Inloggen
voeg je autobiografie toe

Autobiografieen

Stadsjungle van de armoede

Terwijl een vrolijke lentezon mij het gevoel gaf dat ik in Afrika rondliep in mijn jungleoutfit om de wilde dieren te bekijken, zag ik aan de overkant bij de vuilnisbakken een huismus wegvliegen om zich even verderop in het zand te baden. Het was lang geleden dat ik een huismus had gezien, het stelde me gerust dat dit ijverige vogeltje zo genoot van het mooie weer.
Herinneringen aan Emma Petronella vlogen af en aan. Zij hield altijd van dieren. We hadden het vaak samen over dieren.
Er hing een jonge lente in Amsterdam.
“Voor iedere traan die ik op mijn groene nachtjurk zal plengen zul jij pijnscheuten voelen door heel jouw lichaam Bjarne Boterbloem” De literaire dreigbrieven van Emma werden steeds onnozeler. Ik hoorde van haar vrienden dat ze rondvertelde dat ze nachtenlang lag te janken omdat ik haar had verraden door naar Amsterdam te verhuizen. Ze was inmiddels berucht in Utrecht door haar nachtelijke dwalen. Ik las haar brieven vluchtig door en verborg ze dan snel uit angst om daar haar boosheid behekst te worden. Haar verwensingen maakte me bang en daardoor voelde ik me vaak verlaten.
De eenzaamheid begon aan mijn nachtelijke maan te knagen. Alleen in bed las ik de brieven van de jonge intellectueel Gerard Vroeg. Hij had veel kwajongensstreken uitgehaald toen hij nog jong en onbedorven was, maar de volwassenheid van de deugdelijke man had hem ook aangeraakt en zijn zelfstudie filosofie begon dankbare vruchten af te werpen.
Opvallend was dat hij vaak diarree had en daar uitvoerig over schreef in een vileine taal die ik soms wat overdreven vond. Ik had hem gekend als een wat destructieve jongeman dus het verbaasde mij dat hij zo opbouwend bezig was en verbanden zag waar ik mij in het geheel niet van bewust kon zijn.
Ik antwoordde kort met een zelfgemaakte foto of een kleine tekening van een jong volwassen krokodil, een aapje of een klein huisje met een schoorsteen, maar hij bleef steeds uitvoerige brieven schrijven over de tijdzone wanneer hij aan de schijterij was. Ik had inmiddels een heel stapeltje briefpapier naast mijn bed liggen, angstig om iets weg te gooien. Het kon van belang zijn om de boosheid van Emma te vergeten.
Er borrelde geen diepe tranen van ontroering, dit keer ging alles nuchter, met de nodige afstand. Alsof ik had begrepen dat de vreemde taal der liefde mijn edele ik vaak beter begreep dan ik zelf.

“Waarschijnlijk is het dan slechts stilte die ons de innerlijke vrede brengt. Mensen worden regelmatig gekleineerd wanneer ze naïef zijn, en zelfs naïeve mensen zijn in staat de ander de belazeren, wanneer ze in hun onschuld geen oog hebben voor het lijden van andere mensen.”
Het was een van de citaten die Emma Petronella in mijn Hector Havermout schrift geschreven had met de rode inkt van een blauwe ganzenveer.

Ik had het schrift al die jaren bewaard en las er soms nog in. Eigenlijk alleen de aantekeningen van Emma Petronella, want de inkt die ik had gebruikt was van zo een slechte kwaliteit geweest, dat mijn eigen woorden niet meer waren te lezen.


Inmiddels was mijn leven in een neerwaartse spiraal terechtgekomen. Emma schreef me gelukkig geen boze dreigbrieven meer, maar stuurde me dikwijls ongevraagde boeken voorzien van een handtekening en een boodschap van de auteur. Die moest ik goed bewaren had ze me ooit laten weten. Ik stuurde ze chagrijnig weer terug. Ik wilde mijn eigen boeken kopen, zonder boodschap en handtekening van de auteur en niet een soort levende leesopdracht van Emma worden.
Opdringerig was het en het stoorde me dat ze me niet gewoon met rust liet. Ik had verdriet over het uitgaan van de innige relatie met Punk Godin Trudy, die steeds prominenter in het rebelse Amsterdam aanwezig was bij felle protesten tegen onze regering.
Het was niets voor mij, die politiek, ik hield teveel van het poëtische leven en zijn mysterieuze aardse verschijningen om mij met kille statistieken te bemoeien.

Ze lagen ergens in mappen verborgen, de brieven van Emma Petronella, ik durfde ze nauwelijks te lezen. Ik had er ook al een aantal weggegooid omdat ze niet over mij gingen, maar over de brutale volksjongen die Emma Petronella op mij had geprojecteerd om zichzelf interessant te vinden en mijn kant van het verhaal niet te hoeven horen. Ze had een geraffineerde manier om mensen het gevoel te geven dat ze dom waren, en ik was zo dom geweest om mij dat veel te lang aan te laten leunen, omdat ik haar miste met haar vileine opmerkingen over mensen die ze niet zag zitten.
Berend had er ook een handje van, de getallenbrij, zijn moeder en zijn vader, allebei werkzaam als psychiater hadden de bewustheid voor getallen er bij hem met een zilveren paplepel ingegoten. Ik moest het met een plastic theelepeltje doen. Zelf voor een servies was er geen geld, maar we bleven dapper. Helden bestonden niet meer. Trudy was een verschijning. Emma was een schim. En Gerard Vroeg was een jonge intellectueel die verdomd goed kon schrijven.

Het werd me niet echt duidelijk waarom hij zo vaak diarree had. Misschien hoorde het bij zijn manier van schrijven en moest er eerst iets uit zijn buik komen voordat zijn hersens begonnen met werken. De eenzaamheid begon aan mijn kleine linker teen te knagen. De dokter had verteld dat ik een mutatie was. Een soort overgangsfase tussen een mens en een wezen. Langzaam begon ik te verdwijnen in de geprojecteerde fantasie van anderen. Ik waande mezelf op weg naar het toilet, in de lange eenzame gang van het huis dat in mijn dromen stond.
In de stadsjungle van de armoede hadden we geleerd te overleven met veel te weinig geld om voor de dag te komen.

Schrijver: Bjarne Gosse
20 nov. 2020


Geplaatst in de categorie: welzijn

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 105



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)