Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6551):

Het DNA-atje van de kous

In het hieraan voorafgaande "Een fatale legpuzzel" zagen we hoe ene Helle met losse skeletonderdelen bezig was. Dat gebeurde in de negentiger jaren toen DNA weliswaar allang bekend was, maar alleen als onderdeel van zuiver wetenschappelijk onderzoek. Pas veel later, nog niet eens zo heel lang geleden, werd het een belangrijk instrument voor Justitie bij forensisch onderzoek.

Dat brengt me terug naar Rinus. Ironisch genoeg voegde deze verzamelaar van anatomisch lesmateriaal losse onderdelen van een skelet bij elkaar, die enige tijd daarvoor opzettelijk uit elkaar waren gehaald. Dat was een doeltreffende truc waarachter vrouwtje Helle zat. Nadat ze haar man Ruft de hersens had ingeslagen onderging hij een metamorfose, waarin hij opging in een flinke partij vetbollen. Mezen en andere vogeltjes deden zich daar tegoed aan. Weg Ruft…

Via Marktplaats en hobbybeurzen verspreidde Helle de 206 botten, die een menselijk lichaam rijk is, in het verzamelaarscircuit. Zo kwamen ze honderden kilometers uit elkaar te liggen. Geen lijk, geen moord. En dan is er ineens stoorzender Rinus, die verzamelbeurzen afstroopte waar hij skeletonderdelen opkocht. Wat hij nog niet in zijn bezit had waren een rechterbovenarm en -benedenarm.

Het zal de oplettende lezer niet verbazen, dat Helle op haar beurt alleen nog maar een rechterbovenarm en -benedenarm bezat. Een van de grotere hobbybeurzen vond plaats in de Brabanthallen in Den Bosch. Helle had een stand gehuurd, waarin ze temidden van andere curiosa die beenderen aanbood. Zij had geen idee waarmee Rinus bezig was toen hij haar verloste van die laatste skeletonderdelen. Maar haar nieuwsgierigheid was wel gewekt. Wat moest hij met die losse botten? Toen Rinus uitlegde, dat hij een compleet skelet aan het samenstellen was, hapte ze van schrik naar adem. Maar ze herstelde zich gauw, want wat maakte dat verder uit? In deze tijd zou een DNA-test uitkomst bieden. Toen dus niet en aan een compleet skelet kon je iemand niet herkennen.

Rinus liet zijn inmiddels complete skelet trots aan deze en gene zien, voornamelijk personen in zijn werkomgeving (hij was een zogenaamde TOA, wat toentertijd amanuensis werd genoemd). Op de middelbare school waar hij werkte, kon hij uiteraard niet om de biologieleraar heen. Die laatste, we noemen hem Harm, zat als hobbyist in de een of andere historische club, die zich met honderden jaren oude relicten bezighield. Roestige spijkers, een bijna vergaan stuk hout en fascinerende botsplinters konden de leden van die club in vervoering brengen. Een groot gedeelte van hun activiteiten bestond uit lezingen geven en lezingen bijwonen. Verluchtigd met dia’s, lichtbeelden zoals dat heette. Tegenwoordig zouden ze een PowerPoint-presentatie krijgen.

Harm had een lezing bijgewoond over Europese geschiedenis, waarin een afwijking werd besproken in de skeletten van middeleeuwse Engelse soldaten. Met name speciale boogschutters met een zogenaamde Longbow. Dat is een manshoge handboog, waarvan het spannen heel veel kracht vergde. Die bogen waren met hun 1.80 m trouwens langer dan de eigenaren daarvan. Dankzij jarenlange trainingen hadden die allemaal veel dikkere armbeenderen rechts. Als ze linkshandig waren: uiteraard links. Extra botvorming was een reactie van het bot op de uitgeoefende extreme kracht bij het aantrekken van de pees als ze de handboog spanden. Hou die gedachte vast.

Nu had Harm goed opgelet bij die lezing en het eerste dat hem aan het provisorisch in elkaar gezette skelet van Rinus opviel waren de dikke beenderen van beide armen. De kans dat dit een middeleeuwse Engelse boogschutter was, was nihil. En dan ook nog eentje, die zowel links als rechts schoot, gelet op de dikke armbeenderen links en rechts. Volgens Harry was dit het skelet van een twintigste-eeuwer met een specifiek beroep of bezigheid. Bijvoorbeeld een olympische kampioen gewichtheffen of wellicht een circusacrobaat. Hij gooide het op het laatste: het skelet zou kunnen zijn van een man, die gewend was om aan een trapeze te bungelen en optrad als zogenaamde vanger. U kent die circusnummers wel: een aantal acrobaten buitelt over elkaar heen in de nok van het circus en dan is er één sterke man nodig, die het clubje bij elkaar houdt, opvangt, optrekt en desnoods allemaal optilt.

Maar ja, wat moest Rinus ermee; niets! Hij was toch geen Petew Ew. de Vwies? Harm vond het wel interessant... Met instemming van Rinus maakte hij een aantal foto’s, leuk voor een volgende lezing. Hij had al contact met een interessante deskundige, die een avond kon vullen met een lezing over rondzwervende lichaamsdelen, ene Helle Rampzpoet.

Laat zij nu toevallig de weduwe zijn van een befaamde trapezewerker...

... Dit is een vervolg op "Een fatale legpuzzel". ...

Schrijver: harrem, 27 jan. 2020


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 74



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)