start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (374)
afscheid (15)
algemeen (78)
bedankt (5)
biologie (1)
dieren (22)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (13)
eenzaamheid (5)
emoties (22)
ex-liefde (2)
familie (17)
feest (6)
film (7)
filosofie (26)
fotografie (2)
geld (18)
geschiedenis (6)
geweld (8)
heelal (1)
hobby (10)
humor (108)
huwelijk (3)
idool (9)
individu (9)
internet (19)
jaargetijden (7)
kerstmis (15)
kinderen (49)
koningshuis (14)
kunst (5)
landschap (2)
lichaam (8)
liefde (12)
literatuur (31)
maatschappij (108)
mannen (5)
milieu (5)
misdaad (24)
moraal (23)
muziek (21)
natuur (20)
oorlog (10)
ouderen (5)
ouders (15)
overig (16)
overlijden (8)
partner (3)
pesten (6)
politiek (67)
psychologie (32)
rampen (8)
reizen (12)
religie (24)
school (10)
sinterklaas (8)
songtekst (1)
spijt (3)
sport (95)
sterkte (3)
taal (26)
tijd (16)
toneel (2)
vakantie (12)
verdriet (1)
verhuizen (2)
verjaardag (5)
verkeer (18)
voedsel (18)
vriendschap (6)
vrijheid (11)
vrouwen (20)
welzijn (19)
wereld (8)
werk (13)
wetenschap (10)
woede (7)
woonoord (25)
ziekte (28)

tabblad: columns

< vorige | alles | volgende >

column (nr. 1390):

Dichtersleed 1

Bij weinig inspiratie helpt een rondje langs recensies en commentaren om uit een schrijversdipje te komen. Sommige commentatoren schrijven goed uitgewerkte recensies, die op zich al verhalen zijn. Zo heb ik wel eens voortgeborduurd op een thema uit zo’n recensie. Vriendelijk ingepikt, zal ik maar zeggen. De bekende slogan is immers “alles is al eens geschreven”.

Dat er ook minder beschaafde producten (van zogenaamde reaguurders) binnenkomen, zal ik in het volgende deel demonstreren aan de hand van een smeuïg voorbeeld: de Drammende Dichtende Dominee.
Toelichting: is prekerig, dicht niet onverdienstelijk en compromitteert zich met niet onderbouwde, agressieve commentaren op anderen. Wat mij betreft, mag dat; ik beschouw het als een uiting van zijn dichtersleed. Raar is evenwel, dat hij – ogenschijnlijk christelijk – liever geeft dan ontvangt. Wel klappen uitdelen, maar niet kunnen incasseren.

Dat laatste deed ik met genoegen als ik behulpzaam kritische adviezen kreeg. Nooit te oud om te leren! Ofschoon (of juist omdat) ik lang voor diverse tijdschriften schreef, is een opfriscursus regelmatig hard nodig. Van pittige kritiek kan je groeien, maar afbraak werkt in tegenovergestelde richting.

De tijd heeft niet stil gestaan en gangbaar taalgebruik is ingrijpend veranderd. Zodra iemand, jonger dan 25, je teksten niet meer kan volgen, ben je kennelijk ergens in het schrijven blijven hangen. Naast het feit dat ik een levend fossiel ben, is er vermoedelijk nog een struikelblok, dat "begrijpend lezen" heet. Wanneer de reaguurder op de basisschool dat vak niet leuk vond, zijn teksten voor hem algauw onverteerbaar. Zeker als ze niet in de tekstballonnen van Donald Duck passen.

De teruglopende interesse voor het lezen van boeken, tijdschriften en (papieren) kranten heeft geleid tot taalverlies. Er zijn talloze onderzoeken bekend over het matige taalniveau in sollicitatiebrieven van nota bene hoog opgeleiden. Taalbeheersing bleek vaak een zwak punt. Alleszeggend is een sollicitatiebrief niet, want ik ben er zelf eens ingestonken toen ik een selectie moest maken uit hooggekwalificeerde kandidaten.

