start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (128)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (328)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (238)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (28)
humor (377)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (29)
jaargetijden (52)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (118)
moederdag (11)
moraal (96)
muziek (40)
natuur (91)
oorlog (107)
ouderen (17)
ouders (36)
overig (128)
overlijden (75)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (59)
vrouwen (86)
welzijn (51)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (86)
ziekte (146)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5823):

Hoogstandje

De lezer, die zich toevallig heeft bezeerd bij het lezen van mijn stukje "Au", weet dat de wegen van prinses B. en mij elkaar af en toe kruisen. Oké, misschien vind dat allemaal plaats in een parallelle wereld, ik vind die ontmoetingen realistisch. Mijn vrouw zegt hier hoofdschuddend over, dat ik het allemaal droom. Maar dan is er Kater Koos, die - als ik mijn stukjes typ - naar mijn dansende vingers op het toetsenbord kijkt en mijn tekst kritisch meeleest. Volgens hem heb ik niet eens een vrouw, dus nu jij weer. Wat is er waar en wat niet, waaraan ergeren overspannen typetjes zich als mijn verhalen fictief zijn?

Sommigen attendeerde ik behulpzaam op de Stichting Korrelatie, waarvan het telefoonnummer zo is gegoogeld. Wie het bij het lezen van mijn teksten te machtig werd, werd daar liefdevol opgevangen en geruststellend toegesproken. Na te zijn gekalmeerd keerden zij weer naar hun veilige, humorloze zone terug.

Na mijn boottochtje met HKH (zie "Au") ontmoette ik haar onlangs in haar rustiek gelegen kasteeltje in de bossen van de heerlijkheid De Vuursche. U herinnert zich vast, dat zij graag - in navolging van haar geliefde moeder - ook diepzinnige gesprekken wil voeren. Begrijpelijk dat zij mij daarom had uitgenodigd. De gesprekken van “een hooggeplaatst persoon” met Gerard Reve, de grote volksschrijver, vindt HKH om van te smullen. Reve beschrijft zijn gefingeerde(?) ontmoetingen met haar moeder, de toenmalige koningin, op diverse flapteksten van zijn boeken. Maar ook in zijn gedicht "Koninklijke goedkeuring". HKH zoekt dus een literair aanspreekpunt. Ik weet niet of ik dat wel ben, maar respecteer haar vorstelijke wens. Daarbij aangetekend, dat onze gesprekken een breder artistiek gebied beslaan dan alleen maar de letteren. Wij zijn allebei akelig veelzijdig!

"Dat laatste concert, dat u in de Mahler-reeks hebt gegeven met het Koninklijk Concertgebouworkest vond ik eerlijk gezegd zo zo, meneer Harrem," opende HKH de dialoog kritisch.
"Even omschakelen, KH, want ik stap net in deze scène. Oh ja, nu weet ik waar ik moet inhaken…”
“Kom, kom, meneer Harrem… U herinnert zich toch wel dat weinig opwekkende gekerm over tranendal en zo.“
“Ach ja, ik schijn 'Das Lied von der Erde' te hebben gedirigeerd. Was dat met het Concertgebouworkest? Hm, u zat in de zaal dus als u het zegt…"
"Ik vond het gefiedel van de strijkers wel aardig, maar die brulboei die er tussendoor stond te zingen, wel, dat vond ik maar niks. Ik ben uitgeweken naar die fietstunnel onder het Rijksmuseum, waar André Rieu met zijn Hoempa-hoempanisch Orkest speelde."
"Tja, KH, als ik dat niveau ooit mag bereiken. 't Is wel behelpen met het Concertgebouworkest. Maar heeft u onlangs nog wat leuks gelezen, KH?"

"Jazeker, ik lees graag sommige commentaren bij uw hekelende stukjes, meneer Harrem. Ze zijn soms leuker dan het stukje zelf. Jezusallemachtig, ik wist niet dat ons volk over zulke begenadigde schrijvers beschikte. Want ook het schrijven van commentaren is schrijven; daar kan je niet omheen. Mijn hofdame, die het boodschappenlijstje samenstelt, is ook zo'n getalenteerde schrijfster. Zij heeft bij het LOI een cursus copywriting gedaan dus ze is hartstikke goed in het maken van bijsluiters voor afvalpillen.
En dan mijn lijfarts! De manier waarop hij op een receptenbriefje noteert '3x keer daags een zetpil en daarna een grote darmspoeling', dat is je reinste poëzie, meneer Harrem. Dat ritme, die cadans, de spannende tekstopbouw…”

Onze ex-vorstin verwijlde even in gedachten na deze kernachtige schets van ware dicht-en schrijfkunst. Toen vervolgde zij:

“Maar het liefst, meneer Harrem, bestudeer ik experimentele 'bla-bla gedichten', voornamelijk omdat ik er geen ruk van begrijp. Maar het is wel lachen geblazen om teksten als 'bot boerse pramende prammen steeds nevelgehuld dan rampspoed zak ken was er'. Hoogtepunt vond ik wat u eens als commentaar kreeg: iets met 'bla bla', pure poezie was dat."

HKH is ook niet meer de jongste en uw scribent evenmin, dus we begonnen allebei te knikkebollen. En het is verdulleme steeds als ik slaap, dat ik aandrang krijg om te plassen. Zo ook nu: ik moest als de sodemieter in een vreemd gebouw op zoek naar een toilet. Ik geef het u te doen… Kasteel Drakensteijn blijkt dan ineens enorme afmetingen te hebben.

Ik rende van vertrek naar vertrek en welke deur ik ook opende, geen toilet. Achter elke deur, die ik radeloos uitkoos, bevond zich een meterkast of een bezemkast of een kleedkamer voor hockeymeisjes (waar kwamen die nou weer vandaan?), die begonnen te gillen toen ik met de hand aan de ritssluiting binnenstoof. Hollend door het kasteel welde er in mij de stoutmoedige gedachte op van "zal ik dan in hemelsnaam maar een portie wildplassen tegen zo'n Vlaams gobelin aan de muur?"

Van zulke bizarre scènes, dergelijke dilemma's heb ik vaker last. Meestal wanneer ik 's avonds laat veel te veel drank tot mij heb genomen. De ouderwetse nachtspiegel, onmisbaar attribuut voor onze grootouders, is daarom door mij in ere hersteld. Nou ben ik best wat preuts van aard, maar tijdens deze scènes (ik sluit niet uit dat ze dromen zijn) ben ik verrassend vrijmoedig. Doortastend grijp ik in zo'n meisjeskleedkamer een oor van de po vast, die op onverklaarbare wijze plotseling binnen handbereik is. Het zal toeval zijn, dat ik tegelijkertijd merk dat ik geteleporteerd ben naar mijn eigen bed. "Net op tijd," verzucht ik als ik de uitkomst brengende nachtspiegel - thans rijkelijk gevuld - onder mijn bed schuif. En ik hoor mijzelf pruttelen:

“Bot boerse pramende prammen steeds nevelgehuld dan rampspoed zak ken was er". Dan besef ik, dat de bovenbedoelde inspiratie wat weg heeft van het ledigen van een urineblaas.

Aha, zóóó bedenken ze dus die 'bla-bla gedichten'…

Schrijver: harrem, 02-01-2016




balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: humor

Deze inzending is 93 keer bekeken

2/5 sterren met 3 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:marianne
Datum:03-01-2016
Bericht:Die ondersteek kwam goed van pas maar een urinefles is dan eigenlijk waarschijnlijker,of een andere mogelijkheid lijkt op een krent uit rijstebrij dan moet je gaan zitten humor lokt iets uit


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)