nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (3)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (16)
filosofie (114)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (8)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (954)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (6)
kerstmis (8)
kinderen (19)
koningshuis (7)
kunst (37)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (70)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (16)
moraal (18)
muziek (412)
natuur (19)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (43)
psychologie (46)
rampen (5)
reizen (12)
religie (118)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (12)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 1153):

OVER DE AARD VAN HET KWAAD

In de godsdienstfilosofie is wel onderscheid gemaakt tussen natuurlijk en moreel kwaad. Het natuurlijke kwaad (bijvoorbeeld een natuurramp) zou dan samenhangen met de natuurlijke orde, met het proces van de wereld in wording. Het morele kwaad zou door de mens worden aangericht. Is dat een zuiver onderscheid?

Met betrekking tot het natuurlijke kwaad stellen (gelovige) mensen soms de goedheid van de Schepper tegenover het kwaad in de schepping. Dat lijkt me een onlogische tegenstelling. Als er een Schepper is, komt de schepping immers ook voor diéns verantwoordelijkheid. Alleen als de wereld in volmaakte toestand ontstaan was, zou natuurlijk kwaad (als ónvolmaaktheid) achterwege zijn gebleven. Maar schepping is een (evolutionair) proces.

Wat is natuurlijk kwaad? We zijn geneigd datgene zo te noemen, wat door óns als bedreigend, nadelig, schadelijk, pijnlijk, disharmonisch enz. wordt ervaren. Maar zijn die fenomenen ook in objectieve zin "kwaad"? Nee, want wat de een als een kwaad ervaart, kan voor de ander een zegen zijn.
Kunnen we van natuurlijke fenomenen zoals regen en droogte, ziekte en gezondheid, geboorte en dood zeggen dat ze óf goed óf kwaad zijn? Nee. Ze zijn immers inherent aan groei en ontwikkeling, zeg maar aan de stofwisseling van het aardse leven, zoals we die ook kunnen waarnemen in het voortdurend ontstaan en weer afsterven van cellen in het menselijk lichaam.
Natuurrampen voor de mens (bijvoorbeeld overstromingen) kunnen voor andere levensvormen (bijvoorbeeld otters) een weldaad zijn. Andersom kan wat mensen als een zegen beschouwen (bijvoorbeeld een royale visvangst) voor andere levensvormen (bijvoorbeeld vissen) een ramp betekenen.

Is lijden een kwaad? In de beleving van het slachtoffer wél natuurlijk. Maar in objectieve zin kan lijden functioneel zijn: de prijs die voor ontwikkeling betaald moet worden. In zijn bekendste werk, "Het verschijnsel mens", schrijft Teilhard de Chardin:
"En tenslotte de groeipijn, de minst tragische wellicht (omdat zij ons verheft), maar daarom niet minder werkelijk, waarin wij ook in barensweeën de geheimzinnige wet aan den lijve ervaren, die vanaf de laagste chemische verbinding tot de hoogste synthesen van de geest doorwerkt (…)."
Wij plegen natuurlijke verschijnselen "goed" of "kwaad" te noemen, naar gelang wij ze verstandelijk of gevoelsmatig voor het eigen en/of het algemeen belang als nuttig dan wel als schadelijk beoordelen. Dat zijn dus subjectieve waardeoordelen.

Maar wat dan te denken van allerlei vormen van moreel kwaad in de wereld van de mens? Berust ook de kwalificatie "moreel kwaad" op een subjectief waardeoordeel? Mogen we niet met recht en reden alles wat bij voorbeeld Hitler en zijn handlangers de mensheid hebben aangedaan, in absolute zin moreel kwaad noemen?

Het is de vraag of we met het tegenover elkaar plaatsen van natuurlijk en moreel kwaad, geen valse tegenstelling creëren. Het vermogen om moréél kwaad te doen, behoort uitsluitend tot het domein van de mens. Onder moreel kwaad verstaan we immers kwaad dat bewúst wordt gedaan door creaturen die we menen daarvoor verantwoordelijk te kunnen stellen. Maar als we een reële tegenstelling tussen natuurlijk en moreel kwaad veronderstellen, impliceert dat de aanname dat de mens en diens denken en handelen buiten of boven de natuurlijke orde staan. Dat is een merkwaardig en aanvechtbaar standpunt. Als we ervan uitgaan dat ook de mens integraal deel uitmaakt van de natuur, dan ressorteren ook zijn vermogens (het kunnen verrichten van "morele” en “immorele” daden én het kunnen vellen van morele waardeoordelen) onder de natuurlijke orde. Maar als dat zo is, waarom zouden we dan een scherpe scheidslijn trekken tussen moreel en natuurlijk kwaad? Moreel kwaad is dan een bepaalde categorie van natuurlijk kwaad.

Kwaad is m.i. in essentie op te vatten als al datgene wat zich verzet (actief of passief, bewust of onbewust) tegen het evolutionaire proces dat de chaos tot de orde roept, dus ook alle denken, doen en laten dat kiest voor verdeeldheid in plaats van samenwerking, voor haat in plaats van liefde. Ik stem in met wat Teilhard de Chardin zegt in "Het verschijnsel geest", namelijk dat het kwaad in alle vormen waarin het zich kan voordoen, dient te worden beschouwd als de overgebleven wanorde tijdens het ordeningsproces en als de weerstand die een synthese nu eenmaal oproept.

