?” sprak ik verlegen.

“Je raadt het nooit Bjarne, ik heb de hoofdprijs gewonnen bij een radioprijsvraag. Een auto.
Een Renault 5 Blue Jeans. Mijn eerste auto. Ik heb gisteren de sleutels gekregen en kan de auto vandaag op gaan halen in de showroom van Renault. Ik kom meteen naar je toe, dan gaan we samen naar het strand, kan ik je vanmiddag om drie uur op komen halen?“
Ik moest even nadenken over al deze toch wel verrassende informatie. Ik had Kees nooit zo enthousiast horen praten. En wat lief dat hij met mij naar het strand wilde.

“Dat meen je niet Kees. Heb jij een auto gewonnen? Ik kan vanmiddag wel, waar wil je dan naar toe?”
“Echt waar Bjarne, het is een leuke kleine auto en ik krijg er gratis een jaar lang verzekering bij. Ik kom je vanmiddag ophalen en dan zal je het zelf zien. Gaan we gezellig op het strand wandelen. Ik verheug me er al op om met jou uit te waaien.”
“Geweldig Kees, ik verheug me er ook op om jouw Renault 5 Bleu Jeans te zien en samen naar het strand te gaan. Ik zie je dan vanmiddag.”

Om drie uur in de middag werd er aangebeld. Het was een dolblije Kees die enthousiast wees naar de auto die hij gewonnen had met een prijsvraag. Ik zag een kleine blauwe auto staan. Gloednieuw. Ik had deze auto’s al vaker gezien, maar niet in die kleur. Kees was erg trots. Het was fijn om hem zo blij te zien.

“Heb jij je zwembroek bij je Bjarne?“ vroeg Kees mij met een vrolijke grijns op zijn gezicht. Ik wist niet dat we ook gingen zwemmen.

“Nee, die moet ik nog even zoeken Kees, wacht maar even in de woonkamer. Wil je iets drinken? Er staat nog een fles cola koud.”

“Is goed Bjarne, doe mij maar een glaasje cola en doe rustig aan, ik wacht wel even.”

Hij glunderde. Ik vond het aandoenlijk om hem zo gelukkig te zien. Zijn leven had een onverwachte wending gekregen en hij wilde de vreugde daarover met mij delen. Het was net alsof ik zelf ook een prijs had gewonnen. Geen auto, maar een vriend die zijn auto met mij wilde delen. Haastig zocht ik naar mijn zwembroek. Na vijf minuten was het raak. Ik vond mijn zwembroek, maar ik vroeg me af of ik die nog zou passen. Ik deed de zwembroek met een handdoek in een tas en ging naar de woonkamer waar de glunderende Kees van zijn koude cola genoot.

“Ben je er weer Bjarne”, zei Kees met voelbare genegenheid in zijn stem.

“Kom we gaan naar onze blauwe koets”, voegde hij er plagend aan toe alsof hij kon voelen dat ik naar hem verlangde.

Het was een kleine auto, maar dat was voor mij geen probleem omdat ik ook niet zo groot ben. Voor Kees was het wat lastiger maar hij wist zich met een lenig gebaar achter het blauwe stuur te nestelen. Er ging een rilling door mij heen om nu zo dicht bij mijn geliefde Kees te zijn. De blauwe auto rook nog naar de nieuwigheid. Er zat geen radio in.

“Ik ga er binnenkort een radio inbouwen Bjarne“, sprak Kees en hij legde alsof het de normaalste zaak van de wereld was zijn rechterhand op mijn linkerbovenbeen.

Daar zat ik dan naast Kees in zijn splinternieuwe auto. Hij was stil. Dat zwijgen was aangenaam. Ik voelde me gelukkig met hem zo dicht bij me. Plotseling begon Kees toch te praten.
“Bjarne”, sprak hij, en toen viel er een stilte alsof hij niet verder durfde te praten.
“Ik moet je toch iets vertellen”, praatte hij verder.
“Wat wil je dan vertellen Kees?”, vroeg ik omdat hij weer zweeg.
“Ik vertel het je straks wel als we op het strand zijn Bjarne. Ik weet nu even niet hoe ik het moet zeggen. Heb je er nog zin in?“
“Ja Kees, ik ben al heel lang niet naar de zee geweest.”
“Oh” zei Kees en hij liet een kort lachje horen, alsof hij een ander antwoord had verwacht. Hij zag er sportief uit in zijn dunne rode zomerjack en zijn korte broek van linnen. Ik keek verlegen naar zijn mooie benen. Waarschijnlijk kon Kees dat merken want hij legde opnieuw zijn hand op mijn linkerbovenbeen.

“Je bent een lieve kerel Bjarne”, sprak hij plotseling. Ik draaide het raampje open omdat het warm werd in de auto. Kees keek even lachend naar me en streelde me toe plotseling over mijn schouder. Ik wist dat hij op het verkeer moest letten dus ik schoof voorzichtig wat meer naar de deur van de blauwe auto.
“Nog een half uurtje rijden Bjarne”, stelde Kees mij gerust. Twintig minuten later kwamen we de eerste verkeersborden richting strand tegen. En tien minuten daarna parkeerde Kees zijn nieuwe auto op een parkeerplaats nabij het strand. Als twee uitgelaten jonge honden sprongen we uit de auto met de zwemspullen. En alsof we het met elkaar hadden afgesproken zetten we het op de drafje om zo spoedig mogelijk de zee te zien. We klommen met de trap de laatste duin over en daar zagen we de zee. Kees gaf me een speelse duw, alsof hij wilde zeggen: “ga dan Bjarne, daar ligt de zee aan jouw voeten.”

Het was prachtig weer. Veel mensen op het warme zand. Het was of ik de zee voor het eerst zag. Want het was de zee van Kees. De Kees waar ik mee in zee ging. De zee van Kees en mij. Dat maakte me blij. Kees wilde ergens gaan liggen. We legden onze handdoek op het zand. Wat er toen gebeurde zou ik nooit vergeten. Kees sprong boven op me alsof ik de zee was. De zee van Kees.

Schrijver: Bjarne Gosse
24 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: vakantie

4,0 met 1 stemmen 43



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)