Inloggen
voeg je beschouwing toe

Beschouwingen

RIBBELS OP HET STRAND

‘Een voorbijganger klampt me vriendelijk aan’ Eric de Kuyper

Het literair tijdschrift 'Dietsche Warande en Belfort' bracht in 2018 een mooi nummer met teksten, niet van lichtjaren ver, maar toch vaak een stukje terug in de twintigste eeuw. Voor iedereen met een beetje literaire of culturele belangstelling in de ruimste zin van het woord, een mooie verkenning van de vorige eeuw.

Ik citeer uit het voorwoord van Hugo Bousset: ‘In tientallen teksten en beelden raast het hele leven voorbij, als een hevige vloed, om telkens tot rust te komen, zich terug te trekken, tot alleen wat ribbels op het strand overblijven’.

Wat meteen associaties oproept met Dinky Toys-modelautootjes. Bekijk maar je Land-Rover of de Alfa-Romeo, de Talbot-Lago of de Cooper-Bristol in de renwagenstal of zo’n rood aanhangwagentje. Je kan de ribbeltjes zien, voelen en betasten!

De oorlog had er wellicht alles mee te maken dat ik mijn grootvader van vaders’ kant nooit heb ontmoet. Had hij te veel gedweept met Knut Hamsun, Cyriel Verschaeve en Hugo Verriest? Toonde hij te veel aandacht voor de Duitse Tante Ju-52, de Junkers van de Duitse Luftwaffe? Stierf hij uit wanhoop? Zijn kleinzoon heeft het hem nooit kunnen vragen! Mijn nonkel, in 1941, tien jaar oud, gapte brood van de Duitsers. De Duitse soldaten berispten hem behoorlijk! Maar met een reep chocolade en een trap voor zijn broek lieten zij hem gaan.

Ik las ‘Urian – een beer uit de Karawanken’ (Ditha Holesch) en ‘Mijn leven als autocoureur’ van Rudolf Caracciola. Maar mijn jongenshart sloeg ook voor Bernd Rosenmeyer en Wolfgang Graf Berghe von Trips.

Auto’s speelden inderdaad een grote rol in mijn leven, En de vrachtwagens die mijn vader verkocht! Ik hoor ze nog de Duitse, met lucht gekoelde vrachtwagens! De vierkante of ronde neus gaf de trekker een krachtige uitstraling en het geluid van de motor was onmiskenbaar. ‘Je herkende hem voordat je hem zag’. De verscheidene typen Magirus Deutz hadden namen die aan de kosmos, planeten en gele of blauwe ringen deden denken: Sirius, Mercurius, Saturnus, Jupiter, Uranus! Het embleem was een gestileerde torenspits van de kathedraal van Ulm. In vele Vlaamse transportbedrijven en in het leger zag en hoorde je Magirus! Het was alles ‘Klöckner-Humboldt-Deutz’ wat de klok sloeg ‘bei uns zu Hause’!

Misschien heb ik de liefde voor de Duitse taal thuis ook meegekregen door de aanwezigheid van de weekbladen Stern en Der Spiegel?

Aan Elvis Presley en Frankie Laine kon je niet onderuit maar evenmin aan Connie Froboesss (Midi-Midinette, Firulin, Mariandl), Peter Kraus (Schwarze Rose, Rosemarie) en Freddy Quinn (Junge komm bald wieder, Heimatlos) en wat allemaal in de Jukebox werd gedraaid. Het was de tijd dat in dancings in een wemeling van opwaaiende jurken de Twist werd gedanst. Het was de broeierige tijd van de Messenvechters, Nozems en Teddy-Boys, leren jassen en vette kuiven.

Op de Soldatenberg te Oostende stonden in de jaren vijftig en zestig nog oorlogsbunkers. Er graasde ook een schaap aan een paaltje gebonden. Een prachtig speelterrein was de slordige duinenstrook te Mariakerke en de bunkers met mysterieuze gangen en gewelven en trappen. De bunkers waar je onhandig een meisje probeerde te verleiden of je in eenzaamheid kon terug trekken. In de bunkers speelde ik met Francientje. Ach Francientje!

Voor een paar jaar klampte ik Erik de Kuyper aan bij het station van Oostende en stapte een eindje met hem mee. Hij had immers een flatje aan zee en zo gingen wij dezelfde richting uit. Ik vertelde hem over het bakkersgezin Proot voor wie zijn tante (Mimi?) destijds truien breide. Er waren acht kinderen en mijn vrouw Marijke is een dochter van die bakker! Die toevalstreffer is mooi beschreven in het boek 'Met zicht op zee'.

Maar dan schrijft de auteur over een ander die in de Eduard de Cuyperstraat en in de Maria-Theresiastraat heeft gewoond, net als zijn zus! Nu, die 'ander' ben ikzelf! Mijn heimat heb ik overigens nooit verlaten. Wij wonen nog altijd aan zee vlakbij de mooie Belle-Epoque-wijk. Dit is dicht bij de 'Drie Gapers' en de Wellingtonrenbaan.

Noorse truien breide mevrouw de Kuyper en truien van mohair die kriebelden en prikten. Toen mijn vrouw, Marijke, dit vertelde terwijl ze in de badkamer stond, was het alsof het nog kriebelde en prikte! En de auteur schreef mij eerder van uit Nijmegen op een kaartje: ‘Ja mijn tante Mimi woonde inderdaad vlak tegenover Proot. De slaapkamer van Bontje – waar ik logeerde – gaf dus uit op de bakkerij! Mijn laatste boek ‘Drie Zusters in Londen’ beschrijft haar adolescentie in Londen’.

Schrijver: Johan Corveleijn, 31 mrt. 2021


Geplaatst in de categorie: literatuur

4,0 met 1 stemmen 153



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Joanan Rutgers
Datum:
1 apr. 2021
Wel eens wat van gelezen. Heeft een 19-de eeuwse langdradigheidsstijl met poëtische hoogstandjes en diepgangen, maar je verdwaalt er wel in. De man is even intrigerend als zijn bombastische, Proustiaanse oeuvre. En net als Proust homoseksueel, de bron van zijn extravagante woordvloed. Was het nou Hugo Bousset of jij, die Eric bij het station van Oostende aanklampte?

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)