start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (129)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (4)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (118)
moederdag (11)
moraal (97)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (75)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (52)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (86)
ziekte (147)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6015):

Dichtersleed 3

Vanwege de fascinerende ervaring, dat lezers zich herkenden in mijn imaginaire figuren, ben ik uitgeweken naar het verzonnen personage DDD... de deprimerende dichter die dwarse drollen draait. Weliswaar fictief, maar samengesteld uit kenmerken van reële personen. Een monster van Harremstein, geassembleerd uit onderdelen van inzenders van commentaren. Het soort commentaren met dedain en op bestraffende toon.

Ik ben niet thuis in de kronkels van de menselijke geest, maar gelukkig zit in mijn Lezersclub het prominente lid Prof. Eulalie de Kittelaere. Wie hier vaker komt, herkent haar (zie Dichtersleed 2). Zij wordt geroemd om haar inzicht in paranoïde persoonlijkheidsstoornissen. Daarmee behepte personen vinden anderen gauw bedreigend en denken constant te worden benadeeld. Van gevoel voor humor hebben ze daarentegen weer geen last. Eulalie’s analyse van het fenomeen DDD betreft een casus over de menselijke variant van de hond, die graag in iemands voortuin zit te bouten. En er schielijk vandoor gaat! DDD scheidt ook iets af, dat echter lastiger is te definiëren dan hondenfaeces. Maar ook hij gaat er vandoor. Hij verschanst zich achter een internetblokkade, onbereikbaar voor een weerwoord. Wat vindt Eulalie hiervan?

Eulalie: “Awel, voor dat rondje op onze tweewekelijkse vergadering mag Harrem niet teveel terug verwachten. Hij heeft vast nagelaten om de lezers te vertellen, dat zijn zogenaamde vergaderingen met de Lezersclub plaatsvinden in zijn stamkroeg. Maar allee... allereerst is zijn benadering van een twistzieke DDD op het internet verkeerd. We moeten ermee leren leven dat er nu eenmaal mensen zijn, die erop kicken anderen onder te schoffelen. Ze zijn op je werk, op straat, in de supermarkt en natuurlijk kruipen ze ook rond op het internet. En met een beetje kwade wil zit er thuis ook een: jezelf…” (einde citaat).

Een ander en illuster lid van mijn Lezersclub, Joost van Geneugten, heb ik ook gepolst, want Joost mag het weten. Deze priester functioneert in het dagelijks leven als proost van de proosdij Sint Alopecius in het Noord-Brabantse Ruftinbroek. Voordat hij naar het buurtcafé komt, waar we regelmatig vergaderen (heb je nu je zin, Eulalie?) trekt hij zijn habijt uit en verschijnt dan in zijn burgerkloffie. Het gulle gemak waarmee hij de nasmaak van de miswijn wegspoelt met tapbier leverde hem de bijnaam ‘Joost Proost’ op. Deze man is in iedere vezel doordrongen van moraalleer en historisch besef. Over het fenomeen DDD heeft hij het volgende.

Joost: “Akkoord dan met het fenomeen DDD als onvermijdbaar onderdeel van het leven, zoals Eulalie dat aangeeft. Maar onvermijdbaar hoeft niet per se genietbaar te zijn. Vergelijk het met ano-genitale wratten… Onaangenaam (‘t zit niet lekker!) maar als je je houding een beetje aanpast, heb je er minder last van.” (einde citaat).

Eulalie: “Schenk mij nog maar eens in!” (einde citaat).

Joost: “DDD's moeilijk doenerige gedrag zou wel eens een nationale ondeugd kunnen zijn. In de 17-de eeuw liet de beroemde filosoof Baruch Spinoza zich kritisch uit over de Nederlandse volksaard. Zijn Portugese ouders waren vanwege vrijheid-blijheid naar Nederland uitgeweken. Spinoza, die hier goed gedijde, verbaasde zich over de Hollandse botheid; iets dat je nergens in Europa in die mate aantrof.

In de vorige eeuw was het (opnieuw) een Portugese socioloog, die aan de Leidse universiteit promotieonderzoek deed op hetzelfde onderwerp. Naam vergeten maar hij gaf een pracht voorbeeld van de Hollander, die overal commentaar op leverde. Hij beschreef een brutale Amsterdammer bij een tramhalte, die gewend was van alles en nog wat eruit te flappen. Hij nam iedereen de maat en dacht volksheld te zijn als hij automatisch politiemensen en andere gezagsdragers kapittelde. Hen belemmeren in de uitoefening van hun taak was een missie voor hem en rotzooi trappen een verzetsdaad.

Het succes van lekker agressief commentaar leveren betaalde zich uit. Op die manier claimde hij succesvol een zitplaats in de tram. Als hij een Surinaamse of Antilliaanse medereiziger trof, liet hij het echter uit zijn hoofd. Hij wist, dat hij dan een grote bek terug kon krijgen. DDD demonstreert – vele jaren later – ook zulk gedrag, maar dan op het internet. Eigenlijk een logisch vervolg...” (einde citaat).

DDD is op een gênante manier vermakelijk. In commentaarvensters valt hij kritische schrijvers aan en doet hij alsof hij het opneemt voor de onderdrukte medemens. In werkelijkheid verdedigt hij automatisch laakbare types. Daaruit blijkt zijn manco: hij is niet vertrouwd met begrippen als hekelverhaal, satire en ironie in het algemeen. Met een spoedcursus relativeren repareer je zo’n leemte niet, omdat vervolgens humordeficiëntie de communicatie in de weg staat. DDD is zo lekker immuun voor speelse plaagstootjes. Elk nadeel hep… weet u wel?

Meer komische facetten aan DDD: hij vond, dat ik mij rechtstreeks moest wenden tot de personen waar ik de draak mee stak, ‘want dat was transparanter’. Geen idee waar zo’n wetmatigheid staat vastgelegd. Transparantie in humor kan geen serieus issue zijn. Wie de clou van een mop uitlegt, brengt de grap namelijk om zeep. Puzzelen op een tekst houdt mensen scherp.

Ik voorzie problemen bij het direct benaderen van de volgende hekelbare personages uit mijn verhalen. Waar bereik ik Attilla de Hun, keizer Nero en de twee Jozeph’s (Stalin en Goebbels)? Wat is de Potcode van die twee valse lesbo’s Peg en Meg? Vind ik al die ex-Joego’s met ‘ic’ in hun naam op Facebook? Bereik ik Erdogan op zijn Twitter-account? Kim Il Jong dan, niet bekend om zijn gevoel voor humor, hoe benader ik die transparant èn veilig?

Zijn eigen advies opvolgend, heb ik DDD maar eens direct en transparant benaderd met: ‘Onderbouw kritiek, want met losse kreten kan ik niets’. In mijn naïviteit dacht ik, dat er een leuke discussie zou ontstaan waar iedereen aan mee zou kunnen doen.

Eulalie: “DDD lijkt tekstueel te zijn blijven steken in Donald Duckjes. In vakjargon hebben we het dan over een ‘homo tekstualis’. Kortweg homotekstueel.” (einde citaat).

Na mijn transparante bejegening van DDD volgde er een reeks bizarre acties, die hier niet meer in passen, maar wel in Dichtersleed 4.

Schrijver: harrem, 20-10-2016




balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: humor

Deze inzending is 74 keer bekeken

4/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)