nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (3)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (16)
filosofie (114)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (7)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (940)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (6)
kerstmis (8)
kinderen (19)
koningshuis (6)
kunst (37)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (70)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (15)
moraal (18)
muziek (411)
natuur (19)
oorlog (15)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (43)
psychologie (46)
rampen (5)
reizen (12)
religie (118)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (17)
werk (11)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 340):

Gesprek met de engel - deel 1

DEEL 1: DE VERSCHIJNING
Het gebeurde na middernacht. Ik lag te woelen op mijn bed, ontwaakt uit een nachtmerrie. De dekens lagen verfomfaaid om mij heen. Met vingers die nat waren van het zweet draaide ik de electrische wekker een halve slag zodat ik kon zien hoe laat het was. Half drie. In de verte sloeg de torenklok van de St. Andreaskerk, dof en met een hese galm die ver droeg op de vlagen van de najaarswind.
"Wat maakt je zo onrustig? Waarom kun je de slaap niet vatten?"
Verschrikt draaide ik me om. Een man, in het wit gekleed, zat aan het voeteneind van mijn bed. Zijn ogen rustten vastbesloten op de mijne.
"Nee, wees maar niet bang." Zijn hand maakte een luchtig gebaar alsof hij mijn schrik daarmee weg wilde wuiven. "Nou?"
Ik herstelde me, keek tersluiks naar mijn vrouw, maar die sliep rustig door.
"Ik erger me", antwoordde ik. "Er zijn een paar mensen die me al maanden tegenwerken. Ik kan ze wel verrot slaan zo langzamerhand."
"Zo". Hij tuitte zijn lippen en keek me geamuseerd aan."Dat is niet zo mooi. Wat hebben ze jou dan aangedaan?"
De nonchalante en vrijpostige houding van de engel - of wat het ook maar was - begon me te irriteren, maar tegelijkertijd zag ik nu ook mijn kans schoon om mijn gal te spuwen over mijn kwelgeesten.

Met horten en stoten kwam het hele verhaal eruit. Meer dan een half jaar geleden was ik vol frisse en oorspronkelijke ideeën, barstensvol élan, aan mijn nieuwe baan als hoofdredacteur begonnen. Mijn eerste aanzetten tot een ander beleid waren enthousiast ontvangen, maar al gauw was door persoonlijke rivaliteit de eerste oppositie tegen mijn nieuwe koers ontstaan. Langzaam maar zeker had die zich uitgebreid, totdat er een heuse strijd om de macht was ontbrand, die de redactie in twee blokken verdeelde die vochten om de hegemonie.

Toen ik mijn hele verhaal had gedaan en mijn ogen waren gaan fonkelen van woede, hief de man zijn rechterhand. "Zo is het wel genoeg." Onverstoorbaar bleef hij mij aankijken. Een tijdje zaten we zo oog in oog. Plotseling begon hij echter te lachen. Het werd steeds erger. De engel sloeg zich op de dijen en snikte het uit van de pret. "Jij moet nog veel leren, neem dat maar van mij aan. Kom, geef me je hand."
De beelden om mij heen vervaagden en ik verzonk in een droom.

Ik was een klein jongetje van een jaar of vier. Samen met een paar leeftijdgenootjes speelde ik in een oude, vervallen garage. Eén was er de leider, een oudere jongen met een verschoten spijkerbroek aan. We speelden cowboytje. Twee bendes bevochten elkaar op leven en dood om een goudschat die in een vervallen werkplaats was verstopt. De strijd golfde op en neer. Nu eens hadden wij de overhand en wisten wij de tegenpartij de goudschat te ontfutselen, dan weer drongen zij op en namen een paar van onze krijgers gevangen.
Zo grepen ze ook Bert, mijn beste vriend, plotseling van achteren beet en sleurden hem mee naar een garagebox die hen tot rovershol diende. Ik probeerde hem uit alle macht te bevrijden, maar dat lukte niet omdat de leider van de tegenpartij, een knaap die twee keer zo oud was als ik, zich bovenop me wierp en me tegen de grond drukte. Toch wist ik me aan zijn greep te ontworstelen. Snel verstopte ik me achter een roestige trekker.

Even later hoorde ik mijn vriendje schreeuwen. Sloegen ze hem? Woedend greep ik een metalen stang en stormde daarmee naar voren, op het roversnest van de tegenpartij af. Wild om me heen maaiend met het gevaarte baande ik me een weg door de kluwen jongens, die Bert stompten en sloegen. Ik hief de metalen stang vervaarlijk op om zijn belagers uit te schakelen. Op dat moment verscheen er echter plotseling een man in het wit voor me. Dreigend stond hij voor me met geheven armen. "Terug!", gebood hij. Ik schrok hevig en liet het wapen zakken.
Badend in het zweet werd ik andermaal wakker. De engel zat nog steeds aan het voeteneind van mijn bed.
"Heb je het begrepen?", zei hij heel kalm en vriendelijk. Ik knikte.

schrijver

Schrijver: Hendrik Klaassens, 24-11-2008


Geplaatst in de categorie: religie

Deze inzending is 140 keer bekeken

5/5 sterren met 2 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl