Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Zomaar een maandag

8.15 uur. Het was een maandag zoals vele andere werkdagen en niets leek erop te wijzen dat Tim iets van plan was. Het enige wat afweek was dat Tim wat later binnen kwam dan anders.
Onze afdelingschef Verhoef fronste afkeurend zijn wenkbrauwen. “Je bent tien minuten te laat! Dit moet niet te vaak voorkomen!” blafte hij.
“Ja, mijnheer Verhoef, u hebt gelijk en dit zal nooit meer voorkomen”, was Tim’ s bedeesde antwoord.

8.45 uur. Tim stond op om koffie te halen.
Tien minuten later kwam hij het kantoor binnen, met in zijn hand een pistool, dat hij richtte op het hoofd van mijnheer Verhoef.
Zoiets gebeurde toch alleen in het buitenland of in films, maar toch niet in ons veilige Nederland en zeker niet bij ons op kantoor!

9.00 uur. Tim dreef ons bij elkaar in het kantoor.
Hij liep heen en weer en had alles goed onder controle.
“Allemaal gaan zitten en denk erom, jullie staan alleen op wanneer ik het zeg. Denk erom, ik schiet namelijk raak!”zo sprak hij ons toe. Zijn stem klonk kil en zijn gezichtsuitdrukking zou ik mij altijd herinneren als emotieloos.
“Houd op met die stompzinnige geintjes en ga aan je werk”, brulde onze chef Verhoef tegen hem, maar Tim beantwoordde zijn commando met een kille grijns en een stevige por net de loop van het pistool.

12.30 uur. Tim hield ons nog steeds onder schot, maar gaf ons toestemming te lunchen. “Verhoef, het is nu jouw beurt om koffie te halen voor iedereen. Ik graag met melk en suiker en de rest weet je wel”, commandeerde Tim. Hij had de kunst duidelijk afgekeken van mijnheer Verhoef, die trillend van angst gehoorzaamde.
Die bewuste maandagochtend had één man het voor het zeggen en die man was Tim!

16.30 uur. “Het is tijd, jullie mogen nu naar huis en hoeven vandaag niet over te werken”, zei Tim en hij liet ons hoffelijk uit.
Tim verliet als laatste het pand en het was de laatste keer dat ik hem nog zou zien.
De volgende dag zou Tim niet meer komen werken en ik zou hem sinds die bewuste maandagochtend nooit meer zien. Over die maandagochtend werd door niemand meer gesproken en wij gingen aan het werk alsof er nooit iets gebeurd was.
Van Tim hoorde ik nooit meer iets.

Jaren verstreken en eigenlijk dacht ik nauwelijks meer aan Tim.
Het was ook zomaar op een maandag dat ik Tim ineens weer terugzag in een wegrestaurant.
Een lange magere man met een grote wijnvlek in zijn gezicht kwam het restaurant binnen.
Een schok van herkenning ging door mij heen, want die lange man was niemand minder dan mijn vroegere collega Tim.
Ik staarde hem nogal opvallend aan en dat was hem niet ontgaan, want ineens stond hij op en liep regelrecht naar mij.
“Neen, maar Guido, dat is lang geleden, maar je bent weinig veranderd man! Wat een verrassing jou hier te zien! Hoe gaat het met jou?” zo begroette hij mij opvallend warm.


Vreemd genoeg wist ik helemaal niets over de lange man, die toch bijna een jaar lang mijn collega bij Verhoef was geweest, mij als nieuweling inwerkte en wegwijs maakte.
Ik vond hem gewoon een geschikte vent.
Wij lunchten ook altijd samen en ik begreep ook niet waarom de anderen hem links lieten liggen of treiterden.
Tja, hij zag er niet zo vlot en flitsend uit, maar hij had zichzelf toch ook niet gemaakt.
Hij sliste nog net zo merkwaardig als vroeger hoewel hij nogal geaffecteerd sprak.
Ook dat wekte danig de spotlust op van de anderen op kantoor, die hem altijd “nadeden”.
In mijn herinnering was Tim een eenling die bij niemand aansluiting had.
Ik vond het oprecht leuk om Tim weer terug te zien en nodigde hem uit bij mij aan tafel te zitten. Hij was duidelijk in goeden doen, want hij ging bijzonder stijlvol gekleed.
Maar aantrekkelijk was hij nog steeds niet en daar veranderde een chique kostuum niets aan, maar goed, een mens was zoals hij was.

Die dag sprak Tim openhartig over die bewuste maandag en ging in op zijn motief van zijn bizarre gijzelingsactie.
“Ik wilde het eens één dag voor het zeggen hebben. Ik wilde heel gewoon respect en niets minder”, en over zijn dunne lippen gleed een cynische grijns, die zijn gezicht een ijskoude wrede uitdrukking gaf en hij vervolgde: “Ik ben sinds die maandag nooit meer terug gegaan, ik wilde dat niet meer en ben van lieverlee in de handel terecht gekomen. Men noemt mij ook wel “Tiny” Tim. Ik zwoor bij mijzelf dat ik nooit onder iemand wilde werken en mij nooit meer in de grond zou laten trappen! Dat was net iets te vaak gebeurd!”
Op dat moment voelde ik het bloed stollen in mijn aderen!
“Tiny “Tim, ik had die merkwaardige bijnaam al vaker gehoord en niet in gunstige zin.
Hij werd in verband gebracht met de onderwereld en scheen betrokken te zijn geweest bij een of andere liquidatie.

Ik staarde hem aan en ik denk dat toen de puzzelstukjes van die gijzeling op zijn plaats vielen.
Tim keek mij doordringend aan.
“Jij was niet zoals die anderen! Jij was een fijne vent en hebt mij nooit in de zeik gezet.
En dat vergeet Tiny Tim nooit” en klopte op mijn schouder.
In zijn merkwaardige loodgrijze ogen, zag ik heel even een intense warme gloed verschijnen. Heel even ving ik een glimp op van de man die Tim had kunnen zijn als het leven niet zo beroerd voor hem was geweest en de mensen hem vriendelijker hadden behandeld.
“Het beste Guido, het gaat je goed. Wij zullen elkaar nog wel eens weerzien” en met een warme handdruk nam hij afscheid van mij.
Zijn koffie bleef onaangeroerd staan en ik keek hem na toen hij het restaurant verliet op zomaar een maandag.

Schrijver: Miny Vroegindewey, 27 nov. 2006


Geplaatst in de categorie: misdaad

3,5 met 4 stemmen 755



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)