Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Op zijn hondjes 1: Bastiaan

Sla dit verhaal vooral over als u niets met honden hebt. U krijgt dan een tijdje harremvakantie, want er staat een reeks hondenverhalen in de grondverf.

Een (eerdere) vertelling "Moederziel" ging over Bastiaan, die wellicht verrassend aan het eind van het verhaal een hond bleek te zijn. Een gladharige foxterriër. Hij was alles wat achtereenvolgende eega's in een lang bestaan niet waren: trouw, aanhankelijk en altruïstisch. Hij werd de man in mijn leven. Uiteindelijk…

Ik had sinds mijn kindertijd, dus heel lang, uitgekeken naar een gladharige foxterriër. Zonder internet een arbeidsintensieve vruchteloze speurtocht. Als kind al informeerde mijn vader voor mij bij hondenfokkers. Van dikke pakken kranten hebben we samen de advertentiepagina’s doorgebladerd. We gingen ook regelmatig naar de veemarkt in Utrecht. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw was daar een levendige hondenhandel. Het heeft iets triests, maar ook iets humoristisch: wat te denken van zo'n doorgezopen oude man, achter wie zijn bastaardherder-op-leeftijd trouw en met gebogen kop sjokte. In het voorbijgaan fluisterde hij tegen mijn vader: "Mooi hondje kopen meneer?". Die hond was afgericht om na de aankoop hard weg te lopen. Mijn vader wist zeker dat die man zo wekelijks geld voor gezuip ritselde.

Gladharige foxterriërs waren in vorige eeuwen populair tot aan de Tweede Wereldoorlog. Later verdwenen ze geruisloos uit beeld. Op zijn best kwam je wel eens een ruwharige variant tegen, zo'n baardig hondje dat in reclames model stond voor het (oude) tandpastamerk Medinos.
Om te schetsen hoe rauw het er op de markt aan toe ging: er was een man uit Amsterdam, die een paar zaterdagen achtereen met ruwharige foxterriër-pups op de markt stond. Die vervoerde hij achterop zijn Kaptein Mobylette in een kistje. Toen normaal, in onze optiek van nu dierenmishandeling. Ik had intens medelijden met de door elkaar geschudde beestjes, die een lange bromfietstocht moesten doorstaan. Minstens een uur in de uitlaatgassen! En de zaterdag daarop weer… Heen en (als er geen werd verkocht) terug.

Ik zocht het gladharige neefje, dat trouwens even beroemd was vanwege een andere reclame. Het grammofoonplatenmerk HMV (His Master's Voice) beeldde in reclames een gladhaar fox af, die aandachtig luisterde naar de stem van zijn baasje. Die stem kwam uit de toeter van zo'n ouderwetse grammofoon. En uiteraard vanaf de geweldige bakelieten grammofoonplaat van HMV. Zo een hadden wij thuis toen ik kind was. Het hondje bedoel ik. Hij had de voor hem kenmerkende naam Funny. Zijn leven (en dat van zijn baasjes) verliep helaas minder grappig. Na al die tijd heb ik nog niet eerder de moed gehad om het drama te beschrijven, dat in zijn en ons leven voorviel. Boerenpsychologen verklaren - nogal voor de hand liggend - mijn fascinatie voor specifiek zo'n hond als een verwoede poging dat hondje terug te krijgen. Een stukje traumaverwerking wellicht. De titel Funny komt later ooit nog eens boven een stukje te staan.

Toeval en een spontane inval kunnen soms wonderbaarlijke resultaten opleveren. Op mijn werk draaide ik een cijfertje verkeerd en er werd opgenomen met: "Dierenasiel Haarlem". Toen kwam de ingeving. Ik slikte mijn excuus van “verkeerd verbonden" in en informeerde of ze misschien foxterriërs hadden. Niet dus, zoals steeds al jaren het geval was. Ik trof een welwillende medewerker, die - alsof ik iets bij de Chinees bestelde - "één foxterriër voor meneer …" noteerde voor het geval dat.

Tot mijn verrassing werd ik vrij kort daarna opgebeld; er was een foxterriër van drie maanden beschikbaar. Hij was niet eens in het asiel, maar mensen die kennelijk met het dier omhoog zaten wilden het diertje juist langs brengen. De alerte medewerker wees hen op het door mij gedane verzoek en bemiddelde in de contactlegging. Aan het eind van de werkdag maakte ik bij hen thuis met hen en het hondje kennis. Met twee hondjes, want de moederhond was er ook. Mijn aanvankelijke vrees, dat die mensen dit reutje makkelijk wilden dumpen was gelukkig niet waar. Er bleek een nest te zijn geweest, waarvan de meeste pups op de leeftijd van rond de acht weken een nieuwe eigenaar hadden gekregen. Op dit ene hondje na… Naar het asiel brengen leek, na vele pogingen en mislukte kennismakingen, een efficiëntere manier om een eigenaar te vinden. Tenslotte was de pup alweer een week of twaalf. Tegenwoordig zou het internet uitkomst bieden, maar in de beschreven situatie was dit een begrijpelijke beslissing.

In het nestje pups viel hij uit de toon. Zijn broertjes en zusjes en hij waren aantrekkelijk gevlekt zoals in de boekjes beschreven. Daar lag het niet aan, dat hij door gegadigden voor een hondje niet werd gekozen. Hij had echter een knikstaart en bij het kiezen werd hij daarom automatisch opzij geschoven. Hij was het lelijke eendje in het nest. Maar vanaf het eerste moment van kennismaken: mijn lelijke eendje.

Ik hoefde niet na te denken over een naam, want die zat al lang in mijn hoofd: Bastiaan ging met mij mee naar huis. Inclusief de parmantige omgekeerde hoofdletter L, die als een geknakte vlaggenstok recht overeind op zijn kont stond.

(Wordt vervolgd)

Schrijver: harrem
27 sep. 2020


Geplaatst in de categorie: dieren

5,0 met 1 stemmen 32



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)