Inloggen
voeg je dagcolumn toe

Dagcolumn

Laten we feest vieren, mama

Ze zat op de sterke arm van een Canadese soldaat en overal waar ze maar keek werd er gejuicht en gejubeld. Gelachen. Met vlaggen gewapperd. In haar handje hield ze de chocoladereep vast als een schat. De werkelijkheid voelde zoet en vrij. Zoveel blijdschap kende het meisje nog niet. Een blos op haar wangen. De wereld kreeg kleur.

Van augustus 1943 is ze, mijn moeder. Een peuter was ze nog op het moment dat Amsterdam werd bevrijd. Een zwaar beschadigde peuter. Voor altijd.

Gek eigenlijk, dat ik nooit heb geweten, dat die oorlog zoveel impact heeft gehad op het leven van mijn moeder. Was ze dan niet een kind van de optimistische wederopbouw? Opgegroeid met Molenaar’s Kindermeel, met ochtendgymnastiek op de radio. Met Sampie en Moosie-moppen en met de lappenpop waaraan haar grote zus een lul van stof had genaaid om haar op de kast te jagen. Lukte altijd. Daarna kwam de joligheid van de noppenrokken en van Love Me Tender in de witte tanden-tijd. Queenies en krulspelden: als de buitenkant maar glimt en we praten nergens over.

Niet dat ze zich ook maar iets herinnert van bommen die vielen, van voedselbonnen of van onderduikers die verraden werden. Ze kende alleen de verhalen. Van hoe Aaltje, mijn oma, als jonge weduwe met de kinderen de blaren op haar voeten liep naar familie in Drenthe in de Hongerwinter. Op het platteland waren aardappels en bonen. Kolen misschien ook nog wel. De verhalen ook dat haar moeder ooit met slaande ruzie naar de stad was vertrokken om zich te onttrekken aan een miezerig bestaan in een plaggenhut, werd met geen woord gerept. Aaltje de overloopster, vond een schuilplaats met haar kroost, totdat de storm ging liggen. Daarna werd de arrogante slet rechtstreeks teruggestuurd naar de grote stad.

Daar stond ze dan. Met open mond en pijn in het hart in het leeggeplunderde huurhuis met vier bleke kindertjes. Het was de plek waar ze plannen had gemaakt over een bestaan vol betekenis. Waar ze een gelukkig gezin zou stichten en waar ze zou bewijzen dat ze wel iemand was. Iemand met een eigen identiteit. Geen boerin die twintig monden moest voeden, haar knokkels stuk boende op het wasbord en voor eeuwig de chagrijnige kop van haar kerel moest weerstaan. Zij zou zich ontwikkelen tot een mondaine vrouw die thee dronk en boeken las. Die zou trouwen met een man die haar diep in de ogen keek en rozen voor haar kocht. Maar ja. Door stomme pech stierf die man in de oorlog door longontsteking. Hij had zich verstopt in de kelder, omdat zijn ideeënwereld niet strookte met wat de Duitsers wilden.

Aaltje was alles kwijt. Haar man. Haar gezin. De zin in het leven. Ze had alleen nog een huis vol schaduwen met kale plankenvloeren, een omgegooid kastje en een tafel waaraan een poot ontbrak.

De dreumes in mijn moeder werd groot op de resten van een platgegooide stad. Metaforisch gezien.
Met een laagje poeder werd de etterende oorlogswond vakkundig gecamoufleerd: het gemis van een thuis.

Laten we in godsnaam feest vieren. Mama, nu het nog kan.

Schrijver: Monique 2021
29 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: actualiteit

4,5 met 4 stemmen 45



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)