start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (242)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (170)
erotiek (68)
ex-liefde (65)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (148)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (30)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (49)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (258)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (97)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (131)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (44)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (85)
vrijheid (59)
vrouwen (88)
welzijn (55)
wereld (35)
werk (98)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6445):

Kwaad in de dop

In de serie “Het zit in de familie” besteedde ik aandacht aan de herkomst van het Kwaad bij kinderen. Het bespaart ruimte en uitleg als ik kortheidshalve verwijs naar deel 8 en deel 2, omdat daarin twee schatten van kinderen worden opgevoerd. Interessant is hun transformatie tot twee doortrapte volwassenen. Daarbij rijst de vraag of kinderen in aanleg slecht kunnen zijn of dat ze dat worden. Voordat opvoeding weer de schuld krijgt, kijk eerst eens naar kindmoordenaars. Het lijkt politiek correct te zijn om omgevingsfactoren de schuld te geven en niet aangeboren slechtheid. We zullen zien…

Eventjes googelen en je vindt beschrijvingen van beruchte moorden, gepleegd door een kind. De categorie van kindsoldaten nog maar erbuiten gelaten. Denk aan die IS-jochies met hun grote melancholische kijkers. Zo schattig… Opgevangen in een liefdevolle omgeving ontpoppen zij zich misschien wel tot van die frisse voetballertjes bij Woerdense Boys. Of niet… We weten dat pas na de eerste moordpartij zeker. En die blijft misschien wel uit. Weten doen we het niet!

Slecht voorbeeld speelt een rol, maar raadselachtig blijft, dat bij beruchte kindmoordenaars hun moordzucht uit het niets lijkt te ontstaan. In dit stuk toon ik u aanstonds een verbijsterend verband tussen de bovengenoemde twee verhalen en de daarin voorkomende boosaardige personages: Wybertje en Trudje.

Als testcase eerst de familie Van de Beerput uit “Het zit in de familie deel 8”. Dat een puur slechte inborst erfelijk is, leek een achterkleinkind (Wybertje) van de bejubelde Oma Emma te bewijzen. Emma zaliger wordt inmiddels jarenlang bewierookt, bijna vereerd als een soort heilige. Zeg maar Moeder Teresa 2.0. Dat zij bij leven een onaangenaam kreng was wordt angstvallig verzwegen door de famielje. De enige, die duidelijk afstand van dat gezwijmel nam, was Krikke, de vader van Wybertje. Een aangetrouwd geval dus. Dat heeft hij geweten. Dankzij Wybertje, die als baby en peuter een snoepje was, maar zich tot een gestoorde, gewetenloze puber ontwikkelde. Geïndoctrineerd door een disfunctionele familie ontpopte zij zich tot een gereïncarneerde Oma Emma...

Superoma Emma dreef bij leven met haar boze oog mensen tot wanhoopsdaden. Wybertjes moeder bezat die zeldzame gave ook om mensen de vernieling in te wensen. Of dat echt zo was, is natuurlijk de vraag. Deze twee dames geloofden er zelf heilig in en dan lukt zo’n vloek best wel eens. Als je je ernaar gedraagt alsof je net iemand in de vernieling hebt geholpen, dan werkt dat ook nog…

Wybertje zelf lukte het om – als veertienjarige – alles en iedereen tegen haar vader Krikke op te zetten. Haar vader huilde niet mee in het wolvenzangkoor van de Van de Beerputjes, maar vormde zijn eigen oordeel. Dat tot ongenoegen van iedereen, vooral van Wybertje, die zich een toonaangevende plaats binnen de famielje probeerde te verwerven. Familie vond ze heel belangrijk, behalve als je dichtstbijzijnde familie je bloedeigen vader is.

Eigenwijze Krikke stond haar ambitie om in de familie iets groots te worden in de weg. Krikke in de vernieling krijgen was een kwestie van systematisch stoken en na verloop van tijd wist de hele familie Van de Beerput dat Krikke een waardeloze, verachtelijke “nobody” was. Zo… dat was Familie 1 in een notendop.

Dit beviel Wybertje zo goed, dat zij haar vernietigingsdrang uitbreidde naar een tweede familie: de Gluips.

Familie 2: de zwakste schakel in die opmerkelijke familie was het meisje Trudje, iets jonger dan Wybertje. Een heel rijtje menselijke zwakheden van haar kan kan je hier opnoemen, maar je kunt ze ook samenvatten met: iemand zonder ruggengraat. In “Het zit in de familie deel 2” wordt beschreven hoe zij en haar moeder haar hulpbehoevende vader Dingus voor dood achterlieten. Na een niet helemaal geslaagde operatie lag hij in zijn eigen lichaamssappen een beetje weg te kwijnen op de vloer van zijn huis. Bijzonder wreed, zoniet immoreel, omdat er was afgesproken, dat vader Dingus na zijn terugkomst uit het ziekenhuis enige hulp zou krijgen. Wat te denken van zijn huisdieren verzorgen?

Voor de trouwe lezer ouwe koek, maar er zit wat nieuwe glazuur omheen: er blijkt een verrassende samenhang te bestaan, die erop wijst dat er gewoonweg slechte kinderen bestaan. Zomaar spontaan en van zichzelf uitgaand. In morele dilemma’s, zoals in de vorige alinea beschreven, blonk Wybertje uit als kwaadaardige raadgeefster. Trudje volgde haar aanwijzingen slaafs. Wybertje was inmiddels gewoon een jongere versie van Oma Emma. Gezegd moet worden, dat eigenlijk alle vrouwen in de familie Van de Beerput krachtige leidersfiguren waren. Een mooie eigenschap indien goed aangewend.

Kinderpsychologie en (ortho)pedagogiek kunnen er niet omheen dat een kwaadaardige aanleg bestaat. Er zijn nu eenmaal mensen, die geen groter plezier ervaren dan aan het onderschoffelen van hun medemens. Dat is de categorie, die als kind bij vliegen vleugeltjes en pootjes uittrok, mieren plattrapte en Barbiepoppen onthoofdde. Of idem bij dwerghamsters. Voor dat soort uitingen van wreedheid hoeven ze echt geen voorbeeld te hebben gehad. Het zit er gewoonweg in… en ze moeten toch gewoon ergens beginnen met rot gedrag?

Wybertjes systematische gestook voedde haar machtsgevoel. Een zwakke volgeling (Trudje) zover krijgen, dat ze iets onmenselijks doet… Heerlijk toch? Doorgaans riep Trudjes passiviteit ergernis op, maar tegelijkertijd verhinderde haar aangeboren luiheid dat ze de mensheid schaadde. Is het niet ironisch dat ze lief en aardig leek, maar dat dat was terug te voeren naar haar aartsluie attitude? Ze had gewoon weg niet de fut om de in haar levende boosaardigheden vorm te geven. Dan werkt lief kijken als een schutkleur, waardoor de onderliggende verdorvenheid niet wordt gezien.

Wybertje was daarentegen een energiek kind, dat als een katalysator Trudjes kwaadaardigheid in gang zette. Dat beperkte zich niet tot een enkele, incidentele rotstreek. Haar gestook had eeuwigheidswaarde… Bij het gadeslaan van de ontwikkeling van beide jongedames (inmiddels dertigers!) kan je vaststellen dat ze allebei zo link als een loden deur zijn.

Ik zou zeggen: het zat erin en het kwam er ook uit… Wee de mensheid.

Schrijver: harrem, 28-07-2019




balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: psychologie

Deze inzending is 44 keer bekeken

4/5 sterren met 1 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)