start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (132)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (240)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (108)
feest (41)
film (3)
filosofie (141)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (29)
geweld (46)
haiku (3)
heelal (39)
hobby (30)
humor (379)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (60)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (172)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (98)
muziek (40)
natuur (94)
oorlog (107)
ouderen (17)
ouders (36)
overig (128)
overlijden (77)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (107)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (62)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (41)
voedsel (45)
vriendschap (83)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (53)
wereld (35)
werk (95)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (150)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6354):

EEN ZEER EENVOUDIGE VERTELLING

Er was eens een koning die zo'n beetje alles wel bezat wat zijn hart begeerde.
Op een dag toog hij met zijn gevolg naar het platteland, en onderweg daarheen kreeg hij een enorme, prachtige, kristallen rots in het oog. Meteen beval hij zijn gezant erop uit te gaan en hier en daar eens te informeren onder wiens hoede de rots was geplaatst, en die persoon te gaan vertellen dat de koning een onderhoud wenste. De gezant liep op de rots toe en vroeg aan degene die daar aanwezig was:
'Bent ú toevallig verantwoordelijk voor deze rots van kristal?'
De man antwoordde:
'Ja, inderdaad', er beleefd aan toevoegend: 'wat kan ik voor u doen, meneer? Vertelt u het maar.'
De afgezant zei tegen hem, naar de weg wijzend:
'Kijk, daar is de koning met zijn gevolg en heel zijn parade vol pracht en praal. De koning wenst een onderhoud met u om over deze kristallen rots te spreken.'
De man antwoordde opgetogen:
'Van harte welkom!'
En zo ging de koning erheen, en vertelde de man hoezeer hij de schitterende rots bewonderde.
'Aangezien ik de rots niet kan meenemen’, zo verklaarde de koning, 'zou ik toch in ieder geval mijn náám erin willen schrijven.'
'Uitstekend!' juichte de toezichthouder enthousiast. 'Wacht hier even alstublieft, dan zal ik u een beitel en een hamer brengen, zodat u uw naam in de rots kunt graveren!' en hij schoot er als de gesmeerde bliksem vandoor.
Toen hij hijgend terugkwam, overhandigde hij het gereedschap aan de koning die hiermee nu voldoende toegerust was om zijn koninklijke, eeuwigdurende naam in het kristal achter te laten. Maar hoe lang en hard hij ook over de gehele rotsmassa kroop en zocht, hij kon niet één klein leeg plekje vinden waar hij zijn naam zou kunnen invullen. In de loop der tijd hadden een heleboel mensen hun namen erin geschreven – de rots was compleet overdekt met inscripties. Ten langen leste keerde hij zich tot de bewaarder en riep in een vlaag van wanhoop:
'Nou ja zeg, waar moet ík nou mijn naam zetten?!'
'U zou de naam van deze of gene ongedaan kunnen maken en de uwe eroverheen schrijven,' suggereerde de toezichthouder zonder een spier te vertrekken.
Dat deed de koning dus; na het tenietdoen van een van de namen en na de beitel wederom op te rots te hebben gezet, hamerde hij er geweldig op los totdat zijn eigen naam was geplaatst op de manier zoals hij het in zijn hoofd had. Uiteindelijk, toen hij klaar was, gooide hij beitel en hamer neer, veegde het smerige zweet van zijn voorhoofd en stapte achteruit om zijn werk te bewonderen, er zeer voldaan en vergenoegd met zichzelf uitziend.
Maar terwijl hij daar zo stond, begon hij verontrust de mogelijkheid te overwegen dat iemand hier misschien zou kunnen opduiken om zíjn naam dan ook zomaar even uit te wissen. Hij vroeg de toezichthouder, die al die tijd het gedoe van de koning had gadegeslagen, naar zijn mening, waarop de man hem antwoordde:
'Majesteit, vele mensen komen deze plek iedere dag bezoeken. De kans bestaat natuurlijk altijd dat er iemand komt opdagen die uw naam onzichtbaar maakt om de zijne of de hare ervoor in de plaats te schrijven. Wie zal het zeggen? Uw naam is slechts zoiets als een zelfstandig naamwoord, niet veel meer dan een aanduiding voor een persoon, een plaats of een ding. Misschien dat u trots bent op uw naam, maar in dit universum is slechts één naam bestendig en blijvend, en dat is de naam van het Al, de onuitsprekelijke naam van een onkenbare Schepper die altijddurend is, en het is het Al, het Leven zelf, aan wie de gehele schepping toebehoort, ook al willen wij daar graag anders over denken in onze blinde eigenwaan.'
Het drong snel tot de koning door dat zijn naam en zijn vermogens slechts egoïsme en zelfzucht met zich meebrengen, die uiteindelijk van nul en generlei waarde zouden blijken te zijn. Hij besefte dat zijn naam van geen enkele betekenis is binnen het geheel van het eeuwigdurend universum. En dus liet hij zijn concurrentiedrift varen, die vele mensen aanzetten elkaar te verraden en de hersens in te slaan, en keerde zich tot het helende rijk van het innerlijk der dingen.

Schrijver: Lilian Muileman, 13-02-2019



Geplaatst in de categorie: heelal

Deze inzending is 106 keer bekeken

3/5 sterren met 1 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:catrinus
Datum:16-02-2019
Bericht:misschien dan wel een eenvoudige vertelling, maar in eenvoud zit de meeste waarheid. Een fraai verhaal


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)