Mijn toenmalige werkgever was een multinational, die het van een betrouwbare representatie moest hebben. Iemand, die zijn eigen taal belabberd spreekt en schrijft maakt geen betrouwbare indruk bij de bespreking van een product. En is zeker niet representatief voor een achtenswaardig bedrijf. De jongedame, die veruit favoriet was en die de aanstelling kreeg, bleek geruime tijd later ridicule rapporten te schrijven. Ik verbaasde mij over haar Tante Betje verhalen, die leken te zijn opgetekend door een vijfjarige kleuter. Zij was echter kundig in haar vakgebied, dus zo iemand wil je niet graag kwijt. Een indringend gesprek leerde, dat haar prachtige sollicitatiebrief door haar zuster was opgesteld. En jawel, die had een journalistieke achtergrond. Zo’n groot bedrijf kon zich destijds bokkensprongen veroorloven, dus zij werd met academische titel en al op een basale cursus “Nederlands schrijven” gezet. Ik meen op mavo-niveau. Dat zit er in tijden van bezuiniging niet meer in voor brabbelende werknemers.

Zorgelijk is het als humor, ironie en satire geen gemeengoed meer zijn. De vermoedelijke reden noemde ik hierboven al: verminderde leeslust. Goede schrijvers begonnen ooit als grage lezers. Voor de grijp liggende lectuur (zoals kranten en boeken) verdwijnt. Dus ook de vaardigheid om te grasduinen in al die teksten… Daarvoor in de plaats komt het lezen van flarden tekst op een scherm. De povere taalbronnen zijn dan: Facebook en Twitter.

Daar verschijnen de steeds grovere grappen ten koste van een ander. De nieuwe humor, zeg maar. Waar vroeger milde ironie was, heb je nu sarcasme met scherp geslepen messen. Satire (b)lijkt onbekend terrein te zijn geworden. Lichtgeraakte reaguurders storen zich op hun beurt aan ironische teksten, zodra zij hun veilige, humorvrije zone hebben verlaten. Klaarblijkelijk een reden om zich op een ander af te reageren. Het is begrijpelijk, dat langtenige lezers, die in het land van de satire zijn verdwaald, zich ergeren. De maker van satire kan daar weinig aan doen. Behalve dan nooit meer schrijven.

Onwillekeurig denk je dan aan het liedje van die Duitse cabaretier “Erdowie, Erdowo, Erdo…”. Qua onverdraagzaamheid zit er hier en daar in het lezerspubliek wel eens een Erdogannetje. Een andere optie is ironie uitleggen tot je erbij neervalt. Dat laatste heb ik in mijn naïviteit wel eens geprobeerd. Dan ga je met het schaamrood op de kaken ergens noteren “dat er meer lagen in het verhaal zitten”. Het is gênant om je eigen verhaal toe te lichten met wijzen op dubbele bodems. Net zo erg als de clou van een mop uitleggen. Je hoopt toch dat de lezer zoiets zelf ontdekt!

Het is een hopeloze zaak als je probeert in teksten bepaalde nuances en schakeringen aan te wijzen aan iemand voor wie satire een onbekend begrip is. Vergelijk het met een kleurenblinde attenderen op de verschillende blauwvarianten in een schilderij van Van Gogh. Want wat is in godsnaam “blauw”? Na wat er allemaal niet kan, rest de vraag wat er dan wel kan? Behalve erom lachen: ontspannen achteruit in je stoel schuiven en de verzamelde commentaren “in de groep” gooien. Want het is nu tijd om mijn lezersclub weer van stal te halen.

In een eerder schrijfsel “De Lezersclub” komen verscheidene belezen lieden voor, die mijn teksten plegen te screenen voordat ik ze instuur. Eén proces aan mijn broek was voorlopig wel genoeg. Het vlooien van mijn tekst door mijn proeflezers moet voorkomen, dat er op lange tenen en gevoelige zieltjes wordt getrapt. Het toppunt van gebrek aan humor was namelijk een aanklacht wegens belediging. Afzender was een geachte lezeres, ene Tutje of Trudje of zoiets. Eigenlijk kan je een buitenlands staatshoofd moeilijk onderdrukken van vrije meningsuiting verwijten als het Openbaar Ministerie in Amsterdam zich ervoor leende een zondagsschrijver de mond te snoeren.

Wordt vervolgd door Dichtersleed 2.

Schrijver: harrem, 10-10-2016




balBiografie van deze schrijver




Deze inzending is 116 keer bekeken

4/5 sterren met 6 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Karel Jong
Datum:10-10-2016
Bericht:Interessante column. Waard om meer gelezen te worden op een schrijfsite als deze. Vooral ook het onbegrip over ironie of satire bij lezers lijkt mij herkenbaar. Alsook de koppeling die Harrem terecht legt met taalschat, taalvorming en educatie bij lezers en reageerders.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)