Inloggen
voeg je autobiografie toe

Autobiografieen over biologie

DE CETTI’S ZANGER IN OPMARS

De winter van 1963 in de vorige eeuw was de strengste, de mooiste, de langste en indrukwekkendste, in één woord, onvergetelijk. Ik was vijftien en herinner me de ijsblokken op het strand en hoe de zee was ‘dichtgevroren’. Nu, de zee was niet dichtgevroren, dat is dichterlijke overdrijving, anderzijds was van een strand helemaal geen sprake meer, want je zag alleen maar witblauwe blokken ijs kriskras over elkaar. En zeevogels en fotografen, wandelaars, dromers en dichters in dit barre maar wonderlijke winterlandschap.

Ik behoor tot de generatie van ’68 en blader in de jaargang van ‘De Wielewaal’ van dat jaar. En een artikel over de cetti’s zanger trekt mijn aandacht. Ik hoor dat vogeltje nu zowat iedere dag waar water is en er bramen staan en blijf verbaasd over zijn wonderlijke uitbundige zang en over zijn aanwezigheid in Vlaanderen überhaupt. Het was een vogeltje van ’t zuiden, van beneden de denkbeeldige lijn Nantes-Lyon in Frankrijk, een vogeltje van de Camarque.

Een zekere L. Hachez hoorde de cetti’s zanger voor het eerst in mei 1962 in ons land in een moerassige streek in Henegouwen en in mei 1964 opnieuw. Op 27 mei 1964 stelde hij het eerste broedgeval voor België vast. Dat is al weer meer dan vijftig jaar geleden! Strenge winters, zelfs in ’t zuiden van Frankrijk, dus in de streek van Arles, Saintes-Maries-de la Mer, de Rhônedelta, de Camarque, zijn bedreigend en niet alleen voor de cetti’s zanger. Het vogeltje is op 1 mei al terug in dat Henegouwse moeras, op het meest noordelijke punt van zijn langzaam veroverd verspreidingsgebied, wat wonderlijk is na die bijzonder strenge winter van 1963! Het voelt zich thuis in de nabijheid van een stromend riviertje met veel onderbegroeiing van bramen langs de oever. Eén jaar slechtst na de strengste winter die ik ooit heb meegemaakt, hoor je de cetti’s en hij is een blijvertje! Vlakbij de Noordzee, van Bredene tot Raversijde, bijna op wandelafstand van mijn woning, broedt nu de cetti’s. Dat aanstellerige, luidruchtige en wintergevoelige vogeltje heeft heel Vlaanderen en zelfs Zuid-Nederland, o.m. De Biesbosch veroverd. Van het departement van de Loire (1929) trok de vogel naar de Seine en de Marne, niet ver van Parijs. In de jaren vijftig verdedigde het zijn territorium in Bretagne en in 1960 zie je hem al te St. Quentin waar de Schelde haar oorsprong vindt. En de opmars is niet te stuiten.

Ik blader even in ‘Witherby’s Handbook of British Birds’ en bestudeer het verspreidingsgebied. Hij broedt op het Iberische schiereiland, de Balearen, West- en Zuid Frankrijk, Corsica, Italië, Sardinië, het huidige Servië en Montenegro, Bulgarije, Griekenland, Palestina, Marokko, Tunesië.

Toen iedereen nog in sprookjes geloofde (wat ik nog altijd doe) dacht men dat de naam van de vogel van de zang werd afgeleid - ‘Siet…setitsetiesetiesietsiet’. En dat is niet raar, maar onjuist. Francesco Cetti (1726-1778) was een Italiaanse priester, zoöloog en wiskundige in Mannheim (Duitsland) geboren. Als eerbetoon noemde Coenraad Jacob Temminck in 1820 een door hem beschreven zangvogel 'Sylvia cetti', de cetti’s zanger!

Schrijver: Johan Corveleijn, 1 nov. 2020


Geplaatst in de categorie: biologie

5,0 met 1 stemmen 60



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)