nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (96)
adel (1)
afscheid (4)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (17)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (6)
geschiedenis (10)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (1017)
individu (5)
internet (5)
jaargetijden (7)
kerstmis (8)
kinderen (20)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (71)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (19)
moraal (18)
muziek (413)
natuur (20)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (47)
psychologie (51)
rampen (7)
reizen (14)
religie (119)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (21)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 1256):

Louise van Santen: Vannacht

Vannacht

Ik had een mooi gesprek vannacht
Zijn woorden lagen in mijn armen
De klank bleef liggen op mijn huid
Het begrijpen was zo zacht
En al die zware last van binnen
Veranderde in blijheid

Mijn antwoord zag ik in zijn lach
Een glimlach, zonder geluid
Een glimlach die zijn gezicht verlichtte

En alle woorden gingen zingen
Het was alsof wij samen waren
Terwijl de woorden bleven praten
En het eindelijk ochtend werd
Waren wij kalm en gelukkig van binnen


Louise van Santen is geboren in 1928 te Amsterdam.
Ze was de tweede dochter in een joods gezin met vijf kinderen.
Ze schreef al op jonge leeftijd gedichten, maar ze publiceerde pas ver na de oorlog. Ze was als vanzelf in het verzet gegleden. Als joods meisje maakte zij de razzia mee in de Sarphatibuurt van Amsterdam, waarna ze moest onderduiken. Via Gideon Boissevain, lid van een ondergrondse verzetsgroep, kwam ze in contact met een zogenaamde Persoonsbewijzencentrale van verzetsleider Van der Veen. Ze werden zoals zovelen destijds verraden voor een stuiver en een cent, waardoor alle jonge mannen werden doodgeschoten en de jonge vrouwen werden gevangen genomen. Loise zat in haar eentje in een cel, waarin ze de harde, Duitse bevelen hoorde weergalmen en het piepen en kraken van de gevangenisdeuren. Ze besloot om voor de Duitsers te gaan werken, want zodoende kon ze proberen te ontsnappen, wat een heel gevaarlijke actie was, maar het lukte haar nog ook.
Ze heeft nog jarenlang diepe schuldgevoelens gehad, omdat zij het naziregime wel had overleefd en vele van haar dierbare collega's niet; dit thema komt vaak terug in haar poëtische oeuvre.
Ze heeft een lyrisch monument voor hen willen oprichten.

Na de oorlog woonde ze voor langere tijd in verschillende landen, maar in 1958 kwam ze weer in Nederland wonen, samen met haar man, Paul Schwarz, en hun drie kinderen. Ze kregen zes kleinkinderen.

Haar publicatie-carrière startte in 1961, toen Eduard Hoornik, destijds hoofdredacteur van De Gids, haar stimuleerde om in zijn tijdschrift te publiceren. Zo gezegd, zo gedaan, eerst nog onder de naam Wiesje, maar dat veranderde Hoornik al gauw in Louise. Ze publiceerde ook in 'Wending' en 'De Tweede Ronde'.
In 1964 verscheen haar dichtbundeldebuut 'David zonder Schild' (Wereldvenster).
In 1965 verscheen 'De Schaduw van de Filistijn', in 1967 'Eerst was er niets', in 1971 'Sjanson', met cabaretliedjes, in 1975 het lange gedicht 'Lang eentonig verhaal', in 1977 'Ik heb een zusje, mijn zusje is doof, een vertaald kinderboek van Jeanne Peterson, in 1980 'Laatste oproep' en haar kinderboek 'Hoor je mij' en in 1998 'Op het puntje van mijn tong' (De Prom).

Louise ontving het Ere Verzets Kruis.

Ze vertaalde het werk van Emily Dickinson en Virginia Hamilton Adair, dankzij een tip van Max Dendermonde. Ze raakte bevriend met Virginia tot haar overlijden in 2004.
In 1980 zag ze in Londen de Amerikaanse actrice Julie Harris in de rol van Emily Dickinson. Ze vertaalde dat toneelstuk, dat wel honderd keer is opgevoerd. Ze heeft meer dan tien jaar aan het vertalen van Dickinson gewerkt, er verschenen uiteindelijk drie vertaalde dichtbundels; in 1986 'Gedichten', in 1995 'Liefdesgedichten' en 'Geheimen'.
Ze vertaalde ook vele brieven van Emily; in 1987 verscheen 'Meester' en in 1991 verscheen 'Brieven'. Ze moet wel heel veel van deze dichteres houden om tot zulke resultaten te komen.

In 2006 overleed haar man Paul. Ze is nu 83, het lijkt mij niet gemakkelijk om op zo'n hoge leeftijd nog de puf te hebben om nog een dichtbundel uit te geven, of dat ze nog zin heeft in het schrijven van een gedicht, de poëtische kijk op het leven is ook aan slijtage onderhevig en dat is maar goed ook, zo krijgen dichters ook een natuurlijke vorm van pensioen.

'de nacht zou toch nog komen - de eerste van een lange reeks - waarin meedogenloos mijn dromen zouden dromen, die ik dan weerloos moet doorstaan en aanzien en wakker worden en in paniek niet weten aan welke kant van koorts ik waak'

Illustratie: Louise van Santen

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 20-11-2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 292 keer bekeken

4/5 sterren met 4 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl