nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (3)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (16)
filosofie (114)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (7)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (940)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (6)
kerstmis (8)
kinderen (19)
koningshuis (6)
kunst (37)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (70)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (15)
moraal (18)
muziek (411)
natuur (19)
oorlog (15)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (43)
psychologie (46)
rampen (5)
reizen (12)
religie (118)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (17)
werk (11)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 342):

Gesprek met de engel - deel 2

DEEL 2: STROOMUITVAL OP DE KERMIS. DE BARRE TOCHT.
Andermaal viel ik in slaap. Ik droomde dat ik als jongetje van een jaar of twaalf 's avonds laat door de stad liep. Eigenlijk had ik al lang thuis moeten zijn, maar er was kermis op de Grote Markt en omdat ik verzot was op botsautootjes en wel eens een ritje wilde maken met het reuzerad, was ik stiekem langer weggebleven dan mijn ouders hadden toegestaan.
Elf uur was het al. Overal flonkerden, schitterden en flikkerden de lampjes van de diverse stands en attracties op het kermisterrein. Het gebrul uit de speakers vormde één bonte kakofonie. Alleen wanneer je je binnen een straal van drie meter van één van de attracties bevond kon je nog iets verstaanbaars opvangen van alle aanprijzingen waarmee de kermisbazen klandizie hoopten te trekken.

Als bij toverslag doofden echter plotseling alle neonlampjes en van de ene seconde op de andere vervielen de overbelaste luidsprekers op het plein in een hardnekkig stilzwijgen. De stroom was uitgevallen! Ook de straatverlichting was gedoofd. De neonlampen hoog in de staalgrijze masten gloeiden nog dof na als waxinelichtjes die pas waren uitgeblazen.

Verward bleef de mensenmassa staan. Enkelen gingen naar huis, schuifelend, tastend, nog wat verblind door de lampen die pas waren gedoofd. De meeste mensen bleven echter waar ze waren, mompelend, samenscholend. Dit duurde echter niet lang, want wat gebeurde daar? Ik hoorde het geluid van brekend glaswerk en houten schotten die werden neergehaald.
Toen mijn ogen aan het halfduister waren gewend, zag ik wat er gaande was. Een groepje opgeschoten jongelui was bezig de kassa van het reuzerad te plunderen! Ook elders sloeg de massa aan het muiten. Her en der speelden zich verhitte gevechten af tussen de opdringende menigte en kermisbazen, die hun attractie tegen plundering en algehele teloorgang trachtten te beschermen. De hel was losgebroken, ik moest maken dat ik wegkwam!
In het gedrang en de paniek die zich van de menigte had meester gemaakt probeerde ik mij een weg te banen naar een aangrenzende winkelstraat, maar de massa drong zo op dat alle moeite tevergeefs was. Een nieuw Heizeldrama leek in de maak.

In mijn angst begon ik te bidden. Daarop ontstond er een opening in de bewolkte lucht boven het kermisterrein. Een lichtend platform daalde langzaam en statig af naar het plein. Op zo'n twintig meter hoogte bleef het roerloos boven de kraampjes en attracties hangen.
Niemand in mijn omgeving scheen dit vreemde gevaarte te hebben opgemerkt. Was het dan misschien een stand die op een eigen noodaggregaat was overgeschakeld en zo de strijd om de publieksgunst in zijn voordeel hoopte te beslechten? Maar nee, mannen in witte kleren, met blinkende vleugels op hun rug, wenkten me. Ze lieten een ladder neerdalen die als een telescoopantenne uitschoof. Vlak voor mijn voeten kwam het metalen gevaarte bonkend op de tegels van het marktplein tot stilstand.

Zo snel als mijn benen me konden dragen begon ik de ladder te bestijgen. Hoger en hoger klom ik, ik had het lichtend platform al bijna bereikt. Nog een paar treden en ik was in veiligheid. Maar wat was dat voor een vreemde gedaante die mij de weg versperde? Een engel met een gummiknuppel in de hand gebaarde mij om terug te gaan. Dreigend hief hij het gevaarte naar mij op als wilde hij mij terugdringen naar het marktplein.

Schichtig keek ik om en constateerde dat de situatie beneden nog even precair was als een paar minuten geleden. Het was zelfs nog erger geworden, want de politie was gearriveerd om de orde te herstellen. Enkele volkswagenbusjes van de Hermandad hadden zich in een gesloten formatie aan één kant van het plein geposteerd. Ze trokken nu langzaam op in de richting van de kermisattracties, die al hun aantrekkelijkheid inmiddels hadden verloren. De vloekende en tierende menigte onder me was bezig de stands te slopen. Het dak van de ballentent kwam krakend naar beneden en de pandaberen van de gokstand vlogen buitelend door de lucht. De waarzegster werd door een lallend groepje nozems gejonast. Elders probeerden straatjongens de botsautootjes weg te slepen. Boven het razen van de plunderende massa uit klonken de scherpe commando's uit de megafoons van de politie, die de menigte tevergeefs probeerde te verspreiden.

Door dit alles werd ik aangegrepen door zo'n diepe angst, dat ik met met geweld langs de man in het wit probeerde te wurmen. Hij drong me echter terug. Dreigend hief hij andermaal zijn knuppel naar me op en gebaarde dat ik de ladder af moest dalen. Ik begreep er niets meer van. Waarom waren ze mij dan te hulp gekomen? Ze wilden mij toch redden?

Beneden op het plein raakte ik opnieuw bekneld in het gedrang. Opnieuw begon ik te bidden. Als ik er niet in slaagde om snel weg te glippen zou ik door de massa worden doodgetrapt. Gelukkig werd mijn gebed verhoord. Vòòr me opende zich een donkere tunnel die door enkele zwakke lampjes werd verlicht. Aarzelend, wantrouwend geworden door mijn vorige ervaring, liep ik de tunnel in.
Aan weerszijden van deze diepe schacht bevonden zich kamers met gruwelijke gedaanten erin. Terwijl ik er langs liep, vielen ze naar me uit. Met hun blikkerende tanden hapten ze naar me. Anderen riepen me heftige verwijten na of zwaaiden dreigend met hun behaarde armen, alsof ze me wilden wurgen. Ik vocht, stompte en sloeg verwoed om me heen.
Terwijl ik door de tunnel liep en me een weg baande door de gedrochten die me de doorgang wilden versperren, werd ik geleidelijk ouder en ouder. In het begin had ik dat niet zo in de gaten, maar toen ik helemaal aan het eind van de schacht gekomen was, bereikte ik uitgeput, oud en kromgebogen de uitgang. Mannen in witte kleren wachtten me daar op. Juichend haalden ze me in en droegen me weg.
Badend in het zweet werd ik andermaal wakker. De engel zat nog steeds aan het voeteneind van mijn bed.
"Heb je het begrepen?", zei hij heel kalm en vriendelijk. Ik knikte.

schrijver

Schrijver: Hendrik Klaassens, 26-11-2008


Geplaatst in de categorie: religie

Deze inzending is 184 keer bekeken

4/5 sterren met 3 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl