start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4453):

De eeuwige jeugd

Sommige mensen vinden in kinderen een manier om voor God te kunnen spelen. Ouderschap geeft zelfs een vrijbrief om uit je dak te gaan. Die indruk kreeg ik onlangs...

Op een klein buurtstation bij Amersfoort wachtten enkele middelbare scholieren en een paar volwassenen op de trein. Daaronder een middelbare man en een opgetutte vrouw van onbestemde leeftijd. Het viel mij op, dat enkele jongens pupillen als schoteltjes hadden, zo groot. De kinderen doodden de tijd door elkaar van het perron af te duwen, bovenop de rails. Een naar schatting zestienjarige jongen was steeds de pineut. Iedere keer - nadat hij op de rails was terechtgekomen - klom hij steeds moeizamer omhoog terug, het perron op. Aangezien er in twee richtingen vier keer per uur een stoptrein rijdt en vier keer per uur een sneltrein langs raast, "bemoeide" de middelbare meneer zich er bezorgd mee. Dat wordt in het sociale verkeer niet geapprecieerd; dus petje af.

Hij stak de - na de vierde valpartij duidelijk moe geworden - knaap de hand toe en trok hem aan de kant. Hij was net bezig het groepje uit te leggen, dat zulke geintjes bloedlink waren, toen de Intercity voorbij denderde. Kranten, plastic zakken en koffiebekertjes dwarrelden in het rond door de grote zuigkracht… Een betere illustratie bij zijn preek was niet denkbaar.

Maar toen gebeurde het: die qua leeftijd onbestemde dame, die steeds vertederd het levensgevaarlijke spel had gadegeslagen, viel de hulpvaardige meneer venijnig aan. Waar durfde hij zich mee te bemoeien... Met haar verwijt "u bent toch ook jong geweest!" gaf zij te kennen dat hij een vervelende spelbreker was, die kinderen hun lolletje niet gunde. Ik heb nooit kunnen wennen aan dit fenomeen: volwassenen, die hunkeren naar de waardering van de lieve jeugd. Zo zijn er leraren, die als het ware in de achtersten van hun leerlingen kruipen, om maar voor "cool" te kunnen doorgaan. Met lichte verbazing keek ik naar mevrouws kloeke optreden. Daardoor geïrriteerd, wendde zij zich opeens tot mij.

Alsof zij haar autoriteit zo kon bevestigen, lichtte zij toe waarom zij wel moest ingrijpen. Zij was zelf moeder van inmiddels volwassen kinderen. Zodoende!
"Nou... dan zit het wel goed," zei ik besmuikt "een moeder heeft tenslotte het volste recht om die hulpvaardige meneer af te zeiken…"
Omdat mijn ironie haar niet beviel, kreeg ik van onderuit de zak: "U begrijpt de jeugd niet. U bent typisch iemand, die zelf geen kinderen heeft"
Omdat ik vanuit de praktijk heb ervaren, dat "de jeugd begrijpen" weinig uithaalt als er drugsgebruik in het spel is, wees ik mevrouw erop dat enkele jongens vermoedelijk stoned waren.
"Ziet u die wijd opengesperde pupillen, mevrouw? Zij hebben gebruikt en gedragen zich daarom zo overmoedig. Direct ligt er een onder de trein. Hoe zou zijn moeder dat vinden?"

Ik benijd mensen, die nooit een moment van twijfel kennen. Mevrouw was er zo een, want ze wist precies hoe het in werkelijkheid zat. Zij beet mij toe: "Dat is helegaar niet waar; dat ken u niet weten..."

Inderdaad, weten doe ik het niet, maar herkennen wel. Ik kon helaas niet meteen een uitgetypt curriculum vitae overleggen, waaruit blijkt dat ik een aardige gok in die richting kan doen. Wat een tijdverspilling als je eerst moet kunnen aantonen, dat je inschatting klopt... Je zult toch iemand willen reanimeren en eerst een discussie met omstanders moeten aangaan? (Ik heb trouwens zoiets dergelijks meegemaakt, maar dat is een ander verhaal).

Om mij te verplaatsen in haar denkwereld informeerde ik of ze nog trek in een lunch zou hebben als zo'n scholier door een passerende trein in een verse, rauwe hamburger was veranderd, verspreid over het perron. Zij gaf te kennen dat ze mij maar een verward baasje vond, dat onzin uitkraamde. Ik maak die indruk wel meer. Zij sprak haar vermoeden uit, dat ik juist geestverruimende middelen gebruikte. "U bent zeker zelf aan de Coca Colaïne?" vroeg ze vals. Ik trof het die dag wel: een gediplomeerde moeder, tevens verslavingsdeskundologe. Gelukkig ontsnapte ik aan deze vruchteloze discussie, omdat mijn trein aankwam.

Tijdens de treinreis overpeinsde ik dat ik in de loop der jaren nogal wat van zulke ogenschijnlijk kordate types ben tegengekomen. Om onduidelijke redenen nemen ze het ongevraagd voor (vaak andermans) kinderen op. Doorgaans zijn het oudere jongeren, die nog steeds opstandig zijn. Ze zijn inmiddels te oud om politiemensen te hinderen. Door fysiek verval, ontberen ze de conditie om met stenen ambulancepersoneel te bekogelen, maar uitgerukte brandweerlieden uitschelden, lukt nog wel aardig.

En ik dacht nog wel even, dat ik geen onderwerpen meer had voor een smeuïg verhaal.

Die hanige mevrouw op het perron demonstreerde een intrigerend fenomeen, dat tot de onoplosbare raadsels van het leven behoort. Hoe komen sommige mensen toch in bezit van goddelijke rechten? Het antwoord kwam verrassend genoeg misschien in de afgelopen pittige vorstperiode. Ik zag toen een Ma Flodder-achtige vrouw, die tierend uit haar huis kwam glibberen om uitzinnig tekeer te gaan tegen noeste gemeentewerkers. Die arme kerels waren bezig zout op de weg te strooien. Mevrouw krijste, dat ze zo het glijbaantje van de kinderen verpestten. En daar kwam de toverformule weer: "Jullie zijn toch ook jong geweest!" De laatste keer, dat ik zoiets meemaakte, was in de vijftiger jaren van de vorige eeuw! Toen betrof het scheldende kinderen van hooguit een jaar of acht, die probeerden een ploeg sneeuwschuivers te weerhouden "hun" sneeuw op te ruimen. Op die leeftijd beseften ze niet dat er levens in het geding waren.

Langs mijn geestesoog trokken ze voorbij: de kampioenen, die het steeds maar ongevraagd opnamen voor kinderen. Opzettelijk oud geschminkte pubers leken ze, die al in de verdediging schoten, nog voordat er ook maar iemand werd aangevallen. De daarmee gepaard gaande ongecontroleerde emotie past ook beter bij kinderen. Een levensraadsel lijkt ineens opgelost... Die nobele verdedigers, de perronmevrouw en de tweelingzus van Ma Flodder waren gewoon in hun jeugd blijven steken.

Schrijver: harrem, 20-02-2012




balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: psychologie

Deze inzending is 212 keer bekeken

5/5 sterren met 4 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Monique Methorst
Datum:07-03-2012
Email:moi636atyahoo.com
Bericht:Deze vind ik zeer goed geschreven, ik hoop dat ik meer van deze nog zal lezen. Voor wat het waard is; naar mijn mening ben je hiermee beter dan bijv de laatste die je instuurde.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)