nederlands.nl
Gebruikersnaam of e-mail:  Wachtwoord:    Registreren
















Top-5 beschouwingen:

1.
2.
3.
4.
5.


Categorieën:

actualiteit (93)
adel (1)
afscheid (3)
algemeen (19)
bedankt (3)
dieren (8)
discriminatie (8)
drank (6)
economie (11)
eenzaamheid (13)
emoties (16)
erotiek (2)
ex-liefde (1)
familie (8)
feest (6)
film (17)
filosofie (115)
fotografie (6)
geld (5)
geschiedenis (9)
geweld (3)
haiku (1)
heelal (22)
hobby (3)
humor (23)
huwelijk (1)
idool (971)
individu (4)
internet (5)
jaargetijden (6)
kerstmis (8)
kinderen (19)
koningshuis (7)
kunst (38)
landschap (3)
lichaam (3)
liefde (32)
literatuur (495)
maatschappij (70)
mannen (2)
milieu (7)
misdaad (17)
moraal (18)
muziek (412)
natuur (19)
oorlog (16)
ouders (1)
overig (11)
overlijden (20)
partner (2)
pesten (4)
politiek (44)
psychologie (47)
rampen (5)
reizen (13)
religie (118)
schilderkunst (76)
school (5)
sinterklaas (4)
sms (1)
snelsonnet (1)
spijt (2)
sport (15)
taal (20)
tijd (26)
toneel (3)
vakantie (5)
verdriet (6)
verhuizen (1)
verkeer (6)
voedsel (3)
vrijheid (17)
vrouwen (10)
welzijn (13)
wereld (20)
werk (13)
wetenschap (25)
woede (4)
woonoord (5)
ziekte (31)


gedichten.nl


Garnier Projects





tabblad: beschouwingen

< vorige | alles | volgende >

beschouwing (nr. 2336):

Nadat de SS-er geportretteerd was liet hij jou doden.

(voor Max van Dam (1910 - 1943))

Je bent geboren op 19 maart 1910 in Winterswijk.
Je vader Aron was directeur van de coöperatie De Dageraad, een succesvol bedrijf, dat diverse bakkerijen exploiteerde. Je vader was SDAP-gemeenteraadslid en later lid van de Gelderse Provinciale Staten.
Je moeder was Johanna Leviticus. Je jongere zussen waren Roza Henriette en Henriette. Je groeide op in een socialistisch milieu.

In 1931 volgde je in Amsterdam de opleiding Acte van Bekwaamheid voor LO. Van 1933 tot 1937 studeerde je aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Je was vooral dol op figuurschilderen en portretteren. Je kreeg met name les van Isidoor Opsamer.

Aanvankelijk schilderde je voor de socialistische idealen en in 1934 maakte je een affiche tegen alle vormen van dictatuur. Je was een groot bewonderaar van het sociaal realisme van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz. Haar kunstwerken werden in 1933 door de nazi's als anti-aards beschouwd. In de lente van 1936 ging je per fiets naar Italië en bezocht je in Venetië de Biënnale. Je maakte tijdens deze reis veel schetsen, die de basis vormden voor je eerste solo-expositie in Winterswijk. Er hing ook werk uit je tijd in Antwerpen. De verkoop viel tegen.

In 1937 was je in Parijs en bekeek je het werk van Picasso en Dufy. Je was bevriend met een onbekend gebleven, jonge, Duitse vrouw, die fel tegen de nazi's was. Je praatte met haar over de Duitse politiek en je was erg betrokken bij de Joodse vluchtelingen. Je ging naar het vissersdorp Collioure voor artistiek herstel. In het Nederlandse Bergen had je de kunstenares Fré Cohen en de schrijver Abel Herzberg ontmoet. Fré geloofde in het zionisme, waar jij ook al gauw in geloofde. Toch was jij minder positief over het stichten van een Joodse staat dan Theodor Herzl. Voor een congres van Nederlandse zionisten in Amsterdam schilderde je een groot portret van Herzl.

Voor de Prix de Rome won je de tweede prijs en kreeg je een zilveren medaille. De pers noemde je talentvol, maar nog onrijp. Je ging in Amsterdam wonen en naast portretten maakte je stillevens. Je werd geïnspireerd door George Breitner en je maakte stadsgezichten.
In 1939 ontmoette je de kunstminnende Alice De Jong-Weil en haar man Hans, een textielfabrikant. Zij gaven jou enkele opdrachten. In maart 1941 heb je jezelf laten registreren bij de bezetters en kort daarna ben je in Blaricum ondergedoken, net als Alice en haar dochter Jacqueline. Haar man was ergens anders ondergedoken. Je maakte schetsen van de omgeving en portretten.

Omdat het in Blaricum te gevaarlijk werd, vluchtte je in het najaar van 1942 samen met Alice en Jacqueline naar Zwitserland, waar Alice geboren was. Jullie werden verraden en bij de Zwitserse grens gearresteerd door de Sicherheitsdienst.

Jij werd naar het doorgangskamp Drancy gestuurd en Alice en Jacqueline werden tenslotte vrij gelaten. Zij overleefden de oorlog. Op 25 maart 1943 werd jij naar Sobibor gebracht. Je zei dat je kunstschilder was en er was een schildersruimte, waar ook de Poolse Moshe Goldfarb werkte en twee Nederlandse schilderessen, o.a. Li van Staden. Je maakte vele schilderijen voor de SS-kazerne, hoofdzakelijk landschappen. Je had een voorkeursbehandeling genoten. Je hoefde niet op appel te staan en het eten werd jou door medegevangenen gebracht. Je maakte ook portretten van de SS-ers.

In april 1943 was je bezig met een portret van Karl Frenzel. De SS-ers wisten bij de gaskamers een vluchtpoging tegen te houden. Alle 150 gevangenen in dit werkgedeelte van het concentratiekamp werden doodgeschoten. Het brein achter deze vluchtpoging zou een Nederlander zijn, waardoor Frenzel alle Nederlandse mannen liet vermoorden, behalve jou, want jij moest eerst nog zijn portret afmaken.

Rond 20 september 1943 liet hij jou vermoorden. Je werd drieëndertig jaar.

Illustratie: Max van Damn (zelfportret)

schrijver

Schrijver: Joanan Rutgers, 23-05-2015


Geplaatst in de categorie: idool

Deze inzending is 39 keer bekeken

4/5 sterren met 5 stemmen.


Print   |   E-kaart   |  







Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

Naam:       E-mail:  

Bericht:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)









vragen  |   links  |   zoek  |   contact  |   disclaimer  |   inhoud  |   rijmwoordenboek  |   gedichten.nl