Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Kreukbaar 2, deel IV

Het geheimzinnige gekonkel

Om uw geheugen op te frissen: deel III eindigde met een telefoongesprek met Jostie
Fleschentambour. Ik associeerde dat met wat er in “Kreukbaar 1” stond over beschadigde integriteit
van het justitiële apparaat: een waslijst met ambtsovertredingen. Daaronder misbruik van
opsporingssystemen voor persoonlijk doel. Net zo ademde de aangifte tegen mij persoonlijke
betrokkenheid uit.

Wie bij het Openbaar Ministerie werkt kan van alles achterhalen; ook voor privé gebruik!
Persoonsgegevens opzoeken naar aanleiding van een kentekenplaat was populair. Geheime
telefoonnummers bleken allerminst geheim. Wie zich echter aan persoonlijk gebruik bezondigt pleegt
een ambtsovertreding.

Bij de aangifte tegen mij werd belastinggeld gebruikt door een boze lezeres, die persoonlijk een
rekening wilde vereffenen. Dat omdat ik onwelgevallige teksten schrijf. Gehandeld wordt vanuit een
machtspositie, die een aanstelling binnen Justitie met zich meebrengt. Zo’n voordeel leidt
gemakkelijk tot klassenjustitie. Het verstoort het principe van gelijkberechtiging.

De gewone burger, die aangifte doet, moet een moeizame route afleggen via een politiebureau en
onwillige agenten, die met tegenzin de aangifte opnemen. De aangeefster in kwestie bleek vrouwtje
Robbie Buigsaem te zijn. Zij is of heeft iets bij het OM. Ze kan Officier van Justitie zijn of
typejuffrouw. Of nog iets anders, maar ze komt daar waar u en mij dat niet lukt. Daarbij
geruggensteund door een intimus: Jostie Fleschentambour, mijn telefoonmaatje.

Jos werkte in (ruim genomen) de Bijlmer. Bekend als een best wel mooi stukje Amsterdam, waar
evenwel moord en doodslag, drugshandel, mensenhandel, verkrachtingen e.d. niet ongewoon zijn.
Een aangifte, gebaseerd op langtenigheid van Robbie Buigsaem, staat in schril contrast tot de
werkelijke problemen in die regio. Maar misschien bestaat al die criminaliteit niet meer dankzij het
kranige optreden van de politie. Moeiteloos werd er een blik recherche geopend. Dat verklaarde de
ruime beschikbaarheid van Jostie Fleschentambour voor deze flutklacht.
Fleschentambour reageerde met zijn telefoontje op de brief van mijn advocaat (zie vorig deel III).
Hij deelde mede, dat hij voor een nieuwe afspraak voor verhoor en de locatie daarvan moest
overleggen met die eerder genoemde, mysterieuze “iemand van het OM”. Ik gok op Rietje Buigsaem.
Tevens moeder van zijn koters. Rechercheur Fleschentambour sprak met omfloerste stem toen hij het
suggestief had over nazaten, kinderen die de absurde voorgeschiedenis van hun ontstaan niet
mochten weten. Mijn geschrijf had al dat vreselijks opgerakeld. Een ongewoon grote betrokkenheid
voor een geharde politieman, vind ik.

De herkomst van zijn gedachtegang kon niet missen: de twee moeders van Robbie Buigsaem. Die
hadden flutfantasieverhalen verteld over haar biologische vader, de leeggeschudde en doodgezwegen
Kommer Qwel. Elk l*lkoekverhaal over babybezorgende ooievaars is aannemelijker. Relevante,
historische informatie stond wel in mijn verhaaltjes over zaadroof. Dat donor Kommer – onder valse
voorwendsels – DNA was afgetroggeld moest vooral geheim blijven.

Wat later werd ik voor de tweede keer opgebeld en kwam Jostie Fleschentambour met een
verrassende mededeling. De advocaat sloeg hij over; hij had rechtstreeks voor mij een boodschap.
Die “iemand van het OM” was tot de conclusie gekomen dat er andere prioriteiten waren. Dat
geplande verhoor in Amsterdam was van de baan. Ik was benieuwd of een verhoor hier in Zzz…
mogelijk was, waartoe ik best bereid was. Besmuikt antwoordde Fleschenfambour, dat het OM ook dit
geen prioriteit vond. Maar hoe nu verder…?

Fleschentambour sommeerde mijn anekdotes op het internet over die zaadroof weg te halen. Hij
zette daarvoor eventjes de Grondwet buiten spel. Dat kan in Zimbabwe, dus wat zeur ik. Oeps, da’s
waar ook… dit is Nederland. Daarna verwachtte hij van mij een e-mail met een specificatie van wat
ik wanneer van het internet had verwijderd. Op dreigende toon waarschuwde hij, dat bij niet
verwijderen of plaatsen van nieuwe soortgelijke teksten hij hard zou ingrijpen. Cuba, Iran en
Eritrea… daar doet mij dat aan denken.

Zou deze ambtsovertreding – als deze bekend wordt - zijn carrière schaden? Ik beloofde Jos dat ik mij
nog eens zou buigen over die teksten. Maar hulp van aanwijzingen was noodzakelijk. In de loop der
jaren had ik teksten verstrooid op het internet en ik had niet bijgehouden waar.

Wel, dat wilde Jos wel opzoeken. Hij zou in een e-mail specificeren welke stukken het betrof. Het
kwam pardoes uit de lucht vallen toen hij met ontroering in de stem zei “dat hij zo blij was dat ik
het ook zo erg vond”... Waar zijn zelfbedachte oprisping vandaan kwam? Geen idee; de wens was
waarschijnlijk de vader van de gedachte.

Als de inhoud van de tekst van een lied verschrikkelijk is, kan je dat de zanger niet aanrekenen.
Evenmin kan je de tekstschrijver niet verwijten dat hij opschrijft wat hij ziet gebeuren…

Soms valt bewijs voor ambtsovertreding je in de schoot: zijn e-mail met specificatie van te
censureren teksten. Spinnend als een kat heb ik alleen de ontvangst van die brisante tekst
bevestigd… Zo, u weet wat je te doen staat als u op dezelfde manier onaangenaam wordt lastig
gevallen.

Schrijver: harrem, 2 jun. 2019


Geplaatst in de categorie: psychologie

2,0 met 1 stemmen 93



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)