Ziehier de kern van de zaak. Het gaat niet om bagatellisering van wat we als kwaad en daaruit voortvloeiend lijden ervaren, het gaat om de áárd ervan. De evolutie is niet voltooid. De wereld is in wording. Er is sedert de geboorte van de kosmos een ordeningsproces gaande. Chaos wordt tot de orde geroepen, gebrokenheid tot heelheid, verdeeldheid tot samenwerking, afkeer tot toewending, vijandschap tot verzoening, haat tot liefde. Wat we als pijn en lijden (en dus voor onszelf als kwaad) ervaren, hangt samen met de onvoltooidheid van het proces. Meer in het bijzonder is als kwaad te beschouwen al datgene wat aan het ordeningsproces afbreuk doet: de aan de procesgang tegengestelde krachten. Alleen de mens - die ook zelf nog niet voltooid is – heeft het vermogen zich van eigen mee- of tegenwerking bewust te zijn: hij heeft (ervan) gewéten! Daarom bestempelen wij zijn verzet tegen de procesgang als moreel kwaad, als zonde.

schrijver

Schrijver: H.P. Winkelman, 06-08-2011


Geplaatst in de categorie: filosofie

Deze inzending is 229 keer bekeken

3/5 sterren met 7 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn 6 reacties op deze inzending:

Naam:H.P. Winkelman
Datum:11-08-2011
Bericht:@ Len Cornelis op 11-08-2011
Sorry, maar ik begrijp echt niet wat er cryptisch is aan wat ik heb geschreven. Ik reageer op wat J.R. schrijft over "goddelijke verlichting" als argument om de ratio vaarwel te zeggen. En dan zeg ik dat het woord "God" verwijst naar volmaaktheid en dus impliciet ook naar volmaakte ratio. De hemel beware ons voor een "verlichting" die ertoe leidt dat we redelijkheid (uitsluitend te vinden bij de mens) niet meer nodig zouden vinden. Nog steeds cryptisch?



Naam:Len Cornelis
Datum:11-08-2011
Bericht:Laatste antwoord Winkelman ervaar ik als cryptotaal. Tot mijn spijt. In deel twee struikelt argeloze lezer over spitsvondige abstracties. Bij voorbeeld zinnen over goddelijkheid. Veel zaken tussen hemel en aarde verbazen en verwonderen. Of zijn aanleiding tot bespiegelingen. Maar hier schrijft Winkelman, vind ik, beetje vage soep met ballen. Overigens is zijn zoektocht te waarderen.



Naam:H.P. Winkelman
Datum:08-08-2011
Bericht:@ Joanan Rutgers op 07-08-2011
Tja, dan zitten we wel op heel verschillende golflengtes. Als er niet rationeel te discussiëren valt, dan valt er helemaal niet te discussiëren. Als datgene wat u opvat als “goddelijke verlichting” zich niet verdraagt met redelijkheid (rationeel denken) is dat niet bepaald een aanbeveling voor die “verlichting”. Door de eeuwen heen hebben mensen elkaar op grond van veronderstelde goddelijke verlichting (onder het motto: God wil het!) op onredelijke manier de hersenen ingeslagen. Over “doodlopende weg” gesproken! Ik zie het als volgt:
Wat mensen aanduiden met het woord “God” is de absolute volmaaktheid. Wat absoluut volmaakt is, kan niet anders dan ook absoluut redelijk zijn. Met andere woorden: goddelijkheid kan niet onredelijk zijn en onredelijkheid kan niet goddelijk zijn. Overigens heeft irrationeel (verlicht?) denken en doen juist voor de bevolking van oosterse landen qua leefomstandigheden nogal wat wrange vruchten opgeleverd.



Naam:Joanan Rutgers
Datum:07-08-2011
Bericht:Je kunt een sublieme redenaar zijn, maar tevens de plank faliekant misslaan, dat bedoel ik. Ik ben nogal oosters georiënteerd, waar het juist de bedoeling is om de ratio los te laten om de goddelijke verlichting te ervaren.
Ratio is een doodlopende weg!



Naam:H.P. Winkelman
Datum:06-08-2011
Bericht:@ Joanan Rutgers op 06-08-2011
Uw commentaar roept bij mij een paar vragen op. Meent u in dit artikel gelezen te hebben dat kwaad en goed niet in de mens zelf zit?
Waarop doelt u met “groteske angstbeelden”?
En waarop met “verwarrende ratio”?
Hoe zou ratio (als het echt “rede” is) verwarrend kunnen zijn?



Naam:Joanan Rutgers
Datum:06-08-2011
Bericht:Het kwaad zit in de mens, evenals het goede, ieder mens is zelf verantwoordelijk voor de keuze tussen kwaad en goed. Al die groteske angstbeelden daarboven zijn absurde dwaasheden. Liefde is de ware graadmeter! Verwarrende ratio slaat nergens op.




Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl