nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (3)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (16)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (9)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (971)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (6)
kerstmis (8)
kinderen (19)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (70)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (17)
moraal (18)
muziek (412)
natuur (19)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (44)
psychologie (46)
rampen (5)
reizen (13)
religie (118)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 1795):

Je zachte kanten aan het mes geregen

(voor Kimitake Hiraoka (1925 - 1970))

Je bent geboren op 14 januari 1925 in Shinjuku.
Je vader was Azusa Hiraoka, een strenge ambtenaar, en je moeder was Shizue, de dochter van een hoge pief van de Kaisei Academy. Je opa Kenzo Hashi was een geleerde van de Chinese klassieken.
Je jongere zus heette Mitsuko en zij overleed op haar zeventiende door de tyfus. Je jongere broer heette Chiyuki.
Je groeide enkele jaren op bij je oma Natsuko, die hautain was en zich van adel waande. Haar man was gouverneur-generaal op het eiland Sakhalin. Je oma kreeg vaak gewelddadige woede-aanvallen en ze hield je binnen, zodat je met je nichten en met de poppen kon spelen. Zij heeft haar frustraties sadistisch op jou afgereageerd door je in een afknijpend keurslijf te stoppen.

Op je twaalfde ging je terug naar je ouders, Mitsuko en Chiyuki. Je vader hield van militaire discipline en hij haatte je interesse voor de literatuur. Vaak verscheurde hij je schrijfsels, want dat vond hij iets voor vrouwen. Je las de boeken van Raymond Radiguet, die op zijn twintigste aan de tyfus overleed, van Oscar Wilde en van Rainer Maria Rilke. Je hield erg veel van het werk van de Japanse schrijver Michizõ Tachihara, die op zijn vierentwintigste overleed aan tuberculose.

Je debuteerde met enkele waka-gedichten en daarna publiceerde je het verhaal 'Bos in volle bloei' in het belangrijke literaire tijdschrift 'Bungei-Bunka'. Hierin beschreef je het gevoel dat je voorouders nog steeds in jou leefden. Je doelde vooral op je adellijke voorouders, waar je oma zo trots op was. Je leraren bedachten je pseudoniem Yukio Mishima. Het verhaal 'De sigaret' gaat over hoe jij de rugby clubleden op school vertelde, dat je een publicerende literator was, waarna ze je lange tijd flink gepest hebben, wat je getraumatiseerd heeft.
Je verhaal 'De jongen die poëzie schreef' gaat daar ook over. Niet alleen je vader hing de macho-cultuur aan. Van je vader mocht je geen verhalen schrijven, dus deed je dat in het geheim, gesteund door je moeder, die altijd als eerste je nieuwe verhalen las.

Tijdens de tweede wereldoorlog werd je afgekeurd voor het leger, want de keuringsarts dacht dat je tuberculose had. In 1947 was je afgestudeerd aan de Universiteit van Tokio en je werd ambtenaar bij het Ministerie van Financiën. Begin 1946 ontmoette je Yasunari Kawabata en je vroeg hem om literair advies. 'De sigaret' verscheen in het tijdschrift 'Mensheid'.

Je debuutroman 'Dieven' verscheen, over twee jonge aristocraten, die zich tot zelfdoding voelen aangetrokken. Daarna verscheen 'Bekentenissen van een masker', over een jonge homoseksueel, die zich achter een masker moet verbergen om in de samenleving te kunnen meedraaien. Het is autobiografisch en het maakte je op je vierentwintigste al beroemd.

Je publiceerde essays over Kawabata en je brak internationaal door. In 1952 reisde je naar Griekenland, waar je al vanaf je jeugd door geboeid was. Vanaf 1955 deed je aan krachttraining en bodybuilding. Je was zeer bedreven in het Japanse zwaardvechten kendo.

In 1956 verscheen je meesterwerk 'De Tempel van het gouden paviljoen', net zo innemend beeldrijk geschreven als het werk van Hermann Hesse.
Daarna verschenen o.a. de romans 'Kyoko's Huis', 'Na het Banquet', 'The Sailor Who Fell from Grace with the Sea', 'Zijde en Inzicht', 'Lentesneeuw', 'Weglopende Paarden', 'De Tempel van de Dageraad' en 'Het verval van een engel'.
Je speelde in de film 'Afraid to Die' van Yasuzo Masumura, in 'Black Lizard' van Kinji Fukasaku en in 'Hitokiri' van Hideo Gosha.

Op 11 juni 1958 trouwde je met Yoko Sugiyama. Daarvoor had je een korte relatie met de huidige keizerin Michiko Shoda gehad. Yoko en jij kregen twee kinderen: Noriko en Iichiro.
Je veranderde in een gespierde gevechtsmachine, die voor niets en niemand meer bang hoefde te zijn. Je bezocht de gay bars in Japan en de schrijver Jiro Fukushima publiceerde een onthullende, homoseksuele correspondentie tussen hem en jou. Door je lichaamsverheerlijking zag je eruit als een opblaaspop, een Michelin-mannetje, de stoere krijger, die je vader zo graag wenste, de adellijke ridder, waar je oma zo dol op was. Je werd een militaristische nationalist en je trainde je eigen manschappen.
Je vond dat keizer Hirohito na het verlies van de oorlog moest aftreden. Je had een overdreven eergevoel. Je werd gehaat door de linkse mensen. Je was voor bushido, het leven van een samurai aangaan, de militaire adel. En maar buigen voor je vader en je oma. Je masochisme was niet enkel seksueel getint. Je was verknipt geraakt en de krankzinnigheid nabij, maar je had dan ook met een uiterste krachtsinspanning uitmuntende romans en verhalen geschreven. Allemaal voor je moeder, die je vrouwelijke aard had aangevoeld en gestimuleerd. Maar je wilde iedereen te vriend houden en dat heeft je genekt, je identiteit versplinterd en gevierendeeld. Je macho-masker uitvergroot.

Op 25 november 1970 ging je naar het hoofdkwartier van de Self Defense Forces in Tokio, met in je kielzog enkele gevechtsleerlingen. Je gijzelde enkele krijgsheren en je ging op het balkon een groep soldaten toespreken. Je zei dat je een staatsgreep pleegde, wat natuurlijk een zot gezicht was, want je stond er vrijwel alleen voor. De soldaten begonnen je uit te schelden en te bespotten, waardoor je je door hen vernederd voelde, maar dat was een deel van je toneelspel. Je wilde slechts een fictieve reden om als samurai te sterven, waar je al zolang van droomde. Je verliet het balkon en eenmaal uit het zicht pleegde je seppuku, een rituele zelfdoding door met een mes in de buik te steken en dan woest heen en weer te bewegen. Dit wordt ook wel harakiri genoemd en het werd oorspronkelijk door samurai uitgevoerd, als een eervolle manier om te sterven.

In wezen doodde je de gevoelige, creatieve, vrouwelijke, homoseksuele, zachte kanten in jezelf. In wezen hebben je vader en je oma je leven overheerst en afgenomen.
Je werd vijfenveertig jaar en je bent begraven op de Tama begraafplaats.

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 29-04-2013


Geplaatst in de categorie: idool

Deze inzending is 51 keer bekeken

4/5 sterren met 1 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl